Rasbeschrijving tomaten

West Virginia '63 - rode vleestomaat

Dit ras is in de jaren ’50 van de vorige eeuw uit een complex kruisingsschema ontwikkeld onder leiding van Professor Dr. Mannon E. Gallegly (1923-) aan de West Virginia University (WVU) en werd vervolgens in 1963 geïntroduceerd, als onderdeel van de viering omtrent het 100-jarig bestaan van de universiteit. Het introductiejaar verklaart de naamgeving ‘West Virginia ’63’. Het ras wordt echter ook wel aangeduid als ‘the people’s tomato’.

Geeft rood gekleurde middelgrote vleestomaten met een gemiddeld vruchtgewicht van zo’n 160 gram (grootste vruchten tot zo’n 300 gram). De vruchten hebben een ronde tot afgeplatte vorm en variëren onderling wat van vorm en grootte. De vruchten zijn in het onrijpe stadium bleekgroen van kleur en kleuren in het rijpe stadium uniform door naar rood (zonder de kans op groenkragen). In het rijpe stadium zijn de vruchten weinig gevoelig voor scheuren. Het vlezige zachte vruchtvlees is donkerrood van kleur en heeft een goede milde licht zoete smaak.

‘West Virginia ’63’ is een ras waarvan de eerste vruchten middentijds tot vrij laat rijpen: in 2016 / 2019 / 2020 waren in de hobbykas 71 / 64 / 55 dagen nodig tussen uitplanten en de eerste rijpe vrucht.

De planten zijn resistent tegen de navolgende ziektes:
– verwelkingsziekte (Verticillium albo-atrum en Verticillium dahliae);
– gemiddelde resistentie tegen Fusarium-vaatziekte (Fusarium oxysporum f.sp. lycopersici).

Omdat de resistentie tegen Fusarium-vaatziekte staat aangegeven als “gemiddeld”, is deze waarschijnlijk op kwantitatieve genen gebaseerd (en niet op één van de bekende dominante resistentiegenen).

Daarnaast is ‘West Virginia ’63’ één van de rassen met resistentie tegen de aardappelziekte (Phytophthora infestans). De resistentie in ‘West Virginia 63’ is gebaseerd op één resistentiegen (homozygoot ‘Ph-2‘), daarnaast zou dit ras tevens nog wat kwantitatieve resistentiegenen tegen de aardappelziekte bevatten.
Lees hier meer over aardappelziekteresistentie bij tomaat.
Omdat de resistentie voornamelijk op het Ph-2 gen is gebaseerd, is deze alleen bruikbaar op plaatsen waar dit gen nog werkzaam is.

De planten hebben een middelsterke groeikracht met een compacte groeiwijze en groeien als een stamtomaat, zodat de dieven die worden gevormd moeten worden weggenomen. Door de compacte groeiwijze kan zo nodig hier en daar een blad worden uitgedund.