© FruitLent

EXCLUSIEVE VRUCHTENTUIN OP DE RAND VAN DE STAD

   >> HOME      >> FRUITGEWASSEN
   
       
  PRUIMEN (Europese cultuurpruim)   © FruitLent
 

 

 

   
 

Naamgeving en herkomst

De pruim zoals we deze in West-Europa kennen wordt tot de soort Prunus domestica gerekend. Daarnaast is er een tweede botanische soort die de naam Prunus insititia draagt. Tot deze laatstgenoemde soort worden wel de kleinvruchtige kroosjespruimen en mirabellen gerekend, terwijl de overige vormen tot de eerstgenoemde soort worden gerekend. Zowel Prunus domestica als Prunus insititia hebben zes setjes chromosomen (2n = 6x = 48).

Duidelijk is dat Prunus domestica en Prunus insititia zeer verwant zijn aan elkaar. Wij van FruitLent voelen dan ook veel voor de zienswijze dat het eigenlijk om één botanische soort gaat, waarbij Prunus insititia slechts een ondersoort of cultivargroep is binnen de allesomvattende soort Prunus domestica. Ongeacht of het nu wel of niet om twee "verschillende" soorten gaat noemen we deze: Europese cultuurpruimen. De Europese cultuurpruim moet niet worden verward met de Japanse pruim (elders op deze website).

De preciese herkomst van de Europese cultuurpruim is al langere tijd onduidelijk. De soort komt in het wild namelijk niet voor, behalve dan verwilderde vormen van gecultiveerde pruimen. Dat het een soort is die alleen in menselijke cultuur voorkomt, wordt al gesuggereerd door het latijnse woord 'domestica'. Literatuur over pruimen gaat meer dan 2.000 jaar terug en men denkt dat de pruimenteelt al meer dan 4.000 jaar bestaat.

De taxonomen M.B. Crane en W.J.C. Lawrence gaan er in hun wetenschappelijke publicaties uit de eerste helft van de vorige eeuw van uit dat de Europese cultuurpruim is ontstaan uit een soortkruising tussen de sleedoorn ofwel sleepruim (Prunus spinosa) en de kerspruim ofwel myrobalaan (Prunus cerasifera). Het leefgebied van deze twee botanische soorten overlapt in de Kaukasus en daar zou derhalve de soortkruising op natuurlijke wijze kunnen zijn ontstaan. Daarbij zou de Europese cultuurpruim volgens Crane en Lawrence vier setjes chromosomen van de tetraploïde (4x) sleedoorn en twee setjes chromosomen van de diploïde (2x) kerspruim hebben geërfd.

Door de resultaten van latere onderzoeken wordt de bovenstaande theorie weer in twijfel getrokken. Onder andere omdat kunstmatig gemaakte hexapoïde (6x) soortkruisingen tussen sleedoorn en kerspruim qua kenmerken onvoldoende op de Europese cultuurpruim bleken te lijken, maar ook om andere redenen.
Volgens nieuwere onderzoeken zouden 2x, 4x en 6x vormen van de kerspruim aan de basis staan van de Europese cultuurpruim. De sleedoorn zou dus niet aan de basis staan. Sterker nog: uit andere onderzoeken blijkt dat de sleedoorn zelf een soortkruising betreft (tussen Prunus cerasifera en Microcerasus microcarpa).

Wij zijn geïnteresseerd indien u betrouwbare informatie heeft over de ontstaansgeschiedenis van de Europese cultuurpruim (e-mail). Met de hedendaagse mogelijkheden in DNA-onderzoek moet het toch mogelijk zijn om dit alsnog te achterhalen.

 

   
       
 

Kenmerken en teelt

Pruimen groeien aan bladverliezende winterharde bomen, welke in april rijkelijk bloeien met witte bloesems.

De bloesems van veel pruimenrassen zijn zelfbestuivend, sommigen zijn gedeeltelijk zelfbestuivend en sommigen zijn niet zelfbestuivend. Voor deze laatste categorie is kruisbestuiving derhalve noodzakelijk. Alhoewel de bestuivingsmogelijkheden net als bij zoete kersen en bij Japanse pruimen worden bepaald door het systeem van gametofytische zelfincompatibiliteit (GZI), is het bij pruimen zo dat bijna alle rassen in staat zijn om elkaar te bestuiven, zo lang de bloeiperiodes voldoende overlap vertonen. Dit komt omdat pruimen hexaploïd zijn (2n = 6x = 48), waardoor het bijna altijd zo is dat twee rassen op minimaal één van de zes S-allelen verschilt.

De vrucht die na de vruchtzetting onstaat is een echte steenvrucht. Afhankelijk van het ras rijpen de vruchten vanaf begin juli tot in oktober. Er is tussen de rassen dus erg veel variatie aanwezig in rijpingstijdstip. De meeste commerciële rassen rijpen echter in de maanden augustus en september.

Al naar gelang het ras kunnen de vruchten qua kleur variëren: groen, groengeel, geel, geelrood, rood, paarsrood, paars, blauw, zwartblauw. Ook qua vorm van de vruchten bestaat veel variatie. En ook qua smaak en gebruiksmogelijkheden zijn de verschillen erg groot. Door deze grote variatie, zijn er in het verleden diverse pogingen gedaan om de diverse rassen in te delen in verschillende cultivargroepen. In 1940 werd de navolgende indeling gemaakt:

  • Reine Clauden of rondpruimen (ook wel: spp. italica): hiermee worden de rassen bedoeld die zijn afgeleid van de originele 'Reine Claude verte'. Deze rassen hebben vruchten met (meestal) een ronde vorm en een zoete smaak;
  • Mirabellen en kroosjespruimen (ook wel: spp. insititia): hiermee worden de rassen bedoeld die ook wel werden c.q. worden ingedeeld in de afzonderlijke botanische soort Prunus insititia. Deze rassen geven kleine ronde kersachtige vruchtjes. Deze hebben over het algemeen stevig (vrij droog) vruchtvlees met een los liggende steen en een zoete smaak. De bomen van sommige oudere rassen kunnen een doornige groeiwijze vertonen. Omdat de vruchtjes lijken op die van de kerspruim, kunnen deze hiermee worden verward. De kerspruim is echter van een andere botanische soort (Prunus cerasifera). Bepaalde kroosjespruimen werden / worden ook wel als onderstam toegepast;
  • Kwetsen en damastpruimen (spp. oeconomica): hiermee worden de rassen bedoeld met langwerpige spitse vruchten. De oudere kwetsenrassen hebben meestal een wat zurige smaak en rijpen gewoonlijk later in het seizoen;
  • Half-kwetsen of ook wel echte pruimen (spp. intermedia): dit is eigenlijk een verzamelgroep van alle tussenvormen die niet in één van de andere categoriën passen. Qua vorm kunnen de vruchten van deze groep dan ook variëren van rond tot ovaal tot langwerpig.

