Extra informatiebox FruitLent

Uitleg over de smaak van druiven

Vaak wordt ons de volgende vraag gesteld:

We zijn op zoek naar een zoete druif, welke moeten we dan nemen ?

Laten we maar meteen een misverstand uit de wereld helpen: de smaak van druiven wordt niet alleen bepaald door de zoetheid. De smaaksensatie die iemand ervaart is afhankelijk van diverse factoren, zoals:

  • De textuur van het vruchtvlees. Erg week of erg geleiachtig vruchtvlees leidt ertoe dat de schil en de pitten tijdens het eten erg opvallen, hetgeen de smaaksensatie negatief beïnvloedt. Stevig vruchtvlees dat tijdens het doorbijten knapt in de mond is voor tafeldruiven derhalve de meest gewenste eigenschap;
  • De hardheid of juist de zachtheid van de schil. De schil moet idealiter niet te hard en tegelijkertijd ook niet te zacht zijn;
  • De aanwezigheid of juist de afwezigheid van bepaalde aroma’s. Een overheersend foxton-aroma (zoals bij sommige oudere resistente druivenrassen) kan de druiven nagenoeg oneetbaar maken. Een zeer licht foxton-aroma (aardbeiensmaak) wordt door sommigen juist wel en door sommigen juist niet op prijs gesteld. Dan zijn er nog tafeldruiven met muskaatsmaak, die door sommigen zeer op prijs worden gesteld. De ander houdt echter meer van druiven met een neutrale smaak. Over smaak valt nu eenmaal niet te twisten….
  • Het zuurgehalte en het suikergehalte. Tijdens de rijping neemt het suikergehalte toe en het zuurgehalte af. De mate waarin het zuurgehalte afneemt kan echter afhankelijk zijn van het ras. Zo is het mogelijk dat een druif tegelijkertijd een hoog suikergehalte én een hoog zuurgehalte heeft. Voor tafeldruiven is van belang dat deze mild zijn in de zuren en uitgebalanceerd in het suikergehalte. Een hoog suikergehalte is voor tafeldruiven niet strikt noodzakelijk. Tafeldruiven met een suikergehalte van bijvoorbeeld 16 tot 17 % Brix kunnen prima smaken indien de overige kenmerken in orde zijn. Het omgekeerde gaat ook op: extreem zoete druiven hoeven niet per definitie beter te smaken;
  • Het uiterlijk van de druiven. Het oog wil immers ook wat. Iets dat er lelijk of juist heel mooi uit ziet kan de smaaksensatie ook beïnvloeden. Wij weten het: objectief mag dit natuurlijk niets uit maken, maar het is in werkelijkheid uiteraard wel zo;
  • De aan- of afwezigheid van pitten. Formeel heeft dit ook niet direct te maken met de smaak, doch beïnvloedt in werkelijkheid wel de smaaksensatie van de consument.

We begrijpen dat we door het aanbrengen van alle bovenstaande nuances de keuze voor u wellicht niet gemakkelijker maken. Alleen selecteren op zoetheid is immers gemakkelijker dan selecteren op alle relevante smaakkenmerken. Voor zover mogelijk besteden we bij al onze rassenbeschrijvingen aandacht aan alle genoemde aspecten.