Druiven

Naamgeving en herkomst
Reeds zo’n 130 miljoen jaar geleden groeiden er planten met druifachtige kenmerken. Toen de prehistorische mensen zo’n 1 miljoen jaar geleden rechtop gingen lopen, was Europa reeds begroeid met druivenplanten. Gedurende de ijstijden verdwenen de koudegevoelige soorten. Andere soorten overleefden de koude periode’s en verspreidden zich bij het terugtrekkende ijs weer richting het noorden. In Europa overleefde de soort Vitis vinifera ssp. sylvestris. Rondom de Middenlandse zee, naar het oosten tot in Afghanistan, in het noorden tot in de Kaukasus en midden-Europa is deze wilde soort de basis voor de hedendaagse gecultiveerde druiven. Qua kenmerken is de overgang van de zuiver wilde vorm (Vitis vinifera ssp. sylvestris) naar de gecultiveerde vorm (Vitis vinifera ssp. vinifera) geleidelijk en is de grens tussen de beide vormen derhalve niet scherp te trekken. De wilde vorm komt nog op enkele plaatsen voor en wordt gezien als een belangrijke bron van erfelijk materiaal om te kunnen gebruiken in veredelingsprogramma’s voor toekomstige druivenrassen. De eerste door mensen gecultiveerde druiven zouden zijn geteeld in de Kaukasus, in het gebied dat naar hedendaagse politieke grenzen wordt gerekend tot Armenië, Georgië, Turkije en Azerbeidzjan. Meer precies wordt door sommige auteurs de voet van de berg Ararat aangewezen als locatie voor de eerste druiventeelt, door andere auteurs weer de oevers van de rivier Rioni. Uit archeologische vondsten staat in ieder geval vast dat in de Zuid-Anatolische antieke stad CatalhŸyuk (Katal Huyuk) sporen zijn gevonden van wijnmakerij die dateren van ongeveer 6.250 jaar voor Christus. Ook in de antieke Mesopotamische stad Ur (4.000 jaar voor Christus) zijn sporen van wijnbouw gevonden. De in Europa bekende edeldruif (Vitis vinifera spp. vinifera) behoort tot de wijnstokfamilie Viticeae. Deze familie telt naast de Europese edeldruif nog diverse andere botanische soorten die in verschillende werelddelen groeien. Enkele van deze soorten hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de meest moderne druivenrassen, zoals deze in FruitLent aanwezig zijn.
Nieuwe generatie druivenrassen

De nieuwe druivenrassen, zoals in FruitLent aanwezig, zijn ontstaan door rassen van de Europese edeldruif (Vitis vinifera ssp. vinifera) te kruisen met Amerikaanse en Aziatische Vitis-soorten, zoals: Vitis labruscaVitis lincecumiiVitis rupestris en Vitis amurensis. Het aanvankelijke doel van deze soortkruisingen was het creëren van nieuwe druivenrassen met resistentie tegen een tweetal schimmelziektes: namelijk de echte meeldauw (Uncinula necator, voorheen: Oidium tuckeri) en de valse meeldauw (Plasmopara viticola, voorheen: Perenospora viticola). Deze resistenties komen namelijk wel in bepaalde andere Vitis-soorten voor, doch niet in de Europese edeldruif.

Druivenveredelaars doen al sinds de eeuwwisseling van de 19-de en de 20-ste eeuw pogingen om druivenrassen te ontwikkelen met resistentie tegen de genoemde schimmelziektes. Het bleek echter lange tijd onmogelijk om resistente rassen te ontwikkelen met een goede kwaliteit. Alle aanvankelijke kruisingen hadden namelijk een vreemde bijsmaak die afkomstig is van de andere Vitis-soorten. Deze bijsmaak wordt in vaktermen een foxton-aroma genoemd. Dit foxton-aroma kan in heftigheid variëren van een uiterst onaangename en overheersende bijsmaak (zoals mottenballen, een nat hondenvel of een flesje parfum) aan de ene kant tot een zwak aardbei- of framboosachtig aroma aan de andere kant. Alhoewel rassen met een dergelijk zwak aroma toch heel goed eetbaar kunnen zijn (en bovendien door veel mensen ook nog wel worden gewaardeerd), hoort een dergelijke bijsmaak volgens de echte druiven- en wijnkenners gewoonweg niet aanwezig te zijn. De bijsmaak wordt bovendien overgedragen op de wijn.

Om de ongewenste bijsmaak weer kwijt te raken is diverse malen met Europese edeldruiven teruggekruist. Pas sinds het eind van de 20-ste eeuw zijn er nieuwe rassen op de markt verschenen die de gewenste resistentie tegen schimmelziektes combineren met een kwaliteit die vergelijkbaar is met de klassieke Europese edeldruiven. De ongewenste bijsmaakjes zijn er dus helemaal uit gekruist.

Met het inkruisen van de resistenties werden “ongemerkt” nog twee andere waardevolle eigenschappen geïntroduceerd in de nieuwe druivenrassen. Het gaat hierbij om het aanzienlijk vroeger afrijpen van de druiven en om extra winterhardheid. Ook deze eigenschappen komen uit de andere Vitis-soorten die voor het inkruisen van de resistenties werden gebruikt. Door de combinatie van al deze verbeterde eigenschappen zijn de nieuwe rassen veel geschikter voor het Nederlandse klimaat en kunnen deze bovendien milieuvriendelijker worden geteeld. Veel nieuwe rassen kunnen dus kortweg als volgt worden gekwalificeerd:

  • vroegrijpend (waardoor ze in Nederland altijd volledig rijp worden);
  • bestendig tegen wintervorst;
  • resistentie tegen echte meeldauw;
  • resistentie tegen valse meeldauw.

Binnen de groep nieuwe rassen is voor de genoemde kenmerken variatie aanwezig. De mate van resistentie, vroegheid of winterhardheid kan derhalve variëren van ras tot ras. Maar uiteraard variëren de rassen onderling ook nog op andere kenmerken. Bepaalde nieuwe rassen zijn met name geschikt voor de wijnbouw; deze zijn derhalve speciaal geselecteerd op de kwaliteit van de wijn en minder op het uiterlijk of op de eetkwaliteit. Er zijn echter ook nieuwe rassen die speciaal zijn geselecteerd om te worden gebruikt als tafeldruif. Er zijn ook rassen die voor beide doeleinden geschikt zijn, dus als wijndruif én als tafeldruif.  Lees hier verder over de van belang zijnde criteria voor tafeldruiven.

Er zijn de laatste jaren diverse nieuwe tafeldruifrassen beschikbaar gekomen met de vroegrijpende eigenschap én met resistenties tegen ziekten én die bovendien voldoen aan de van belang zijnde vruchtkenmerken. De kwaliteit van deze nieuwe tafeldruifrassen doet in de meeste gevallen beslist niet onder voor supermarktdruiven. De smaak is zelfs over het algemeen beter dan supermarktdruiven, omdat de druiven door de vroegrijpende eigenschap in de eigen tuin door en door rijp kunnen worden aan de stok. Supermarktdruiven worden daarentegen vaak niet geheel rijp geoogst (en druiven rijpen na de oogst niet na).
 Lees hier verder over de smaak van druiven.

Door de beschikbaarheid van nieuwe rassen die beter geschikt zijn voor het Nederlandse klimaat, zijn de laatste jaren diverse particulieren en tuinders / akkerbouwers gestart met de teelt van wijndruiven. Er zijn de laatste jaren in Nederland derhalve veel nieuwe hobbymatige en professionele wijngaarden ontstaan. De opleving van de Nederlandse wijnbouw heeft derhalve niets te maken met klimaatopwarming, doch uitsluitend met de beschikbaarheid van nieuwe rassen !

Ik heb een oud druivenras in de tuin staan. Moet ik deze nu rooien en vervangen door een modern ras ?

Het assortiment bij tuincentra beperkt zich veelal tot enkele oude (niet-resistente) rassen. Alhoewel sommige tuincentra inmiddels ook enkele resistente rassen verkopen, zijn dit meestal de wat oudere resistente rassen, die veelal niet met de nieuwste resistente rassen kunnen wedijveren.
De meeste mensen hebben nog een verouderd ras als ‘Boskoop Glory’, ‘Witte van der Laan’ of ‘Rembrandt’ in de tuin staan. Moet deze nu worden gerooid ?
 Lees hier verder over de verouderde druivenrassen.

Kenmerken en teelt

Druiven zijn klimplanten die met steunmateriaal moeten worden geteeld. Als steunmateriaal kan een op het zuiden gerichte muur of pergola worden gebruikt. Ook kan de pendelbogenmethode (zoals gebruikelijk in het Duitse Moezelgebied) worden gebruikt. Bij de pendelbogenmethode hoeft per plant alleen een stevige paal van twee meter hoog te worden geplaatst, waardoor het ook goed mogelijk is een druivenstok op een kleine oppervlakte te telen, bijvoorbeeld in de siertuin. In de Nederlandse wijnbouw worden stellingen opgericht, bestaande uit rijen palen met draden, waarlangs de druiven worden geleid. De rijen worden bij voorkeur in noord-zuid richting geplaatst, zodat de druiven aan alle kanten even veel door de zon worden beschenen. Alhoewel de nieuwe rassen vroeg rijpen, is een zonnige en bij voorkeur enigszins beschutte standplaats wel vereist voor een succesvolle teelt.

Sinds de Suzuki’s fruitvlieg (ofwel Aziatische fruitvlieg, Drosophila suzukii) in 2012 in Nederland voor komt, is de aantasting van rijpende vruchten een serieus probleem geworden in de druiventeelt. Het blijkt dat gekleurde rassen voor de Suzuki’s fruitvlieg aantrekkelijker zijn.