Ondanks de bovenstaande grove indeling in diverse cultivargroepen, blijft het erg onoverzichtelijk en is elke indeling arbitrair. Dit komt ook omdat er nieuwe rassen onstaan uit kruisingen tussen rassen uit verschillende cultivargroepen. Hierdoor mixen de eigenschappen en vervagen de grenzen van de diverse cultivargroepen. Zo bestaan er inmiddels bijvoorbeeld nieuwe rassen die wel tot de mirabellen worden gerekend, doch die veel grotere vruchten hebben. Of nieuwe kwetsenrassen die een formidabele smaak hebben en/of vroeg afrijpen. Mede doordat de bovenstaande indeling in cultivargroepen al dateert van 1940, is deze achterhaald te noemen. Daarom is er veel voor te zeggen om af te stappen van deze indeling en het woord "pruim" gewoon te gebruiken als verzamelnaam voor het hele palet aan vormen, kleuren en smaken.

 

 

 

 

pruimen bloeien in april met fraaie witte bloesems

       
 

Commerciële aspecten

De vruchten van de Europese cultuurpruim kennen veel verschillende gebruiksmogelijkheden. Naast verse consumptie kan worden gedacht aan drogen, inmaken op siroop, jam, als vulling voor taarten en vlaaien, pruimenwijn en voor gedestilleerde dranken (zoals sliwowits en eau-de-vie). Er bestaan zeer veel verschillende rassen die veelal zijn afgestemd op één of meer van de genoemde gebruiksmogelijkheden.

De Europese cultuurpruim wordt van origine in geheel Europa en in het westen van Azië geteeld. Daarnaast is zij geïntroduceerd in andere werelddelen, zoals Noord-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland. In andere werelddelen worden echter ook veel Japanse pruimen geteeld, welke in botanisch opzicht niet mogen worden verward met de Europese cultuurpruim.

In Nederland worden Europese cultuurpruimen veel buiten geteeld, zowel bij professionele telers als bij hobbyisten. Incidenteel worden bepaalde rassen van de Europese cultuurpruim in Nederland ook wel onder glas geteeld en er wordt op professionele basis geëxperimenteerd met de vervroeging in kunststof tunnelkassen.

Er wordt een opleving van de professionele pruimenteelt in Nederland verwacht, omdat de teelt kan worden geintensiveerd bij het gebruik van zwakker groeiende onderstammen, zoals de uit Rusland afkomstige onderstam 'VVA-1' ('Krymsk 1' ®), welke sinds enkele jaren voor de West-Europese markt beschikbaar is.


   
       
 

Omschrijving collectie FruitLent

De aanplant in FruitLent bestaat uit 9 verschillende bomen in laagstam-vorm, welke zijn geplant op een plantafstand van 5,00 x 3,70 meter. De bomen zijn voorzien van druppelbevloeiing met een capaciteit van 4 liter per uur.

Veel van de aanwezige rassen zijn voor Nederlandse omstandigheden niet gangbaar en zijn onder andere uitgekozen op basis van ziekteresistentie.

Er is ervaring opgedaan met de navolgende rassen:

Aprimira

Dit ras komt van het Forschungsanstalt Geisenheim in Geisenheim / Rheingau (Duitsland). Dit instituut claimt in 1994 een soortkruising te hebben gemaakt tussen de Europese cultuurpruim 'Mirabelle von Herrenhausen' en de abrikoos 'Orangered' ®. Deze selectie stond aanvankelijk bekend onder kwekersnummer 'P 55-73-95' en werd daarna geïntroduceerd onder de naam 'Aprimira'.

Dit ras wordt sinds het winterseizoen 2007 / 2008 onder de fantasienaam 'Aprikola' als nieuwigheid verkocht door een Duits postorderbedrijf. Volgens dit postorderbedrijf zou het gaan om een kruising tussen de reeds genoemde 'Mirabelle von Herrenhausen' en de abrikoos 'Harlayne'. Het postorderbedrijf heeft naar ons toe echter bevestigd dat hun 'Aprikola' en 'Aprimira' in feite dezelfde zijn. Het is ons niet bekend waarom zij aangeven dat de abrikoos 'Harlayne' (en niet 'Orangered' ®) de kruisingsouder zou zijn.
Overigens wordt door een andere Duits postorderbedrijf ook nog een soortgelijke kruising aangeboden onder de fantasienaam 'Miracose', waarbij het in werkelijkheid eveneens gaat om de 'Aprimira'. Ook hebben we inmiddels al gehoord over een andere fantasienaam 'Apribelle'.

Alle genoemde fantasienamen ten spijt: 'Aprimira' is dus de enige officiële naam voor dit ras.

U zult zich misschien afvragen waarom we dit ras in de afdeling "pruimen" van deze website bespreken. Het zou immers gaan om een soortkruising tussen de Europese cultuurpruim en de abrikoos. Voor een dergelijke interspecifieke soort zouden we eigenlijk een aparte afdeling op deze website moeten inrichten, zoals we dat ook hebben gedaan voor de interspecifieke Pluot ®, de interspecifieke Aprium ® en de interspecifieke Cherrycot. Waarom dan toch geen eigen afdeling voor deze interspecifieke 'Aprimira' ?

Welnu: wij hebben er van begin af aan niet in geloofd dat het hier in werkelijkheid zou gaan om een soortkruising tussen de Europese cultuurpruim en de abrikoos. Naar onze mening verschillen de Europese cultuurpruim en de abrikoos daarvoor te veel op botanische / genetische gronden. Wij hebben steeds gedacht dat het hier zou gaan om een gewone Europese cultuurpruim die qua kenmerken toevallig enigszins op een abrikoos lijkt, waardoor de opvatting is gaan heersen dat de soortkruising inderdaad tot stand zou zijn gekomen.

Prof. Dr. Peter Braun van het Forschungsanstalt Geisenheim heeft in augustus 2009 naar ons toe bevestigd dat na genetisch onderzoek vast is komen te staan dat 'Aprimira' inderdaad een volwaardige Europese cultuurpruim is, en derhalve GEEN soortkruising met abrikoos !

De veronderstelde soortkruising is derhalve helemaal niet tot stand gekomen. De bloesem van 'Mirabelle von Herrenhausen', waar de bestuiving met het stuifmeel van de abrikoos op heeft plaatsgevonden, is kennelijk daarnaast onbedoeld ook nog bestoven geweest met ander stuifmeel van een onbekende gewone Europese cultuurpruim. Of misschien was het wel zelfbestuiving ?
Het enige dat we dus zeker weten over de afstamming van 'Aprimira', is dat 'Mirabelle von Herrenhausen' de moeder is, en een onbekend pruimenras de vader. Door onbedoelde zelfbestuiving zou 'Mirabelle von Herrenhausen' mogelijk tevens de vader kunnen zijn.

Het was dus bij nader inzien een beetje prematuur om het ras 'Aprimira' als een soortkruising te introduceren. Particulieren die via één van de genoemde postorderbedrijven zo'n boom hebben gekocht denken nu in bezit te zijn van iets unieks, terwijl dit dus geenszins het geval is !

Op grond van al het voorgaande kan dus gesteld worden dat 'Aprimira' een volwaardig pruimenras is en op deze plaats van de website derhalve correct is ingedeeld.

'Aprimira' geeft een boom met een opgerichte groeiwijze en een gemiddelde tot sterke groeikracht. De boom begint al op jonge leeftijd te dragen en draagt op éénjarig en meerjarig hout. De boom is weinig gevoelig voor beurtjaren. De bloesems bloeien ten opzichte van andere pruimenrassen vroeg tot middentijds. Kruisbestuiving wordt aanbevolen.

De vruchten zijn middelgroot en hebben een donkergele huid met in het volledig rijpe stadium wat rode vlekjes. De vruchten wegen 30 tot 35 gram, hebben een ovale vorm met een lengte van 40 tot 47 mm en een diameter van 34 tot 38 mm. Het vruchtvlees heeft een los liggende vrij kleine steen, is ook donkergeel van kleur, stevig van textuur, vrij droog tot zelfs enigszins melig en heeft een zoete smaak. De steeltjes van de vruchten hechten niet erg sterk aan de vrucht. De vruchten rijpen omstreeks eind augustus / begin september.

Tolerant voor het sharka-virus (Plum Pox Virus = PPV). Weinig vatbaar voor monilia en ook overigens weinig vatbaar voor ziekten en plagen.

'Aprimira' is in FruitLent niet aanwezig als zelfstandige boom, doch is door middel van spleetenting op 15 maart 2009 geënt op de reeds aanwezige boom van de pruim 'Sainte Cathérine'. De geënte tak bloeide in 2010 voor het eerst, zodat de eerste vruchten in de zomer van 2010 werden geoogst.

vruchten van 'Aprimira'   vruchten van 'Aprimira'   rijpe vrucht van 'Aprimira'    
vruchten van 'Aprimira'   vrucht van 'Aprimira'   vruchten van 'Aprimira'    
Bellamira

Dit ras werd in het Forschungsanstalt Geisenheim in Geisenheim / Rheingau (Duitsland) geselecteerd uit een kruising van 'Cacanska Najbolja' (ook wel: 'Cacaks Beste') met 'Mirabelle de Nancy'. De kruising werd in 1993 gemaakt. De selectie stond aanvankelijk bekend onder kwekersnummer 'P 34-56-1994' en werd daarna in het begin van deze eeuw geïntroduceerd onder de naam 'Bellamira'. Van hetzelfde onderzoeksinstituut komt ook het ras 'Miragrande', die ongeveer gelijktijdig werd geïntroduceerd.

'Bellamira' wordt gerekend tot de mirabellen en moet worden gezien als een verbetering van het oude ras 'Mirabelle de Nancy'. De geel gekleurde ovale vruchten zijn met circa 25 gram veel groter dan die van 'Mirabelle de Nancy' (12 gram). De vruchten kunnen rode stipjes hebben indien ze aan de zon zijn blootgesteld.
Zoals bij mirabellen gebruikelijk is, hebben de vruchten van 'Bellamira' vrij droog vruchtvlees met een los liggende steen en een zoete smaak. Rijpt in de eerste helft van september, derhalve ongeveer 7 tot 10 dagen eerder dan 'Mirabelle de Nancy'. Door de late rijping kunnen de vruchten aangetast worden door de tweede generatie van de pruimenmot, waardoor wormpjes in de vruchten aanwezig kunnen zijn. Bestrijding van de pruimenmot is voor dit ras derhalve aan te bevelen.
Rijpe vruchten zitten vast aan de boom en zijn weinig gevoelig voor scheuren. Daardoor kunnen ze lang aan de boom blijven hangen en ze halen dan een steeds hoger suikergehalte (tot maar liefst ruim 31% Brix !). De vruchten zijn geschikt voor verse consumptie, doch met name ook voor allerlei vormen van verwerking. Uit proeven is zelfs gebleken dat 'Bellamira' het oude ras 'Mirabelle de Nancy' overtreft in kwaliteit van de verwerkte producten.

De boom groeit matig sterk en vertakt goed met veel kort zijhout. Qua blad lijkt deze veel op 'Mirabelle de Nancy'. Dit is natuurlijk niet vreemd, aangezien 'Bellamira' uit een kruising met 'Mirabelle de Nancy' is ontstaan. De bomen komen echter veel eerder in productie (al vanaf het tweede jaar) en zijn regelmatiger productief. Bloemknoppen worden niet alleen gevormd op het overjarige hout, maar ook overdadig op het éénjarige hout. De bloesems zijn zelfbestuivend. Volgens de gegevens uit Geisenheim bloeien de bloesems van de 'Bellamira' laat. Dit komt echter niet overeen met de ervaringen in FruitLent, waar eerder het tegenovergestelde uit blijkt; 'Bellamira' bloeit in FruitLent ten opzichte van andere pruimenrassen gewoonlijk vroeg.

De boom in FruitLent is in het voorjaar van 2006 geplant en geënt op de onderstam 'St. Julien A'. De boom droeg al in 2007 overdadig.

Bij het noodweer dat in de vroege avond van 14 juli 2010 over een deel van Nederland trok, is onze boom van 'Bellamira' tegen de vlakte gegaan. Sinds dat tijdstip is dit ras derhalve niet meer in de collectie van FruitLent aanwezig.

rijpende vruchten van 'Bellamira' rijpe vruchten van 'Bellamira' rijpe vruchten van 'Bellamira'
 
rijpe vruchten van 'Bellamira'

rijpe vruchten van 'Bellamira'
rijpe vruchten van 'Bellamira' rijpe vruchten van 'Bellamira'
Belle de Thuin (RGF)

Dit ras is gevonden in een tuin in het dorp Jamioulx ten zuiden van Charleroix (Wallonië, België) en vervolgens via het RGF-programma geïntroduceerd. Over de verdere ontstaansgeschiedenis van 'Belle de Thuin' is ons niets bekend.
Lees hier meer over de RGF-rassen.

Geeft zeer grote langwerpige groengele vruchten. Het gemiddeld vruchtgewicht bedraagt zo'n 70 tot 90 gram, met uitschieters tot maximaal 120 à 135 gram per vrucht. Het vruchtvlees is erg sappig en zoet en heeft een los liggende steen, waarvan soms een klein puntje in het vruchtvlees achter kan blijven. Uitstekende kwaliteit voor verse consumptie. Rijpt midden augustus. Zoals bij meer gele pruimen het geval is, zijn beschadigingen op de schil (bijvoorbeeld door schuurschade) goed zichtbaar.

De boom groeit middelmatig sterk met half opgerichte tot hangende takken. In FruitLent is gebleken dat overjarig zijhout vrij gemakkelijk afbreekt, omdat de aanhechting aan de hoofdtakken nogal broos is. De boom is vruchtbaar en bloeit zeer vroeg, iets vroeger dan de meeste andere pruimenrassen. De bloesems zijn niet zelfbestuivend en moeten daarom bestoven worden door een ander zeer vroeg bloeiend ras. 'Prune de Prince' (RGF) is volgens de gegevens uit het RGF-programma geschikt als bestuiver. In FruitLent blijkt 'Bellamira' meestal ook gelijk te bloeien met 'Belle de Thuin' zodat deze waarschijnlijk ook geschikt is als bestuiver.

Volgens gegevens uit het RGF-programma gemiddeld vatbaar voor monilia. De vruchten lijken weinig gevoelig voor barsten, maar worden in die tijd van het jaar wel gemakkelijk aangetast door wespenvraat.

Door de zeer grote vruchten van formidabele eetkwaliteit en de fraaie boom met zijn middelmatige groeikracht is 'Belle de Thuin' één van de favorieten in onze collectie !

