Rasbeschrijving witte druiven

Fanny

Ook bekend als ‘R. 79’

Herkomst: Ontstaan uit een kruising (in 1970) van ‘Villard Blanc’ (ook bekend als ‘Seyve Villard 12.375’ of ‘Eger 2’) met (‘Téli Muskotály’ x ‘Olympia’), door Dr. Jozsef Csizmazia uit Hongarije.

Trossen en bessen: Grote ovale groengele bessen (circa 4,3 gram) aan grote tot zeer grote redelijk los gevormde geschouderde trossen. De bessen zijn gelijkmatig van grootte. Zodra de bessen rijpen, verkrijgen ze aan de zonzijde een bruine tint. Rijpt vanaf de derde week in september, maar in sommige jaren ook wel later (tot in oktober). ‘Fanny’ rijpt daarmee derhalve wat aan de late kant. Ondanks het wat lagere suikergehalte (tot 16-17% Brix) hebben de bessen een goede smaak met zeer stevig vruchtvlees.

Groei: Sterke groei met groeiwijze rechtop met dunne wat slappere scheuten. Mooie diep ingesneden bladeren. Zeer productief. Weinig gevoelig voor misbloei. Goede trosdunning noodzakelijk. Bij ‘Fanny’ valt op dat de bessen tijdens het groeiseizoen gedurende langere tijd klein blijven en pas op een later moment in omvang toenemen. Vroeger in het seizoen bestaat derhalve de indruk dat ‘Fanny’ een ras is met kleine bessen, hetgeen dus echter geenszins het geval is.

Ziekten: Goede resistentie tegen valse meeldauw en redelijke resistentie tegen echte meeldauw.

Gebruik: Te gebruiken als tafeldruif.

De stok in FruitLent is geënt op onderstam ‘125AA’ en in de zomer van 2005 als containerplant uitgeplant. Deze droeg in 2006 voor het eerst vruchten.

FruitLent-totaalbeoordeling (als tafeldruif voor buitenteelt):
Wij beoordelen ‘Fanny’ als TAMELIJK GOED tot GOED. Het ras heeft eigenlijk alle kenmerken die je graag in een tafeldruif ziet. Helaas rijpt ‘Fanny’ wel wat aan de late kant en kunnen de resultaten van jaar tot jaar variëren.