Walnoten

Naamgeving en herkomst

De walnoot behoort tot de botanische soort Juglans regia en komt van nature voor in Iran, Centraal-Azië en China. Zij is echter in West-Europa al heel lang ingeburgerd. Het geslacht Juglans behoort tot de Juglandaceae (okkernootachtigen). Andere soorten binnen dit geslacht dragen ook vruchten en worden ook wel walnoot genoemd, maar in de praktijk zijn deze minder vaak in de handel. Op deze website beperken we ons tot de soort Juglans regia, mede omdat dit de enige soort is die in FruitLent is aangeplant. De walnoot wordt ook wel okkernoot of Perzische walnoot genoemd. De meest correcte Nederlandse naam is echter “gewone walnoot”, teneinde deze te onderscheiden van de andere Juglans-soorten.

De soort Juglans regia is genetisch diploid (2n = 2x = 32).

Kenmerken en teelt

De gewone walnoot groeit aan bladverliezende bomen die na verloop van jaren een behoorlijke omvang kunnen krijgen. Notenbomen geven veel schaduw en het is er dan ook goed toeven als de temperaturen ‘s zomers hoog oplopen. Door de aromatische bladeren mijden vliegen en muggen de omgeving van de boom.

Jonge twijgen van de walnootboom hebben in het hart zogenaamd laddermerg.

Botanisch gezien dient de walnoot eigenlijk te worden beschouwd als een steenvrucht, derhalve niet als een noot. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de hazelnoot. Van de andere kant is de walnoot, in het algemene spraakgebruik, juist de archetypische noot.

Mannelijke en vrouwelijke bloemen komen bij de walnoot aan dezelfde boom voor. Mannelijke bloemen zijn in katjes verenigd. Vrouwelijke bloemen bevinden zich al of niet in trossen aan het einde van nieuwe scheuten, die in het voorjaar ontstaan uit de eindknop van de langloten en uit enkele daaronder gelegen knoppen. Bij de rassen die bekend staan als kortlotdragers, komen de vrouwelijke bloemen ook aan de kortloten voor, dus meer gespreid langs de takken. Dergelijke rassen zijn dus in principe veel vruchtbaarder (zoals bijvoorbeeld ‘Broadview’ en ‘Number 16’, die beiden in FruitLent aanwezig zijn).

De productiviteit kan per jaar en per ras variëren. Zo kan gevoeligheid voor wintervorst, waardoor twijguiteinden kunnen bevriezen en afsterven, leiden tot verlies aan productie. Onvoldoende productiviteit kan echter voor een deel ook berusten op (te) vroeg uitlopen van de knoppen in het voorjaar waardoor vorstschade aan de jonge scheuten en daarmee de vrouwelijke bloemen kan ontstaan. Er is naar onze mening geen enkel ander fruitgewas waarbinnen zo veel variatie aanwezig is in het tijdstip waarop de knoppen in het voorjaar uit beginnen te lopen. Zeer laat uitlopende walnotenbomen lijken soms nog in volledige winterrust te verkeren, op het moment dat vroeg uitlopende bomen al in het blad staan. Rassen die vroeg uitlopen (zoals ‘Number 16’) lopen dus meer kans op nachtvorstschade dan rassen die laat uitlopen.

Walnoten kunnen door middel van zaaien worden vermeerderd. Bij gezaaide bomen zijn echter de eigenschappen van tevoren niet bekend. Bovendien komen gezaaide bomen over het algemeen pas laat in productie, vaak pas na 10 tot 15 jaar.

Er wordt daarom meer en meer gebruik gemaakt van geënte bomen. Geënte bomen hebben als voordeel dat door een bepaalde rassenkeuze vooraf de eigenschappen bekend zijn. Het gaat dan om eigenschappen als: groeikracht, groeiwijze, tijdstip van uitlopen, bloeitijden, productie en vruchtkenmerken. Geënte bomen komen snel in productie, veelal reeds na 2 tot 4 jaar. Voor het enten wordt gebruik gemaakt van een onderstam, waarvoor meestal zaailingen van de gewone walnoot (Juglans regia) worden gebruikt. De geënte bomen zijn uiteraard wel duurder in aanschaf, doch door de genoemde voordelen is dit het prijsverschil wel waard. Bovendien is het een aanschaf voor langere tijd, dus wat is nu de betekenis van een paar tientjes meer op een levensduur van vele tientallen jaren ?

Omdat bij de opkweek van geënte bomen in de boomkwekerij de penwortel meestal ontbreekt, moet een geënte boom op de uiteindelijke plaats diep worden geplant (met de entplaats net onder de grond) en moet een stevige steunpaal worden aangebracht om scheef waaien te voorkomen.

Walnootbomen worden in natte jaren vaak aangetast door bacteriebrand (Xanthomonas campestris pv. juglandis of Pseudomonas juglandis). Als gevolg van deze bacterieziekte ontstaan zwarte vlekken op alle groene delen van de boom. Er bestaat veel verschil in vatbaarheid voor bacteriebrand tussen de verschillende rassen.

Bloei, bestuiving en vruchtzetting

De walnootrassen kunnen in principe vrucht zetten met eigen stuifmeel, doch verschillende bloeitijden van de mannelijke en vrouwelijke bloemen belet dit in de meeste gevallen. Bij de meeste rassen bloeien de mannelijke en de vrouwelijke bloemen namelijk niet tegelijk.

