Abrikozen

Naamgeving en herkomst

De abrikoos wordt gerekend tot de botanische soort Prunus armeniaca. Er wordt aangenomen dat deze Prunus-soort stamt uit de bergen van noordelijk en noordoostelijk China.

Met verwijzing naar de wetenschappelijke naam Prunus armeniaca wordt door sommigen wel verondersteld dat Armenië het stamland van de abrikoos zou zijn, maar dat is vrijwel zeker onjuist. In Armenië werden vroeger weliswaar veel abrikozen verbouwd, doch het was waarschijnlijk een tussenstation op de verspreidingsroute van de soort, richting Europa. In Armenië groeien in elk geval geen wilde abrikozen, terwijl dit wel het geval is in verscheidene Oostaziatische landen, onder andere in China. In China werden abrikozen al zo’n twee- tot vierduizend jaar voor onze jaartelling gekweekt.
Er wordt wel gesuggereerd dat de verspreiding van de abrikoos richting Europa voor een deel het gevolg is van de veldtochten van Alexander de Grote in de vierde eeuw voor Christus. Daarna zou de abrikoos in Griekenland en Italië zijn beland als gevolg van Romeins-Perzische oorlogen gedurende de eerste eeuw voor Christus. Pas daarna zou de abrikoos in andere Europese landen terecht zijn gekomen.

Lange tijd beschouwden de Europeanen de abrikoos als perzik. Pas vanaf de 16-de eeuw werd de abrikoos als een zelfstandige soort gezien.

De abrikoos is genetisch dipoïd (2n = 2x = 16).

Kenmerken en teelt

De abrikoos groeit, net als de pruim en de perzik, aan een bladverliezende boom. De bladeren hebben een zeer fraaie hartvormige vorm. De groeitoppen in de jonge scheuten zijn fraai rood gekleurd. De bloesems verschijnen vroeg in het seizoen, in Nederland al in maart tot april, zijn lichtroze gekleurd en verkleuren iets lichter naarmate ze langer open staan.

De fraaie bladvorm, de fraaie rode groeitoppen en de vroeg bloeiende lichtroze bloesems, maakt dat de abrikozenboom een hoge sierwaarde heeft en daarom ook geschikt is om in de siertuin te worden aangeplant. Daarnaast heeft de abrikozenboom ook in de herfst nog een hoge sierwaarde, omdat de bladeren relatief lang aan de boom blijven zitten en daarna een fraaie herfstkleur kunnen krijgen.

De bloesems bloeien nog vroeger dan bij perziken en zijn door dit vroege bloeitijdstip extra gevoelig voor schade door nachtvorst. Alhoewel diverse abrikozenrassen als zelfbestuivend bekend staan, is het bij veel rassen zo dat de vruchtzetting verbetert bij kruisbestuiving.

De schil van de abrikoosvrucht voelt, net als bij de perzik, een beetje pluizig aan. Het vruchtvlees is oranje van kleur en heeft over het algemeen een stevige textuur. Bij volledige rijpheid verdwijnt deze stevige textuur en wordt het vruchtvlees zachter. Het vruchtvlees is van nature vrij droog en heeft een voor abrikozen kenmerkend aroma.

Abrikozen rijpen al behoorlijk vroeg in het seizoen, vroeger dan de meeste pruimen en perziken. Alhoewel de verschillende abrikozenrassen onderling variëren in rijpingstijdstip, is het verschil in rijpingstijdstip tussen vroeg en laat rijpende rassen veel minder groot dan bij veel andere fruitgewassen. De meeste rassen rijpen derhalve relatief kort op elkaar; in Nederland voornamelijk gedurende de maand juli.

Door dit relatief korte oogstvenster, hebben plantenveredelaars actief gezocht naar zeer vroeg of juist zeer laat rijpende rassen, waardoor het totale oogstvenster wordt vergroot. Hierdoor zijn inmiddels enkele zeer vroeg rijpende rassen op de markt gekomen die in Nederland al in juni afrijpen (zoals: ‘Tsunami’ ®, ‘Pricia’ ® en ‘Wonder Cot’). Tevens zijn enkele zeer laat rijpende rassen geïntroduceerd die tot omstreeks medio augustus afrijpen (zoals: ‘Tardicot’, ‘Frisson’ ®, ‘Farely’, ‘Farbaly’, ‘Jenny Cot’ ® en ‘Congat’). Er is inmiddels zelfs een extreem laat ras beschikbaar dat pas in september afrijpt (‘Farclo’).

Abrikozen kunnen ook voor verse consumptie heel smakelijk zijn. Voorwaarde is dan dat ze geheel rijp worden geoogst. In de huidige teeltgebieden wordt aan die voorwaarde niet altijd voldaan. Abrikozen worden daar meestal te vroeg geoogst, waardoor de smaak op z’n best matig is. Bij teelt in eigen tuin kunt u de vruchten uiteraard door en door rijp laten worden aan de boom, waardoor de kwaliteit veel beter is dan de verse abrikozen die incidenteel in de winkel worden verkocht.

De aromatische vruchten van de abrikoos komen op taarten of desserts goed tot hun recht. In maaltijden combineert de vrucht met zowel zoete als met pikante gerechten.