De boom in FruitLent is geënt op onderstam 'St. Julien A' en is in oktober 2005 geplant. De boom droeg in 2007 voor het eerst enkele vruchten.

vruchten van 'Belle de Thuin'   vruchten van 'Belle de Thuin'   vruchten van 'Belle de Thuin'    
vruchten van 'Belle de Thuin'   vruchten van 'Belle de Thuin'        
Courod (Goldust ®) - dwergpruim

Dit ras is door Gilbert Cours-Darne (1909-2001) uit La Romieu in Frankrijk gevonden en is na het jaar 2000 geïntroduceerd via Pepinieres Darnaud in Montelimar (Frankrijk).

Alhoewel dit ras de werkelijke naam 'Courod' draagt, wordt deze voornamelijk aangeboden onder de Franse merknaam 'Goldust' ®. Daarom wordt hierna steeds gesproken over 'Goldust' ® en niet over 'Courod', terwijl dit laatste eigenlijk correcter zou zijn.

Het gaat in het geval van 'Goldust' ® om een ras met dwerggroei. Hierdoor kunnen de boompjes van 'Goldust' ® eventueel in grote potten worden opgekweekt op het balkon of terras en zijn ze extra geschikt voor kleinere standplaatsen. Hierdoor is 'Goldust' ® dus met name bedoeld voor particulieren en wordt deze tot op dit moment ook uitsluitend voor dat doel aangeboden (voornamenlijk op de Franse markt).

De boompjes zijn zelfbestuivend en geven geel gekleurde vruchten met een zoete smaak die afrijpen vanaf eind augustus - september.

Een boompje van 'Goldust' ® is in FruitLent aanwezig en zal in de winter van 2011 / 2012 in het siertuingedeelte van FruitLent worden uitgeplant. Het boompje is geënt op onderstam 'Myrobalan' (hetgeen door de sterke groeikracht van deze onderstam naar verwachting dus niet de meest ideale combinatie zal opleveren met de zwak groeiende 'Goldust' ®).

Excalibur

Dit ras werd gekweekt op het Horticultural Research Institute te Kent (Engeland) als een vrij bestoven zaailing van het ras 'Cox's Emperor'. Geïntroduceerd in 1992.

Dit ras geeft grote tot zeer grote (ei)ronde vruchten met een oranjerode kleur (circa 85 gram). De dunne schil is veelal sterk bedauwd. Het sappige vruchtvlees heeft een buitengewoon goede smaak. De steen ligt los in het vruchtvlees. Rijpt in de tweede helft van augustus.

De boom groeit zeer sterk en tamelijk steil, waarbij de takken de neiging hebben om te verkalen. De vruchtbaarheid treed tamelijk vroeg in, doch is daarna slechts matig. Wortelsnoei en/of zwak groeiende onderstammen worden aanbevolen om de groei te beperken en de vruchtbaarheid te verbeteren. De bloesems bloeien tamelijk vroeg en zijn niet zelfbestuivend. Kan bestoven worden door bijvoorbeeld 'Valor', 'Victoria', 'Reine Claude d'Oullins', 'Bleue de Belgique' of 'Sanctus Hubertus'.

Matig vatbaar voor loodglans. De vruchten zijn weinig tot tamelijk gevoelig voor scheuren. Door de dunne schil vaak last van wespenvraat.

Ondanks dat het ras pas recent werd geïntroduceerd, is deze in de professionele teelt nu al vrijwel verdwenen. Redenen hiervoor zijn: de sterke groei, de matige vruchtbaarheid en het risico op wespenvraat. Het is dan ook niet heel gemakkelijk om er nog plantmateriaal van te bemachtigen. Voor particuliere tuinen is 'Excalibur' aantrekkelijk vanwege de zeer goede eetkwaliteit, doch is dan alleen geschikt indien voldoende ruimte voorhanden is èn een geschikte bestuiver erbij wordt geplant.

De boom in FruitLent is geënt op onderstam 'St. Julien A' en is in het voorjaar van 2006 geplant. De boom droeg in 2008 voor het eerst enkele vruchten.

vruchten van 'Excalibur'   vrucht van 'Excalibur'        
vruchten van 'Excalibur'   vruchten van 'Excalibur'        
Jubileum

Synoniem: 'Gunar'.

Gekweekt door de heer V. Trajkovski van The Swedish University of Agricultural Sciences, Balsgard, Department of Horticultural Plant Breeding, Kristianstad (Zweden). Gewonnen uit een kruising van 'Giant' met 'Yakima'. Geïntroduceerd in 1989.

'Jubileum' is sinds de introductie tot de hoofdrassen voor de commerciële teelt in Nederland gaan behoren.

Geeft zeer grote ovaal-langwerpige vruchten die roodpaars van kleur zijn. De vruchten hebben een stevige schil. Het stevige vruchtvlees is sappig en heeft een doorgaans los liggende steen. De smaak is goed, mits de vruchten volledig zijn gerijpt aan de boom. Vruchten van 'Jubileum' die in de handel worden aangeboden worden soms onrijp geoogst en smaken dan slechts matig. De kans op onrijp oogsten is bij 'Jubileum' vrij groot omdat de vruchten al vroeg op kleur komen, doch op dat moment nog niet rijp zijn. 'Jubileum' rijpt omstreeks medio augustus.

De boom groeit aanvankelijk sterk en opgaand. Als de boom in productie komt neemt de groeikracht af. Goede snoei is noodzakelijk voor de belichting en om verkaling te voorkomen. Hiermee wordt de vruchtgrootte en smaak op peil gehouden. De bloesems bloeien tamelijk vroeg en zijn gedeeltelijk zelfbestuivend. De vruchtzetting verbetert derhalve bij kruisbestuiving. Geschikte bestuivers zijn: 'Bleue de Belgique', 'Opal' en 'Voyageur'.

'Jubileum' is tamelijk vatbaar voor loodglans en matig vatbaar voor vruchtrot. De vruchten zijn weinig tot tamelijk gevoelig voor scheuren. Er zijn in de jaren dat 'Jubileum' commerciëel wordt geteeld inmiddels enkele gevallen bekend, waarbij het vruchtvlees bruin verkleurt.

Alhoewel 'Jubileum' niets te maken heeft met het oude ras 'Belle de Louvain', doen de groeiwijze van de boom, het uiterlijk van de vruchten en het rijpingstijdstip onmiskenbaar wel aan dit oude ras denken. De kwaliteit en de productiviteit van 'Jubileum' zijn echter veel beter. Ondanks dat 'Jubileum' niets met 'Belle de Louvain' te maken heeft, zou deze desalnittemin wel als een verbeterde 'Belle de Louvain' kunnen worden beschouwd. Er bestaat derhalve geen enkele reden meer om nog 'Belle de Louvain' aan te planten, behalve dan mogelijke nostalgische gevoelens.

De boom in FruitLent is geënt op onderstam 'St. Julien A' en is in het najaar van 2005 geplant. De boom droeg in 2007 voor het eerst enkele vruchten.

vruchten van 'Jubileum'   vruchten van 'Jubileum'   vruchten van 'Jubileum'    
vruchten van 'Jubileum'   vruchten van 'Jubileum'      
Opal

Gekweekt op het Statens Trädgardsförksöksinstitutet te Alnarp (Zweden). Onstaan uit een kruising die in 1925 werd gemaakt tussen 'Early Favourite' en 'Reine Claude d'Oullins'. Geïntroduceerd in 1946.

Sinds eind jaren '70 van de vorige eeuw behoort 'Opal' in Nederland tot de hoofdrassen voor de commerciële teelt.

'Opal' geeft tamelijk kleine tot middelgrote eironde vruchten (30 gram). De vruchten hebben een gele ondergrond met een roodpaarse tot blauwe dekkleur. De schil is matig bedauwd. Het vrij stevige sappige vruchtvlees heeft een uitstekende smaak, namelijk zoet met een ondertoon van zuren en een fijn aroma. De steen ligt los in het vruchtvlees. Rijpt omstreeks eind juli / begin augustus. Rijpe vruchten vallen snel van de boom.

De bomen groeien sterk met een half-opgerichte groeiwijze en een vrij lichtgroene bladkleur. De bomen van 'Opal' hebben de neiging om in de zomer veel langloten te maken, waardoor er behoefte aan zomersnoei bestaat. De bomen komen gewoonlijk al vanaf het derde groeijaar in productie en dragen daarna goed en regelmatig. De takken kunnen bij overvloedige vruchtdracht gemakkelijk uitscheuren, een kenmerk dat 'Opal' heeft geërfd van 'Reine Claude d'Oullins'. De bomen van 'Opal' hebben echter geen last van verkalende takken, zoals de bomen van 'Reine Claude d'Oullins' dat wel hebben. De bloesems van 'Opal' bloeien middentijds en zijn zelfbestuivend. 'Opal' is ook een geschikte bestuiver voor diverse andere rassen.

'Opal' is niet bijzonder vatbaar voor ziekten en beschadigingen. Wel kunnen de vruchten in die tijd van het jaar gemakkelijk worden aangetast door wespenvraat.

De boom in FruitLent is geënt op onderstam 'St. Julien A' en is in het najaar van 2005 geplant. Deze droeg in 2008 voor het eerst vruchten.

vruchten van 'Opal'   vruchten van 'Opal'        
vruchten van 'Opal'   geoogste vruchten van 'Opal'        
Prune de Prince (RGF)

Dit is een traditioneel ras in Gaume, Wallonië, België. Het ras werd via het RGF-programma opnieuw geïntroduceerd.
Lees hier meer over de RGF-rassen.

Dit ras geeft vruchten van het mirabellentype, derhalve rond van vorm en klein van formaat (als een kers). De vruchten zijn uniform qua vorm en grootte en hebben een gemiddeld vruchtgewicht van circa 12 gram. In tegenstelling tot de meeste mirabellen zijn de vruchtjes van 'Prune de Prince' niet geel van kleur, doch blauwzwart met een sterke waslaag. Het vruchtvlees is zeer stevig en droog, heeft een los liggende steen en is erg zoet van smaak. De vruchtjes zijn geschikt voor verse consumptie, doch vooral voor verwerking en drogen.
De vruchtjes kleuren al vroeg in het seizoen blauw en lijken dan al rijp. Tussen het moment dat de vruchtjes blauw beginnen te kleuren en de daadwerkelijke rijping zit echter wel een periode van zo'n vijf weken, waarna de vruchtjes pas tegen eind september daadwerkelijk rijp worden. De rijpingsperiode strekt zich zich vervolgens uit over een periode van circa twee weken. Rijpe vruchtjes hangen vrij vast aan de boom en hoeven om die reden niet onmiddelijk te worden geplukt. De vruchtjes kunnen daardoor nog aan de boom hangen als de bladeren al van de boom zijn gevallen.

De boom groeit krachtig met opgaande takken en een open groeiwijze. De boom is vruchtbaar. De bloesems bloeien vroeg tot zeer vroeg en zijn zelfbestuivend.

Volgens de gegevens uit het RGF-programma is 'Prune de Prince' weinig vatbaar voor monilia. De vruchten zijn weinig gevoelig voor barsten.

De boom in FruitLent is geënt op onderstam 'St. Julien A' en is in oktober 2005 geplant. De boom droeg in 2007 voor het eerst vruchten.

vruchten van 'Prune de Prince'   vruchten van 'Prune de Prince'   vruchten van 'Prune de Prince'    
vruchten van 'Prune de Prince'   vruchten van 'Prune de Prince'        
Reine Claude d'Oullins

Synoniemen: 'Reine Claude précose', 'Massot' en 'Oullins Golden Gage'.

Dit ras is als een toevalszaailing gevonden te Coligny (Frankrijk). Waarschijnlijk betrof de moederboom het bekende ras 'Reine Claude verte'. Geïntroduceerd omstreeks 1860 door de heer M. Massot uit Oullins, bij Lyon (Frankrijk).

Geeft middelgrote tot tamelijk grote ronde groengele vruchten (55-60 gram) die in de eerste helft van augustus rijpen. Vruchten die in de volle zon hebben gehangen kleuren goudgeel met enkele rode stipjes. De vruchten hebben een tere schil en sappig vruchtvlees. Bij gunstige weersomstandigheden tijdens de rijping is de smaak uitstekend, namelijk zoet met een goed aroma dat enigszins verwijst naar de moederboom 'Reine Claude verte'. Bij slechte weersomstandigheden kan de smaak meer flauwzoet zijn. De steen hecht matig aan het vruchtvlees. Zoals bij meer gele pruimen het geval is, zijn beschadigingen op de schil (bijvoorbeeld door schuurschade) goed zichtbaar. Ook verkleurt de schil na de oogst vrij snel bruin. Het vruchtvlees kan tijdens de oogst bij de steelaanhechting gemakkelijk inscheuren, waardoor de vruchten versneld kunnen gaan rotten. Dit is te voorkomen door de vruchten voorzichtig inclusief de steel te oogsten. Al met al is de houdbaarheid beperkt.

De boom groeit zeer sterk met lange opgaande takken. De takken hebben de neiging om aan de basis kaal te worden. De boom begint pas op latere leeftijd te dragen, doch draagt daarna wel goed. De takken kunnen bij overvloedige vruchtdracht gemakkelijk uitscheuren. De bloesems bloeien middentijds en zijn zelfbestuivend.

Dit ras is weinig gevoelig voor loodglans en matig vatbaar voor bacteriekanker. Rijpe of bijna rijpe vruchten aan de boom scheuren gemakkelijk bij regen. Ook worden ze in die tijd van het jaar gemakkelijk aangetast door wespenvraat.

In Nederland werd 'Reine Claude d'Oullins' vroeger vrij veel commerciëel geteeld. In de hedendaagde commercliële beplantingen komt het ras nagenoeg niet meer voor vanwege: de sterke groeikracht, de pas op latere leeftijd intredende vruchtbaarheid, de beperkte houdbaarheid van de vruchten en het feit dat gele pruimen over het algemeen een minder fraai uiterlijk hebben, waardoor de voorkeur van de consument meer uit gaat naar gekleurde varianten.

Er zijn in de loop der jaren enkele mutanten van 'Reine Claude d'Oullins' ontstaan met roodpaarse vruchten. Deze hebben als voordeel dat beschadigingen op de schil minder goed zichtbaar zijn. Voor het overige komen de kenmerken globaal overeen.
Een bekende mutant met rode vruchten draagt de naam 'Reine Claude van Schouwen'. Deze is in 1943 gevonden in Zierikzee. Er zijn echter op meer plaatsen rood gekleurde mutanten ontdekt.

