Rasbeschrijving suikermais

Suikermais

Mais of Maïs (Zea mays ssp. mays) is een graansoort die afkomstig is uit Midden-Amerika. Het betreft een domesticatie van de grasachtige plant teosinte (Zea mays ssp. parviglumis), waarbij enkele achtereenvolgende mutaties door de Indiaanse bevolking werden uitgeselecteerd ten behoeve van menselijk gebruik. Door het voortgaande proces van menselijke selectie lijkt de hedendaagse mais nog nauwelijks op de teosinte.

Nadat Columbus Amerika ‘ontdekte’ werd de plant ook in Europa geïntroduceerd. De selectie voor koudere klimaten hebben de Europeanen zelf gedaan, waardoor de grens waar mais kan worden geteeld steeds verder opschuift naar het noorden.

In de loop der tijden zijn er diverse toepassingen voor mais onstaan, zoals korrelmais (veevoer, maizena, maisbrood, tortilla’s), snijmais (veevoer), suikermais (menselijke consumptie), pofmais (popcorn) en siermais. Ook als energiegewas voor de productie van bioenergie heeft mais betekenis gekregen. Voor al deze toepassingsgebieden zijn verschillende rassen geselecteerd. Alle commerciële rassen zijn vandaag de dag F1-hybriden. Alleen voor siermais worden nog populatierassen gebruikt.

We zullen ons hier beperken tot de suikermais (Zea mays convar. saccharata). Binnen deze groep wordt onderscheid gemaakt tussen normaal zoete en dubbelzoete rassen.

Bij de teelt van suikermais is het van belang dat deze niet wordt bestoven door andere maistypen. Het telen van suikermais naast een akker met snijmais is dus geen goed idee. De zoete smaak onstaat namelijk alleen indien de suikermais door eigen stuifmeel wordt bestoven. De eigenschap om suiker in het endosperm van de korrels te vormen (en dus geen zetmeel) is in genetisch opzicht namelijk een recessief kenmerk. Indien de suikermais wordt bestoven door snijmais, dan verkrijgt de inhoud van de korrel de eigenschap van de snijmais en zal deze dus zetmeel bevatten en geen suiker. De eigenschap om zetmeel te vormen is immers dominant over de eigenschap om suiker te vormen.

Hetzelfde effect kan zich voor doen indien er siermais in dezelfde (volks)tuin staat als de suikermais. Ongewenste bestuivingen zullen ertoe bijdragen dat een gedeelte van de korrels in de kolf geen suiker bevatten, maar zetmeel. Dit zal de eetkwaliteit nadelig beïnvloeden.

Om dezelfde reden mogen de normaal zoete suikermaisrassen niet bestoven worden door de dubbelzoete suikermaisrassen en omgekeerd. De eigenschap normaal zoet en dubbelzoet berusten namelijk op verschillende recessieve genen met de aanduidingen “su” (sugary-1) en “sh2” (“shrunken-2). Bestuiving tussen deze beide suikermaistypen zal ertoe leiden dat de eigenschap om suiker te vormen in plaats van zetmeel bij beide genen over en weer wordt opgeheven, waardoor er toch zetmeel in de korrels wordt gevormd.

De meeste suikermaisrassen die in de handel zijn, behoren tot het dubbelzoete type. Bij deze dubbelzoete rassen kunnen de korrels wel tot 20% suiker bevatten (en dus zeer weinig zetmeel).

In FruitLent zijn in de loop der jaren de volgende rassen getest:

Applause‘ (F1-hybride): Dit ras is een dubbelzoete variëteit die daarnaast wordt aangeduid als SE (dit staat voor Sugary Enhanced). Daarom wordt het type van ‘Applause’ ook wel aangeduid als: sh2-se.
‘Applause’ heeft een goede groeikracht, geel gekleurde korrels, een goede vulling van de kolf tot bovenin en een goede houdbaarheid na de oogst. Moet voor de instandhouding van de combinatie dubbelzoet met SE geïsoleerd worden geteeld en mag dus niet worden bestoven door andere types !