Rasbeschrijving aardbeien (doordragende) (Fragaria x vescana)

Rebecka

Het gaat om een kruising tussen de kleine bosaardbei (Fragaria vesca) en de gewone tuinaardbei (Fragaria x ananassa). Een vruchtbare kruising tussen deze twee soorten zal via natuurlijke weg niet tot stand komen, doch in Duitsland en Zweden zijn wetenschappers er in geslaagd om toch een vruchtbare kruisingen tussen deze twee soorten tot stand te brengen. De ontstane soortkruising wordt aangeduid met de wetenschappelijke naam Fragaria x vescana (een samentrekking van vesca en ananassa).

Karin Trajkovski van de Sveriges Lantbruksuniversitet (Swedish University of Agricultural Sciences) in Balsgård (Zweden) was één van de wetenschappers die er in slaagde om een vruchtbare kruising (via een omweg) tot stand te brengen. In Zweden wordt Fragaria x vescana, de soortkruising tussen de kleine bosaardbei en de gewone tuinaardbei, aangeduid met de Zweedse naam “smulgubbe”.

Voor de ontwikkeling van ‘Rebecka’ kruiste Karin Trajkovsk de tuinaardbei ‘Fern’ (8x) met een tetraploide variant van de kleine bosaardbei Fragaria vesca (4x). Het kruisingsproduct (6x) werd gekruist met de tuinaardbei met de aanduiding ‘F861502’ (deze laatste betrof een Balsgård-selectie die was ontstaan uit een kruising van de rassen ‘Lina’, ‘Cruz’ en ‘Honeoye’).

Er werden vanuit Zweden in totaal drie Fragaria x vescana rassen geïntroduceerd ‘Annelie’ (1977), ‘Sara’ (1988) en ‘Rebecka’. Deze laatste stond aanvankelijk bekend onder kwekersnummer ‘F9152003’ en werd omstreeks 2002 geïntroduceerd onder de naam ‘Rebecka’. Het is daarmee de laatste introductie van een Fragaria x vescana ras en is tevens de enige doordrager binnen dit segment !

‘Rebecka’ is dus een dagneutraal ras (ofwel doordrager) die gedurende de gehele zomer en herfst bloemen en vruchten produceert. Vanwege het dagneutrale karakter, vindt er ook bloem- en vruchtontwikkeling plaats op de uitlopers die de planten vormen. Het aantal uitlopers is echter beperkt en daarmee wijkt het ras derhalve af van het hierboven beschreven ras ‘Florika’, die juist veel uitlopers vormt. Ook voor ‘Rebecka’ geldt dat de planten per stuk niet zo groot worden en diverse jaren mee gaan.

Indien de eerste bloemen niet worden weggenomen, vinden er twee oogstpieken plaats: één piek in het normale aardbeiensezoen en één piek in augustus. ‘Rebecka’ gaat echter door met het vormen van bloemen en vruchten zo lang als het weer in het najaar het toelaat.

De vruchten van ‘Rebecka’ zijn klein tot middelgroot, gemiddeld circa 5½ gram zwaar, waarbij de grootste vruchten ongeveer 10 gram wegen (doorsnede circa 3 cm). Ze zijn daarmee aanzienlijk groter dan bosaardbeien, doch kleiner dan de meeste hedendaagse tuinaardbeien.

Het vruchtvlees heeft een voortreffelijke smaak met een sterk aroma; het bosaardbei-aroma is duidelijk herkenbaar. Het vruchtvlees is veel zachter van structuur dan van de hedendaagse commerciële tuinaardbei-rassen; hierdoor hebben de vruchten geen goede bewaar- en transporteigenschappen. Derhalve zijn de commerciële mogelijkheden van de vruchten beperkt en is het ras met name geschikt voor particuliere tuinen.

De planten zijn weinig gevoelig voor ziektes en zijn zeer winterhard.