De boom van 'Reine Claude d'Oullins' in FruitLent is geënt op onderstam 'St. Julien A' en is in het najaar van 2005 geplant. De boom kwam in 2009 in productie.

vruchten van 'Reine Claude d'Oullins'   vruchten van 'Reine Claude d'Oullins'   vrucht van 'Reine Claude d'Oullins'    
vrucht van 'Reine Claude d'Oullins'   vruchten van 'Reine Claude d'Oullins'        
Reine Claude verte

De herkomst van dit oude ras is niet met zekerheid bekend. Als herkomstgebied wordt wel Griekenland, Syrië of Armenië genoemd. Van daar uit zou deze in de eerste helft van de 16-de eeuw vanuit Italië in Frankrijk zijn ingevoerd. Daar zou deze vervolgens in 1524 zijn vernoemd naar koningin Claude, getrouwd met koning François de 1ste van Frankrijk en de dochter van Lodewijk XII. Het is nu natuurlijk niet meer met zekerheid te zeggen of dit verhaal klopt en ook is niet zeker of de huidige 'Reine Claude verte' identiek is aan de 'Reine Claude' die daar toen haar naam zou hebben gekregen.

Hoe dan ook, de naam 'Reine Claude' is een begrip geworden in de pruimenwereld en heden ten dage wordt deze naam ook gebruikt als verzamelnaam voor een cultivargroep met zoet smakende ronde pruimen. Tot deze cultivargroep behoren (naast deze klassieke 'Reine Claude verte') ook afgeleide rassen als 'Washington', 'Jefferson', 'Fermareine' ('Bellina' ®), 'Reine Claude d'Oullins' en 'Reine Claude d'Althan'. En aan het bekende ras 'Opal' heeft de 'Reine Claude verte' ook voor minimaal 25% bijgedragen.

Zoals vaak het geval is bij oude rassen, is 'Reine Claude verte' bekend onder veel verschillende synoniemen, zoals: 'Ringelotten', 'Green Gage', 'Reine Claude Dorée', 'Reine Claude Crottée', 'Grosse Grüne Reneklode', 'Abricot Verte', 'Prunus Italica', 'Zuckerpflaume' en 'Dauphine'. Zoals ook vaak het geval is bij oude rassen, zijn er in de loop der tijd veel mutanten gevonden die op enkele kenmerken kunnen afwijken. Voorbeelden van dergelijke mutanten zijn: 'Reine Claude Hoefer', 'Reine Claude van Beers' en 'Reine Claude van Sweijkhuizen'.

Dit ras geeft tamelijk kleine vruchten (20-25 gram per stuk), bijna rond, iets afgeplat. De vruchten zijn groen tot groengeel van kleur, met aan de zonzijde soms wat kleine rode vlekjes. De vruchten hebben een waslaag. Het vruchtvlees is groengeel en sappig. De steen kan soms iets aan het vruchtvlees hechten. De vruchten rijpen vanaf de tweede helft van augustus. De rijping verloopt enigszins opvolgend, waardoor voor een optimale kwaliteit doorplukken gewenst is. Vaak worden de vruchten echter in één keer en te vroeg geoogst. Rijpe vruchten aan de boom kunnen bij regen open barsten.

De smaak van volledig uitgerijpte vruchten is werkelijk uitstekend te noemen: bijzonder zoet met een fijn en herkenbaar speciaal aroma. Dit ras wordt qua smaak dan ook niet voor niets de koningin onder de pruimen genoemd. Hier staat tegenover dat de vruchten door hun kleine formaat en de groene kleur objectief bezien eigenlijk geen bijzonder aantrekkelijk uiterlijk hebben. Desalniettemin is het uiterlijk van 'Reine Claude verte' bij veel consumenten bekend en wordt deze geassocieerd met de uitstekende eetkwaliteit.

De vruchten zijn door de uitstekende smaak zeer geschikt voor verse consumptie. Ze zijn echter ook geschikt voor conservering.

De boom groeit middelsterk met een half-opgerichte groeiwijze. De bloesems bloeien middentijds. De bloesems zijn nauwelijks zelfbestuivend, waardoor kruisbestuiving noodzakelijk is. Kan bestoven worden door bijvoorbeeld 'Reine Claude d'Oullins', 'Reine Claude d'Althan', 'Victoria', 'Hauszwetsche', 'Anna Späth', 'Mirabelle de Nancy', 'Czar', 'Kirke’s Blue, 'Jefferson' of 'Victoria'. De bomen komen gewoonlijk vanaf het 4-de à 5-de groeijaar in productie, doch de productiviteit is daarna slechts matig en bovendien is de productiviteit van jaar tot jaar wisselvallig.

In commerciële teelten verdwijnt 'Reine Claude verte' van het toneel door de matige en wisselvallige productiviteit en door de lagere plukprestatie (als gevolg van de kleine vruchtmaat en de behoefte tot doorplukken).

'Reine Claude verte' is in FruitLent niet aanwezig als zelfstandige boom, doch is door middel van spleetenting op 27 maart 2010 geënt op de reeds aanwezige boom van het ras 'Opal'. Er zijn in FruitLent nog geen vruchten van 'Reine Claude verte' geoogst.

Sainte Cathérine (RGF)

Dit is een traditioneel ras van l’Entre-Sambre-et-Meuse, Wallonië, België. Het ras werd via het RGF-programma opnieuw geïntroduceerd.
Lees hier meer over de RGF-rassen.

Dit ras geeft middelgrote langwerpige geelgroene vruchten (gemiddeld circa 30 tot 40 gram). De schil is voorzien van een waslaag. Door de langwerpige vorm lijken de vruchten wel wat op een kwets. In tegenstelling tot de meeste kwetsen is het vruchtvlees van 'Sainte Cathérine' echter zeer sappig en zoet van smaak (tot zo'n 20% Brix, zeer rijpe vruchten nog hoger), waardoor de kwaliteit voor verse consumptie prima is. Helaas zit de steen wel vrij vast in het vruchtvlees. De rijping strekt zich uit over een periode van twee à drie weken in september-oktober, derhalve zeer laat in het seizoen.

De boom groeit matig sterk met een open groeiwijze met opgaande takken. De zeer fraaie grote bloesems bloeien laat en zijn zelfbestuivend. Van alle pruimenrassen in de collectie van FruitLent vinden we dat 'Sainte Cathérine' het fraaist bloeit. De boom is zeer vruchtbaar, waardoor vruchtdunning gewenst kan zijn.

Volgens gegevens uit het RGF-programma is 'Sainte Cathérine' gemiddeld vatbaar voor monilia op de bloesems, doch erg weinig vatbaar voor monilia op de vruchten. De vruchten kunnen in een vroeg stadium (juni) aangetast worden door de schimmel Taphrina pruni (ook wel "Hongerpruim", "Olijfgal" of in het Duits "Narrentaschen"), doch deze aantasting blijft gewoonlijk beperkt. Door de late rijping kunnen de vruchten aangetast worden door de tweede generatie van de pruimenmot, waardoor wormpjes in de vruchten aanwezig kunnen zijn. Bestrijding van de pruimenmot is voor dit ras derhalve aan te bevelen.

De boom in FruitLent is geënt op onderstam 'St. Julien A' en is in oktober 2005 geplant. De boom droeg in 2007 voor het eerst vruchten.

vruchten van 'Sainte Cathérine'   vruchten van 'Sainte Cathérine'   vruchten van 'Sainte Cathérine'    
'Sainte Cathérine' draagt fraaie grote bloesems   vruchten van 'Sainte Cathérine'   geoogste vruchten van 'Sainte Cathérine'    


Multi-culti pruimenboom:

Dan hebben tot slot we nog een bijzondere pruimenboom in onze collectie. Deze noemen we onze "multi-culti pruimenboom". Deze boom is bij ons gestart als een boom van het ras 'Wignon' (RGF). Omdat dit ras echter niet zo goed beviel, hebben we besloten om diverse takken van deze boom af te zagen en te voorzien van enten van diverse andere (veelal laatrijpende) rassen. Daardoor zijn op deze boom inmiddels de onderstaande zes verschillende rassen aanwezig. Het is de bedoeling dat het aantal rassen op deze multi-culti boom in de loop van de komende jaren nog zal toenemen.

Haganta

Dit ras is op de Universiteit van Hohenheim (Duitsland) onder leiding van Dr. Walter Hartmann ontstaan uit een kruising (in 1985) van 'Cacanska Najbolja' (ook wel: 'Cacaks Beste') met 'Valor'. De selectie stond aanvankelijk bekend onder nummer '1274' en werd daarna in 2003 geïntroduceerd onder de naam 'Haganta'.

Dit ras geeft aantrekkelijke grote ovale blauwe vruchten met een diameter van zo'n 45 mm en een vruchtgewicht van 60 tot 80 gram. Het vruchtvlees is stevig, heeft een los liggende steen, heldergeel van kleur en verkleurt naar oranje als de vrucht volledig rijp is. De smaak is goed, met een hoog suikergehalte en een middelhoog zuurgehalte. De vruchten rijpen laat in het seizoen, ongeveer vanaf medio september. De vruchten zijn bedoeld voor verse consumptie. Er kan soms holtevorming (met gom) in de vruchten aanwezig zijn.

De bomen groeien middelsterk tot sterk met een gespreide groeiwijze. De bomen beginnen al op jonge leeftijd te dragen en dragen daarna goed en regelmatig. De bloesems bloeien middelvroeg en zijn slechts gedeeltelijk zelfbestuivend.

De boom is niet resistent tegen tegen het sharka-virus (Plum Pox Virus = PPV), doch is ook niet erg vatbaar.

'Haganta' is in FruitLent niet aanwezig als zelfstandige boom, doch is door middel van spleetenting op 19 maart 2011 geënt op de reeds aanwezige boom van het ras 'Wignon'. Daarmee is 'Haganta' onderdeel gaan uitmaken van onze multi-culti pruimenboom. Er zijn in FruitLent nog geen vruchten van 'Haganta' geoogst.

Miragrande

Dit ras werd in het Forschungsanstalt Geisenheim in Geisenheim / Rheingau (Duitsland) geselecteerd uit een kruising van 'Mirabelle von Herrenhausen' met 'Gele Kwets'. De kruising werd in 1994 gemaakt. De selectie stond aanvankelijk bekend onder kwekersnummer 'P 53-71-1995' en werd daarna in het begin van deze eeuw geïntroduceerd onder de naam 'Miragrande'. Van hetzelfde onderzoeksinstituut komt ook het ras 'Bellamira', die ongeveer gelijktijdig werd geïntroduceerd.

'Miragrande' wordt gerekend tot de mirabellen, doch de vruchtjes zijn met circa 21 gram veel groter dan die van de klassieke mirabellen. Door de groengele kleur en de breed-ronde vorm hebben de vruchtjes van 'Miragrande' qua uiterlijk wel wat weg van die van het bekende ras 'Reine Claude verte'. De vruchten kunnen aan de zonzijde rode stipjes krijgen.
Zoals bij mirabellen gebruikelijk is, hebben de vruchten van 'Miragrande' vrij droog vruchtvlees met een los liggende steen en een zoete smaak. Het vruchtvlees is echter niet zo vast als dat van 'Bellamira'. Rijpt in de tweede helft van september, ongeveer twee tot drie weken later dan 'Bellamira'.

Door de late rijping kunnen de vruchten aangetast worden door de tweede generatie van de pruimenmot, waardoor wormpjes in de vruchten aanwezig kunnen zijn. Bestrijding van de pruimenmot is voor dit ras derhalve aan te bevelen.

Rijpe vruchten zitten vast aan de boom en zijn weinig gevoelig voor scheuren. Daardoor kunnen ze lang aan de boom blijven hangen, doch iets minder lang dan die van 'Bellamira'. Het suikergehalte is (zeer) hoog, doch wel iets lager dan van 'Bellamira'. De vruchten zijn geschikt voor verse consumptie, doch met name ook voor allerlei vormen van verwerking. Uit uitgevoerde testen bleek dat de vruchten van 'Miragrande' net iets lager scoren dan die van 'Bellamira'.

'Miragrande' groeit sterk en vertakt goed, doch de vertakking en de vorming van kort zijhout is wat minder sterk dan bij 'Bellamira'. De bomen komen vroeg in productie (al vanaf het tweede jaar) en de gevoeligheid voor beurtjaren is gering. Bloemknoppen worden niet alleen gevormd op het overjarige hout, maar ook overdadig op het éénjarige hout. De bloesems zijn zelfbestuivend. Volgens de gegevens uit Geisenheim bloeien de bloesems van 'Miragrande' middellaat.

'Miragrande' is in FruitLent niet aanwezig als zelfstandige boom, doch is door middel van spleetenting op 19 maart 2011 geënt op de reeds aanwezige boom van het ras 'Wignon'. Daarmee is 'Miragrande' onderdeel gaan uitmaken van onze multi-culti pruimenboom. Er zijn in FruitLent nog geen vruchten van 'Miragrande' geoogst.

Thames Cross

In Frankrijk ook wel bekend als 'Prune de Miel' (Frans voor "honingpruim").

Dit ras werd door G.T. (George) Spinks op het Long Ashton Research Station (Bristol, Verenigd Koninkrijk) in de periode 1925-1938 geselecteerd uit een kruising van 'Coe's Golden Drop' met 'Giant Prune'.

'Thames Cross' geeft grote groengele vruchten die door hun langwerpige vorm qua type lijken op een kwets. Bij volledige rijping kunnen ze een lichte roze blos krijgen. Het vruchtvlees is gemiddeld stevig, zeer sappig en zoet met een rijk aroma dat wel wordt omschreven als dat van honing. De vruchten zijn kwetsbaar, hetgeen een commerciële beperking oplevert. De vruchten rijpen laat, in september, en zijn met name bedoeld voor verse consumptie.

De bomen groeien tamelijk krachtig met een opgerichte groeiwijze. De productie vangt al op jonge leeftijd aan. De bloesems bloeien middentijds tot laat en zouden gedeeltelijk zelfbestuivend zijn.

'Thames Cross' is in FruitLent niet aanwezig als zelfstandige boom, doch is door middel van spleetenting op 19 maart 2011 geënt op de reeds aanwezige boom van het ras 'Wignon'. Daarmee is 'Thames Cross' onderdeel gaan uitmaken van onze multi-culti pruimenboom. Er zijn in FruitLent nog geen vruchten van 'Thames Cross' geoogst.