Gezondheidsaspecten

Druiven bevatten talrijke stoffen die in het menselijke lichaam een gezondheidsbevorderende werking hebben.

Naast verschillende vitaminen (in het bijzonder C en E, meerdere B-vitaminen en foliezuren), mineralen en aroma-stoffen staat de groep van de polyfenolen in het middelpunt van de medische interesse. Tot de polyfenolen behoren verscheidene kleurstoffen (anthocyanen) en looistoffen (tannine), alsmede de groep van de flavonoïden. Tot deze laatste groep behoren de stoffen quercetin, myricetin, katechin en resveratrol.
 Lees hier verder over resveratrol.

De verschillende polyfenolen bevinden zich vooral rondom de pitten en in de vruchtschil van met name blauwe druiven. Ook bevat rode druivensap en rode wijn meer polyfenolen dan wit druivensap of witte wijn.

Gelet op het voorgaande zouden tafeldruiven met pitten uit gezondheidsoverwegingen dus de voorkeur moeten hebben boven pitloze rassen. Doordat de meeste pitloze rassen kleinere bessen geven, worden deze in commerciële teelten wel kunstmatig behandeld met gibberalinen, teneinde de besgrootte te laten toenemen. Veel consumenten zullen zich dit niet realiseren….
 Lees hier verder over pitloze druiven.

Tafeldruiven van de klassieke rassen die vanuit Zuideuropese landen worden geïmporteerd, hebben vaak restanten van de tijdens de teelt gebruikte gewasbeschermingsmiddelen. Bij de moderne resistente rassen kan het aantal bespuitingen sterk worden gereduceerd, ofwel geheel achterwege blijven, waardoor restanten van gewasbeschermingsmiddelen niet of in mindere mate aanwezig zullen zijn.

Omschrijving collectie FruitLent

In FruitLent staan in totaal 30 à 35 druivenstokken van even zo veel verschillende moderne druivenrassen. Elke stok in FruitLent is derhalve van een ander ras. De collectie omvat rassen met blauwe bessen, witte bessen en paarsrode (roze) bessen, zowel pithoudend, pitarm als pitloos.

Er zijn in FruitLent uitsluitend nieuwe vroegrijpende en resistente rassen geplant die geschikt zijn als tafeldruif. Enkele van de rassen hebben daarnaast ook geschiktheid als wijndruif. We hebben echter niet de ambitie om van de eigen druiven wijn te gaan maken; het gebruik als tafeldruif staat op de eerste plaats. De meeste tafeldruifrassen die in FruitLent staan behoeven niet te worden gekrent; de trossen worden namelijk van nature los gevormd.

Nagenoeg alle stokken in FruitLent zijn geplant als professioneel plantmateriaal en zijn derhalve geënt op een speciale druivenonderstam.
 Lees hier verder over druivenonderstammen.

In FruitLent staan 29 van de stokken buiten aangeplant in een speciaal daarvoor opgerichte noord-zuid georiënteerde V-haag constructie, waarbij duurzame gegalvaniseerd stalen onderdelen zijn gebruikt. Het gebruikte V-haag systeem staat ook wel bekend als het Lyra-systeem of de Liervorm. In FruitLent wordt dit systeem gecombineerd met de Guyot-snoei: korte stammen met lang éénjarig vruchthout dat elke jaar wordt vervangen. De plantafstand tussen de stokken bedraagt gemiddeld 55½ cm. Bij de stokken is druppelbevloeiing aanwezig met een capaciteit van 2 liter per uur.

Het Lyra-systeem vraagt iets meer onderhoud dan een enkele haag, doch heeft voor de tafeldruiven als voordeel dat de trossen door de V-haag net buiten het gewas hangen. Hierdoor groeien de trossen minder snel vast in het gewas of in de aanwezige gewasdraden. Bovendien hangen de trossen vrij en worden ze minder gemakkelijk beschadigd door de wind. Dit komt het uiterlijk ten goede: een belangrijk element voor tafeldruiven.

In de hobbykas zijn 4 druivenstokken aangeplant. Ook hier gaat het om resistente rassen, welke deels ook geschikt zijn voor buitenteelt.

Hieronder volgt de omschrijving van de rassen die in de collectie van FruitLent aanwezig zijn (of aanwezig zijn geweest). Bij elk ras zijn uitgebreide beschrijvingen opgenomen over de kenmerken en de herkomst, voor zover wij dit hebben kunnen natrekken. Voor de lezers die de uitgebreide omschrijvingen te omvangrijk vinden en daardoor door de bomen het bos niet meer zien, hebben we onderaan de beschrijving een totaalbeoordeling door FruitLent opgenomen.
 Lees hier de uitleg over de FruitLent-totaalbeoordeling