Bij de meeste rassen bloeien de mannelijke bloemen eerder dan de vrouwelijke bloemen, hetgeen protandrie wordt genoemd. Er zijn echter ook rassen waarbij het omgekeerde het geval is, hetgeen protogynie wordt genoemd. Daarom is het aan te bevelen om tenminste twee verschillende rassen te planten waarvan de bloeiperioden van de mannelijke en de vrouwelijke bloeiwijzen elkaar voldoende overlappen. Daarnaast zijn er ook rassen waarvan de mannelijke en de vrouwelijke bloemen (min of meer) tegelijk bloeien, zoals bij de rassen ‘Buccaneer, ‘Rita’ en ‘Number 16’.

Tot slot zijn er ook rassen die zonder eigen of vreemd stuifmeel toch noten leveren, zulks als gevolg van zogenaamde apomictische vruchtzetting (apomixie). Bij apomixie is sprake van ongeslachtelijke voortplanting via zaad. De zaden worden dan dus gevormd zonder voorafgaande bestuiving en de genetische samenstelling van het zaad is identiek aan de moederboom. De neiging tot apomictische vruchtzetting kan echter van jaar tot jaar verschillen, waardoor het aanplanten van een geschikte bestuiver toch meer oogstzekerheid geeft.

De walnoot is een windbestuiver. Omdat de mannelijke bloeiwijzen zeer veel stuifmeel leveren dat over grote afstanden kan worden getransporteerd, worden in commerciële beplantingen slechts enkele bestuiverbomen per hectare geplant. Bij het planten van de bestuivers wordt dan rekening worden gehouden met de overheersende windrichting.

In hobbytuinen is het meestal zo dat in de wijde omtrek voldoende verschillende walnotenbomen aanwezig zijn om voor voldoende bestuiving te zorgen. Indien u er niet zeker van bent en u slechts plaats heeft voor één walnotenboom, plant dan een ras met apomictische vruchtzetting of een ras waarvan de mannelijke en vrouwelijke bloemen tegelijk bloeien (zelfbestuiver).

Commerciële aspecten

De walnotenbomen kennen zeer veel verschillende toepassingsmogelijkeden. Ten eerste worden walnotenbomen dikwijls louter voor de sier aangeplant als park- en tuinboom, waarbij de eventuele opbrengst aan noten een aardige bijkomstigheid is.

Ten tweede worden notenbomen ook voor de houtproductie gebruikt. Het hout heeft een harde dichte structuur en varieert in kleur van cremewit in de buitenste lagen tot een matbruine kleur in het hart van de stam. Het hout wordt gebruik in de meubelmakerij. Notenhout werd voorheen ook regelmatig voor geweerkolven ten behoeve van militaire wapens gebruikt, zoals het bekende Lee Enfield geweer uit de Eerste Wereldoorlog. Vandaag de dag is het hout in militaire wapens vervangen door kunststof en metaal, doch wordt het nog steeds toegepast in de kolven van jachtwapens en sportwapens.

Vineer dat is gesneden van wortelhout is één van de kostbaarste vineersoorten in de meubelmakerij en wordt ook gebruikt voor de bekleding van het binnenwerk van prestigieuze exclusieve auto’s.

Ten derde kennen de noten zelf natuurlijk ook een groot scala aan toepassingsmogelijkeden. De noten zijn rijk aan olie en worden in gedroogde toestand gebruikt voor verse consumptie of voor garnering bij desserts en salades. Walnoten zijn een prima bron voor Omega-3 vetzuren en zijn behulpzaam bij het verlagen van cholesterol. De geperste olie is kostbaar en wordt om die reden spaarzaam gebruikt, meestal in saladedressings. Olieverf bevat eveneens vaak walnotenolie als een effectief bindingsmedium, bekend voor de heldere en glossy consistentie en non-toxiciteit.

De schalen van de noten kennen ook veel toepassingsmogelijkeden. Meel van gemalen notendoppen werd vroeger gebruikt als anti-aanbaklaag in bakkersovens. Nu nog wordt dit in de kunststofindustrie en in de vliegtuigindustrie gebruikt als polijstmiddel. De NASA gebruikt dit als isolatiemateriaal in raketten om deze tegen hoge temperaturen te beschermen.

Er zijn nog meer toepassingsmogelijkheden, zoals: de inleg van jonge noten in azijn (“pickled walnuts”), conserveren in suikersiroop, als bestanddeel van walnotensaus, de Italiaanse vruchtenlikeuren “Nocino” en “Nocello”. Ongetwijfeld zijn er nog vele toepassingsmogelijkheden meer….

Commerciële plantages voor de notenproductie worden onder andere aangetroffen in Frankrijk en in de Verenigde Staten (met name in Californië). In Nederland is op het toenmalige Proefstation voor de Fruitteelt in Wilhelminadorp (provincie Zeeland) onderzoek gedaan naar de gebruikswaarde van verschillende walnootrassen onder Nederlandse omstandigheden. In Nederland komen (semi-)commerciële plantages tot nu toe echter spaarzaam voor. Echter, sinds juli 2017 is de Nederlandse Notenvereniging een feit. De vereniging heeft als doel het behartigen van de belangen van de leden op het gebied van teelt, bewaring, de afzet en de verwerking van noten, het stimuleren van innovatie en zet zich in voor het ontwikkelen, verzamelen en verspreiden van kennis op het gebied van noten.

Omschrijving collectie FruitLent

In FruitLent staan drie geënte walnotenbomen. Er is gekozen voor twee bomen waarbij de commerciële waarde voorop staat en één boom waarbij de sierwaarde voorop staat. De twee eerstgenoemde bomen staan op een onderlinge plantafstand van 5,65 meter. Er is bewust gekozen voor rassen met een geringe vatbaarbeid voor bacteriebrand en met een geringere groeikracht, zodat de bomen niet heel erg snel heel groot worden.

De navolgende drie rassen zijn aanwezig: