Extra informatiebox FruitLent



 
 

 

Onderstam GiSelA 5


Deze onderstam is het resultaat van een zoektocht naar zwakker groeiende onderstammen voor de kersenteelt. Dit onderstamras werd in 1981 geselecteerd in een veredelingsprogramma van de universiteit van Giessen (Duitsland) uit een soortkruising van Prunus cerasus en Prunus canescens. Aanvankelijk stond deze onderstam bekend onder het kwekersnummer '148/2' en werd vervolgens eind jaren '90 van de vorige eeuw geïntroduceerd onder de naam 'GiSelA 5'. Alhoewel 'Gisela' in Duitsland een meisjesnaam is, staat de naam 'GiSelA' voor een samentrekking van de woorden: Gießener Selektion Ahrensburg. Uit het veredelingsprogramma in Giessen komen nog meer GiSelA-nummers. Er wordt op dit moment ook geëxperimenteerd met de onderstammen 'GiSelA 6' (iets groeikrachtiger dan 'GiSelA 5') en 'GiSelA 3' (minder groeikrachtig dan 'GiSelA 5').

Na de introductie van 'GiSelA 5' bleek al snel dat dit de onderstam was waar de markt al vele decennia op had gewacht. Dit kwam door de zwakkere groeikracht in combinatie met de overige gunstige eigenschappen. Daarom veroverde dit onderstamras in korte tijd de markt en werd deze onderstam binnen een tijdsperiode van slechts zo'n tien jaar de standaard-onderstam voor de commerciële kersenteelt. Deze onderstam leverde dan ook een belangrijke bijdrage aan de terugkeer van de commerciële kersenteelt in Nederland. De vraag naar bomen op deze onderstam was in de eerste jaren zo groot dat de productie van nieuw plantgoed sterk achter bleef bij de vraag. Daardoor was het voor kleinere afnemers (zoals particulieren) vaak moeilijk om plantgoed op deze onderstam te bemachtigen. Door de grote vraag werden malafide leveranciers soms ook in de verleiding gebracht om plantgoed dat op andere onderstammen was geënt te verkopen als 'GiSelA 5'.

De onderstam 'GiSelA 5' geeft aan de boom een matig sterke groeikracht, welke pas afneemt bij het intreden van de productie. De bomen hebben een vroeg intredende en hoge productie en de vruchten hebben normaal gesproken een goede vruchtgrootte. Alleen wanneer de vruchtdracht te overvloedig is kan de vruchtgrootte achterblijven; dit komt met name voor bij zelfbestuivende kersenrassen. Een goede teeltzorg is daarom belangrijk om een goede vitaliteit van de boom, ook op latere leeftijd, te waarborgen. De groei kan te zwak zijn bij zwak groeiende kersenrassen en/of bij slechte gronden. Onder deze omstandigheden wordt soms geadviseerd om het iets sterker groeiende onderstamras 'GiSelA 6' te gebruiken in plaats van 'GiSelA 5'.

De onderstam 'GiSelA 5' is goed winterhard. De bomen op 'GiSelA 5' hebben op latere leeftijd geen boompaal nodig. De bomen vormen geen wortelopslag. 'GiSelA 5' is goed verenigbaar gebleken met een groot aantal kersenrassen. Dit is mogelijk het gevolg van een goede weerstand tegen de virussen PDV en PNRSV. 'GiSelA 5' wordt vegetatief vermeerderd door middel van afleggen, zomerstek, winterstek of in vitro-vermeerdering. Tijdens de opkweek van het plantgoed in de boomkwekerij worden minder gemakkelijk vertakte (geveerde) bomen gevormd. Daarom is plantgoed op deze onderstam vaak onvertakt (ongeveerd).

De bomen op 'GiSelA 5' groeien aanzienlijk minder krachtig dan bomen op de oude onderstammen 'F 12/1', 'Limburgse Boskriek' of 'Colt'. De groeireductie van 'GiSelA 5' ten opzichte van de oude onderstam 'F 12/1' bedraagt zo'n 35 tot 50%. Daarmee kan echter nog niet gezegd worden dat 'GiSelA 5' een echt zwak groeiende onderstam is. Daarom wordt op diverse onderzoekslocaties verder gezocht naar andere zwak(ker) groeiende onderstammen.