Rasbeschrijving paarse frambozen

Paarse frambozen

Met de naam paarse framboos wordt geduid op een soortkruising tussen de gewone framboos zoals we deze in Europa kennen (Rubus idaeus) en de zwarte framboos (Rubus occidentalis), zoals deze voor komt in het oosten van Noord-Amerika.

De paarse framboos wordt aangeduid met de zelfstandige wetenschappelijke benaming Rubus x neglectus. Het x-teken voor de soortnaam duidt er dus op dat deze is ontstaan uit een soortkruising.

Alvorens we dieper in gaan op de paarse framboos, is het noodzakelijk om eerst nader in te gaan op één van de kruisingsouders: de zwarte framboos. De zwarte framboos (Rubus occidentalis) groeit van origine in het oosten van Noord-Amerika. Het gaat om een plant met een braamachtige groeiwijze met tot 4 meter lange fraaie bedauwde blauw-paars gekleurde gestekelde scheuten. Door de opvallende kleur met waslaag, zijn de scheuten in de wintermaanden ook decoratief. Door de braamachtige groeiwijze ontstaan de nieuwe grondscheuten vanuit het hart van de plant en derhalve niet spontaan op diverse plaatsen vanuit de wortels, zoals dit bij gewone frambozenplanten het geval is. Ondanks dat de planten van zwarte frambozen dus meer weg hebben van bramen dan van frambozen, worden ze toch “zwarte framboos” genoemd. Dit komt omdat de bloembodem ten tijde van de oogst aan de plant blijft zitten, waardoor de geoogste vruchten aan de onderzijde hol zijn (zoals bij een gewone framboos). Bij bramen breekt de bloembodem bij de oogst los van de plant en blijft deze in de vrucht zitten. Bij de naamgeving van de zwarte framboos is dus aansluiting gezocht bij de vorm van de vruchten en niet bij de groeiwijze van de planten.
De vruchten van de zwarte framboos rijpen naar een ongewone paarszwarte kleur met een grijs-paarse dauwlaag en zijn ten opzichte van gewone frambozen wat kleiner van omvang. De smaak is zoet, doch sterker en aromatischer dan van de gewone frambozen. De vruchten zijn prima geschikt voor verse consumptie en laten zich ook goed verwerken. Er zijn enkele mutanten van de zwarte framboos bekend die het vermogen missen om paarse kleurstof te vormen, waardoor de vruchten geel worden. Deze mutanten zijn echter vrij onbekend en moeten overigens niet worden verward met de geelvruchtige variëtieten van de gewone framboos.

Paarse frambozen (Rubus x neglectus) zijn voortgekomen uit meer of minder complexe kruisingen tussen gewone frambozen en zwarte frambozen. De eerste paarse framboos verscheen omstreeks 1878. De groeiwijze van paarse frambozen zit in principe tussen de beide oudersoorten in, doch van de geïntroduceerde paarse rassen lijkt de groeiwijze het meest op die van de zwarte framboos. Dit betekent dat de nieuwe grondscheuten ontstaan vanuit het hart van de plant en derhalve niet spontaan op diverse plaatsen vanuit de wortels. De scheuten kunnen behoorlijk lang worden en hebben een dieprode tot paarse kleur met meestal ook zo’n opvallende grijze waslaag, afkomstig van de zwarte ouder. De vruchten rijpen in juli gedurende het normale frambozenseizoen en zijn qua structuur vergelijkbaar met die van gewone frambozen, doch hebben een diep donkerrode tot paarse kleur met een dauwlaag. De vruchten hebben ten opzichte van gewone frambozen een sterker aroma. Door de “vreemde” vruchtkleur worden paarse frambozen in Europa nauwelijks commerciëel geteeld en zijn het dus echte liefhebbersplanten die moeilijk verkrijgbaar zijn.

In FruitLent zijn twee rassen van de paarse framboos aanwezig:

Brandywine‘: Dit ras werd geselecteerd uit een complexe kruising op het New York State Agricultural Experiment Station, onderdeel van de Cornell University. ‘Brandywine’ is ontstaan uit een kruising van de donkere paarse framboos ‘NY 631’ met de gewone rode framboos ‘Hilton’. De kruising werd in 1963 gemaakt, vervolgens werden 172 zaailingen beoordeeld, waarvan in 1966 zeven planten werden geselecteerd. Eén van deze planten kreeg de voorlopige kwekersaanduiding ‘NY 905’ en werd in 1976 geïntroduceerd als ‘Brandywine’.
Het ras geeft relatief grote aantrekkelijke vruchten (5-6 gram), rond tot conisch van vorm, purperrood van kleur met middelmatige dauwlaag, stevig, aromatisch van smaak, zeer geschikt voor verwerking. De planten zijn zeer groeikrachtig met gestekelde scheuten. Vatbaar voor Verticillium.

Glen Coe‘: Dit ras werd door Derek Jennings (1929-) geselecteerd op het Scottish Crop Research Institute (SCRI) te Invergowrie, nabij Dundee in Schotland. Dit ras, met de aanvankelijke kwekersaanduiding ‘SCRI 7751C4’, werd omstreeks 1989 geïntroduceerd. ‘Glen Coe’ is een diploïd ras welke is ontstaan uit een kruising van de gewone rode framboos ‘Glen Prosen’ met een ongestekelde zwarte framboos. Deze ongestekelde zwarte framboos was overigens ook een vinding van Derek Jennings, die hij ontwikkelde door de stekelloze eigenschap via complexe kruisingen vanuit het oude frambozenras ‘Burnetholm’ in zwarte frambozen in te kruisen. De door Derek Jennings ontwikkelde stekelloze zwarte framboos is later op andere plaatsen ook nog gebruikt voor de ontwikkeling van nieuwe stekelloze zwarte frambozenrassen.
‘Glen Coe’ is dus een paarse framboos die als gevolg van de afstamming ongestekelde scheuten heeft. De planten zijn groeikrachtig met lange paarse bedauwde scheuten. Middelgrote paarse vruchten met een opvallende dauwlaag, rond tot conisch van vorm, stevig, aromatisch van smaak. Rijpt wat vroeger dan ‘Brandywine’. De planten hebben een gemiddelde tot goede productiviteit en zijn resistent tegen Verticillium, doch gevoelig voor koud voorjaarsweer.