Topgigant Plus

Dit ras werd in het Forschungsanstalt Geisenheim in Geisenheim / Rheingau (Duitsland) onder leiding van professor Helmut Jacob geselecteerd uit een kruising van 'Cacanska Najbolja' (ook wel: 'Cacaks Beste') met 'President'. De kruising werd in 1993 gemaakt. De selectie stond aanvankelijk bekend onder kwekersnummer 'P 35-35-1994' en werd daarna in het begin van deze eeuw geïntroduceerd onder de naam 'Topgigant Plus'.

Dit ras geeft grote tot zeer grote ovale vruchten (gemiddeld 75 gram) van het type kwets. De vruchten zijn blauw van kleur met waslaag. Het stevige vruchtvlees is sappig, lichtgeel van kleur en heeft een goede friszure smaak. De steen ligt los in het vruchtvlees. De vruchten rijpen omstreeks eind augustus (exacte tijdstip in Nederland nog niet bekend), doch vallen niet snel van de boom. Hierdoor kan de oogstperiode worden verlengd, omdat de rijpe vruchten nog even kunnen blijven hangen. De vruchten zijn goed bewaarbaar en transporteerbaar. Ze zijn geschikt voor verse consumptie, doch zijn door hun grote formaat minder geschikt voor het gebruik op taarten en vlaaien.

De boom groeit middelsterk tot sterk. Er worden bloesems op het éénjarige en op het meerjarige hout gevormd. De bloesems bloeien middelvroeg en zijn gedeeltelijk zelfbestuivend, zodat de vruchtzetting derhalve verbetert bij kruisbestuiving. De bomen komen na het planten snel in productie, ze dragen redelijk en tamelijk regelmatig. Vruchtdunning kan noodzakelijk zijn.

De boom is weinig vatbaar voor het sharka-virus (Plum Pox Virus = PPV).

'Topgigant Plus' is in FruitLent niet aanwezig als zelfstandige boom, doch is door middel van spleetenting op 19 maart 2011 geënt op de reeds aanwezige boom van het ras 'Wignon'. Daarmee is 'Topgigant Plus' onderdeel gaan uitmaken van onze multi-culti pruimenboom. Er zijn in FruitLent nog geen vruchten van 'Topgigant Plus' geoogst.

Toptaste

Dit ras werd in het Forschungsanstalt Geisenheim in Geisenheim / Rheingau (Duitsland) onder leiding van professor Helmut Jacob geselecteerd uit een kruising van 'Valor' x 'Hauszwetsche'. De kruising werd in 1993 gemaakt. De selectie stond aanvankelijk bekend onder kwekersnummer 'P 33-3-1994' en werd daarna in het begin van deze eeuw geïntroduceerd onder de naam 'Toptaste'.

Dit ras geeft aantrekkelijke middelgrote tot grote langwerpige vruchten (45 gram, 40-45 mm) van het type kwets. De vruchten zijn blauw van kleur met sterke waslaag. De vruchten kleuren al vroeg in het seizoen blauw, waardoor het risico bestaat dat ze te vroeg worden geoogst. Het vruchtvlees is stevig, vrij sappig, heldergeel van kleur, en heeft bij volledige rijpheid een hoog suikergehalte (20 tot 25% Brix) en een zeer goede volle smaak. Hier heeft dit ras zijn naam aan te danken. De steen zit niet altijd helemaal los in het vruchtvlees.

In tegenstelling tot veel oude kwetsenrassen, zijn de vruchten door hun zeer goede smaak ook geschikt voor verse consumptie. Daarnaast zijn ze geschikt voor alle denkbare vormen van verwerking, zoals voor taartbodems, jam, drogen of het destilleren van sterke drank. De vruchten rijpen vanaf begin september gedurende een wat langere periode en kunnen na rijping nog vrij lang aan de boom blijven hangen en bereiken dan een steeds hoger suikergehalte.

De boom groeit middelsterk met een wat gespreide groeiwijze en de takken hebben een zeer geringe neiging om te verkalen. Jonge bomen kunnen doornig zijn. Er ontstaan bloesems op het éénjarige en op het meerjarige hout. De bloesems bloeien middellaat. De bloesems zijn zelfbestuivend, al wordt voor een betere vruchtzetting kruisbestuiving aanbevolen. De bomen komen na het planten snel in productie, ze dragen goed en regelmatig. Vruchtdunning kan noodzakelijk zijn.

De boom is resistent tegen het sharka-virus (Plum Pox Virus = PPV) en ook overigens weinig vatbaar voor ziekten en plagen.

'Toptaste' is in FruitLent niet aanwezig als zelfstandige boom, doch is door middel van spleetenting op 27 maart 2010 geënt op de reeds aanwezige boom van het ras 'Wignon'. Daarmee is 'Toptaste' onderdeel gaan uitmaken van onze multi-culti pruimenboom. De eerste vruchten van 'Toptaste' werden in 2011 geoogst.

vruchten van 'Toptaste'            
Wignon (RGF)

Dit is een lokaal ras uit de regio van Huy, Wallonië, België. Het ras werd via het RGF-programma opnieuw geïntroduceerd.
Lees hier meer over de RGF-rassen.

'Wignon' geeft ovale vruchten die naar de steel toe taps toelopen. De vruchten zijn van gemiddelde grootte (circa 40 à 50 gram) en roodpaars van kleur. Het vruchtvlees is gemiddeld sappig en tamelijk goed van smaak. De steen ligt los in het vruchtvlees. Geschikt voor verse consumptie en voor verwerking. Rijpt in de tweede helft van september. Als de vruchten lang aan de boom hangen, dan kunnen zij rondom de steel (op het taps toelopende gedeelte van de vrucht) enigszins indrogen; dit kenmerk zien we ook wel bij sommige kwetsenrassen.

De boom groeit aanvankelijk zeer krachtig met dikke en sterk opgaande scheuten. Vanwege de dikke scheuten die kaarsrechte omhoog groeien is dit ras ook geschikt om te dienen als tussenstam bij de opkweek van hoogstambomen. De boom vormt een nogal open kroon, waarbij de takken omhoog groeien en aan de basis de neiging hebben om te verkalen. De bloesems bloeien vrij laat en zijn zelfbestuivend. Alhoewel de boom redelijk vruchtbaar is, valt de totaalproductie gewoonlijk tegen als gevolg van de specifieke groeiwijze (open kroon met sterk verkalende takken).

Volgens de gegevens uit het RGF-programma is 'Wignon' weinig tot gemiddeld vatbaar voor monilia. Door de late rijping kunnen de vruchten aangetast worden door de tweede generatie van de pruimenmot, waardoor wormpjes in de vruchten aanwezig kunnen zijn. Bestrijding van de pruimenmot is voor dit ras derhalve aan te bevelen.

De boom in FruitLent is geënt op onderstam 'St. Julien A' en is in oktober 2005 geplant. De boom droeg in 2007 voor het eerst enkele vruchten. Van de vier RGF-pruimenrassen die in onze collectie zijn opgenomen, zijn wij van mening dat 'Wignon' de minst bruikbare is, onder andere vanwege de moeilijk te vormen boom. Daarom hebben we de meeste takken van deze boom afgezaagd en omgeënt met diverse andere laatrijpende rassen. Daarmee is onze multi-culti pruimenboom ontstaan.

bloesems van 'Wignon'   vruchten van 'Wignon'   vruchten van 'Wignon'    
vruchten van 'Wignon'   vruchten van 'Wignon'      
 

 

pruimenbomen in FruitLent