De bomen van abrikozen zijn tamelijk vatbaar voor ziektes, met name voor bacteriekanker (Pseudomonas syringae). Hierdoor kan plotselinge tak- of boomsterfte optreden. Aantasting door bacteriekanker is moeilijk te bestrijden, doch kan door teeltmaatregelen wel gedeeltelijk worden voorkomen (door rassenkeuze, keuze onderstam, hogere enthoogte boven de grond, snoeitijdstip, het in de winter wit maken van de stammen, het bevorderen van een ongestoorde en regelmatige groei, het voorkomen van overbelasting door goede vruchtdunning). Desalniettemin zien veel commerciële telers een jaarlijkse uitval van circa 5% van de bomen als “normaal”. De kans op plotselinge tak- of boomsterfte is dus iets dat u op de koop moet toenemen als u besluit abrikozen te gaan telen.

Abrikozen worden niet aangetast door de krulziekte (zoals perziken en nectarines).

Commerciële aspecten

Door het vroege bloeitijdstip is de professionele teelt van abrikozen tot nu toe nagenoeg beperkt tot de subtropische en mediteranne gebieden. Weliswaar groeit de abrikozenboom ook prima in koelere streken, zoals in Nederland, doch door de vroege bloei is de kans hier groter dat de bloesems worden beschadigd door voorjaarsnachtvorst. Zonder aanvullende beschermende maatregelen is hierdoor de oogstzekerheid in Nederland van jaar tot jaar onvoldoende voor commerciëel opgezette boomgaarden.

Voor zover bij ons bekend, is in Nederland sinds 2009 één fruitkweker uit midden-Limburg actief die moderne grootvruchtige abrikozenrassen buiten teelt, weliswaar onder bescherming met plastic. Deze fruitkweker zet zijn gehele oogst normaliter middels huisverkoop af. Er zijn inmiddels meer Nederlandse fruittelers die interesse beginnen te tonen in de teelt van abrikozen. We hebben er in FuitLent zelfs enkelen op bezoek gehad. Er zijn idicaties vanuit Duitsland dat de bloesems van veel moderne abrikozenrassen veel minder gevoelig zijn voor nachtvorstschade dan steeds werd verondersteld. Ook in FruitLent treedt schade door nachtvorst zelden op.

In Europa is de abrikoos een belangrijk fruitgewas in de landen rondom de Middenlandse Zee, Roemenië, Hongarije, Zwitserland (kanton Wallis), Oostenrijk (Wachauregio) en Frankrijk (vooral in het dal en de benedenloop van de Rhône). De belangrijkste producent is Turkije. Abrikozen worden ook commercieel geteeld in Pakistan, Iran, Oekraïne, Rusland, China, Zuid-Afrika, Verenigde Staten, Argentinië, Chili, Austalië en Nieuw-Zeeland.

Veel van de geteelde abrikozen worden gedroogd of op andere wijze industrieel verwerkt, bijvoorbeeld tot abrikozenjam of gedestilleerd tot sterke drank. De abrikoos wint de laatste jaren populariteit als vrucht voor verse consumptie. Hiervoor zijn de moderne rassen met grote kwalitatief goede vruchten het meest geschikt.

Omdat abrikoos in Nederland (nog) geen commerciëel gewas is, is er bij de Nederlandse boomtelers niets gedaan aan vernieuwing van het rassenassortiment. Daarom is bij Nederlandse boomtelers gewoonlijk uitsluitend plantgoed verkrijgbaar van de (veelal kleinvruchtige) zeer oude rassen die vijftig tot honderd jaar geleden ook al werden aangeboden, zoals: ‘Tros Oranje’ en ‘Bredase’. In het buitenland daarentegen, is plantgoed verkrijgbaar van diverse sterk verbeterde moderne grootvruchtige rassen (zoals aanwezig in FruitLent)

Omschrijving collectie FruitLent

De aanplant in FruitLent bestaat uit enkele bomen in laagstam-vorm (geplant op een plantafstand van 5,00 x 3,70 meter en voorzien van druppelbevloeiing met een capaciteit van 4 liter per uur) en enkele bomen in een palmet-leivorm die zijn geplant aan de zijkant van het dakoverstek van de hobbykas (eveneens voorzien van druppelbevloeiing met een capaciteit van 4 liter per uur). Tevens zijn in het siertuingedeelte enkele abrikozenbomen aangeplant, waaronder ook enkele dwergvormen die door hun zwakkere groei met name zijn bedoeld voor particuliere tuinen.

Bij de rassenkeuze in FruitLent is voornamelijk gebruik gemaakt van moderne grootvruchtige rassen met een goede consumptiekwaliteit. Het plantgoed hiervan werd in het buitenland ingekocht. Er is tevens ervaring opgedaan met één oud kleinvruchtig ras die werd aangeplant als referentiekader voor de nieuwe grootvruchtige rassen.

In FruitLent zijn ook interspecifieke abrikozen aanwezig. Kijk hiervoor op de pagina voor de Aprium ®.

Er is in FruitLent ervaring opgedaan met de navolgende abrikozenrassen: