Rasbeschrijving kerspruimen

Kerspruimen

De kerspruim, of ook wel myrobalaan genoemd, is géén kruising tussen een kers en een pruim, zoals de naam zou kunnen suggereren. Het betreft een zelfstandige botanische soort met de naam Prunus cerasifera. Deze soort heeft vrijwel zeker aan de wieg gestaan van de Europese cultuurpruim (Prunus domestica).

De kerspruim is eveneens bekend als fruitgewas en geeft kleine vruchten ter grootte van een kers (zie daar de naam), welke echter over het algemeen minder smaakvol zijn dan die van de Europese cultuurpruim. Daarom is de kerspruim als fruitgewas niet bijzonder populair, alhoewel er in het buitenland wel diverse rassen bestaan die speciaal voor de vruchtdracht zijn bedoeld.

Meer populariteit heeft de kerspruim gekregen als onderstam voor het enten van Europese cultuurpruimen of voor het enten van sommige andere Prunus-fruitsoorten. Er zijn derhalve speciale rassen uitgeselecteerd die alleen als onderstam worden toegepast, zoals bijvoorbeeld het onderstamras ‘Myrobalan B’.
 Lees hier verder de toepassing van kerspruim als onderstam.

Van het Spaanse kerspruim-ras ‘Adara’ is bekend dat deze kan worden gebruikt als tussenstam, waarmee bestaande Japanse pruimen-, perziken- of nectarinebomen kunnen worden omgeënt naar zoete kersen. En het nieuwe Californische ras ‘RI-1’ wordt ook toegepast als universele tussenstam voor zoete kersen die daarmee kunnen worden geënt op diverse gangbare pruimen- en perzikonderstammen. Via deze kerspruim-tussenstammen kunnen de gangbare pruimen- en perzikonderstammen dus ook gebruikt gaan worden voor de kersenteelt. Daarmee zou er voor de kersenteelt plotseling een veel grotere keuze aan onderstammen beschikbaar zijn….

Behalve de reeds omschreven toepassingen van de kerspruim voor de productie van de vruchten, of als onderstam, of als tussenstam, kunnen bepaalde rassen van de kerspruim als sierboom worden toegepast.

Dit laatste is ook in FruitLent het geval, want van het bekende sierras ‘Nigra‘ zijn in het voorjaar van 2007 twee bomen aangeplant welke aan een speciaal daarvoor opgerichte gegalvaniseerd stalen stelling als leiboom worden opgekweekt in een palmet-vorm. Het ras ‘Nigra’ bloeit in het voorjaar al vroeg en zeer rijk met fraaie roze bloesems, gevolgd door prachtige donkerrode bladeren. Qua vruchtzetting is de ‘Nigra’ niet erg uitbundig; zij draagt gewoonlijk namelijk slechts enkele vruchtjes. Deze hangen met een tamelijk lang en dun steeltje aan de boom en vallen met hun donkere paarsrode kleur tussen het blad nauwelijks op. De vruchtjes rijpen eind juli / begin augustus. Het vruchtvlees is ook rood van kleur, vrij week, heeft een vast zittende kleine steen en een niet al te uitgesproken zoete tot friszure smaak met een vrij harde zurige schil.

Het ras ‘Nigra’ wordt vanwege de rode bladkleur en de fraaie bloei veel als tuin- en parkboom toegepast.