Extra informatiebox FruitLent



 
 

 

Onderstammen voor druiven

 

Algemeen

Naast druivenrassen die speciaal zijn geselecteerd voor de productie van de vruchten (t.b.v. wijn, tafeldruiven of rozijnen), zijn er ook speciale rassen ontwikkeld die worden gebruikt voor de wortels. Professioneel plantgoed dat in het buitenland wordt vermeerderd is altijd geënt op een onderstam.
Plantgoed dat via Nederlandse tuincentra wordt verkocht is meestal niet geënt, doch is door middel van stekken vermeerderd. Dergelijke druivenplanten groeien dus op "eigen wortel", zoals we dat noemen. Ook veel hobbytuinders vermeerderen druiven door middel van stekken en wisselen op die manier onderling plantmateriaal uit. Aangezien het relatief eenvoudig is om druiven door middel van stekken te vermeerderen, waarom zouden we dan tòch de moeite nemen om druivenrassen te enten op een onderstam ?

 

Wat zijn de voordelen van het gebruik van geëente druivenstokken ?

1. Aanpassing aan de grondsoort
Er zijn verschillende onderstamrassen beschikbaar, met diverse mate van aanpassing voor bepaalde grondsoorten. Hierdoor kan de keuze van de onderstam worden aangepast aan de beschikbare grondsoort.

2. Resistentie tegen de druifluis
De onderstamrassen zijn ontwikkeld uit kruisingen van wilde Amerikaanse druivensoorten die resistent zijn tegen de druifluis (Phylloxera vastarix). Van dit insect leven de larven en ook de volwassen exemplaren op de wortels van de plant. De wortels van de plant reageren hierop met woekergroei, met als uiteindelijk gevolg de afsterving van de gehele plant. Door te enten op resistente onderstammen is deze afsterving niet langer mogelijk. De druifluis komt in de meeste wijnbouwgebieden voor. In Nederland is de druifluis (nog) geen echt probleem, waardoor dit voordeel in Nederland slechts van beperkte meerwaarde is. Desalniettemin is het natuurlijk beter om het zekere voor het onzekere te nemen.

3. Sterkere groeikracht
De meeste onderstamrassen geven aan de druivenstok een sterkere groeikracht dan wanneer de druivenstok groeit op eigen wortel. Hierdoor zal een druivenstok op sterk groeiende onderstammen sneller de gewenste eindomvang verkrijgen en derhalve sneller in volle productie komen. Uiteraard hangt de groeikracht wel af van het gebruikte onderstamras, doch voorgaande gaat in ieder geval op voor de meest gangbare onderstamrassen 'SO4', '125AA', '5C' en '5BB'.

4. Levensduur
Geënte druivenstokken hebben een levensduur van 25 à 30 jaar en langer. Druivenstokken op eigen wortel kunnen onder gunstige omstandigheden een nòg langere levensduur hebben. Gelet op de toch al lange levensduur, zal het eventuele verschil in levensduur voor de gemiddelde hobbytuinder nauwelijks van betekenis zijn.

 

Welke onderstammen zijn beschikbaar en wat zijn hun eigenschappen ?

Hieronder volgt een beschrijving van diverse onderstamrassen die in de druiventeelt worden of werden toegepast. De onderstaande beschrijving is niet volledig, doch de meest bekende onderstammen worden in ieder geval beschreven. Niet alle beschreven onderstammen worden overigens in FruitLent gebruikt.

'SO4':
Staat ook bekend als ‘Selektion Oppenheimer Nr. 4’.
Afkomstig uit een kruising van Vitis berlandieri x Vitis riparia.
Staat bekend om de grote aanpassingsmogelijkheden aan verschillende grondsoorten. De wortels zijn zeer goed bestand tegen hoge kalkgehaltes, waardoor deze stok niet zo chlorose­gevoelig is. Doet het goed op voedselrijke bodems, die vooral niet te droog (kleigrond en zavel) mogen zijn. Het is een stok met matig sterke tot sterke groeikracht waarvan de wortels redelijk diep gaan. De onderstam zorgt voor een goede vruchtbaarheid (minder misbloei), vroege rijping, goede houtafrijping en zeer goede vorstweerstand. Goede resistentie tegen druifluis.

'Binova':
Dit is een selectie (kloon) uit 'SO4' die in Duitsland is geselecteerd. Komt qua eigenschappen grotendeels met 'SO4' overeen. 'Binova' is echter nog net iets beter bestand tegen hoge kalkgehaltes en bevordert de houtafrijping sterker.

'125AA':
Staat ook bekend als ‘Kober 125AA’.
Afkomstig uit een kruising van Vitis berlandieri x Vitis riparia.
Ook deze onderstam past zich gemakkelijk aan bij verschillende grondsoorten. Is zeer geschikt voor compacte bodems die moeilijk water en lucht door laten. Door de sterke tot zeer sterke groeikracht is deze onderstam minder geschikt voor rassen die snel last hebben van misbloei, vooral op een vruchtbare bodem. Weinig chlorosegevoelig en vooral geschikt voor de wat zwakker groeiende rassen. Wordt veel toegepast als onderstam bij de moderne tafeldruifrassen.

'5BB':
Staat ook bekend als ‘Kober 5BB’.
Afkomstig uit een kruising van Vitis berlandieri x Vitis riparia.
Geschikt voor vrijwel alle grondsoorten en vooral goed voor kalkrijke bodems. Zeer sterke groei. Geeft een verhoogde vruchtbaarheid op voedselarme bodems. Is niet geschikt om rassen op te enten die slecht vrucht zetten (met name op vruchtbare bodems). Vertraagt het tijdstip van afrijpen met een paar dagen.

'5C':
Staat ook bekend als ‘Geisenheim 5C’ of ‘Teleki 5C’.
Afkomstig uit een kruising van Vitis berlandieri x Vitis riparia.
Geschikt voor veel grondsoorten, maar niet voor extreem droge bodems. Verdraagt hoge kalkgehaltes in de bodem redelijk goed, maar in mindere mate dan '125AA' en 'SO4'. Ook niet geschikt voor koude natte standplaatsen. Middelsterk tot sterk groeiend (iets sterker dan 'SO4') en op vruchtbare grondsoorten wat chlorosegevoelig. Hoge vorstweerstand en goede houtafrijping. Snellere rijping dan bij '125AA'. Goede resistentie tegen druifluis.

'8B':
Staat ook bekend als ‘Teleki 8B’.
Afkomstig uit een kruising van Vitis berlandieri x Vitis riparia.
Deze onderstam heeft een zeer goede weerstand tegen kalk in de bodem en is daardoor geschikt voor bijvoorbeeld mergel­gronden. Ook geschikt voor zware tot zeer zware bodems. Groeit niet goed op droge bodems en op bodems met alleen een dunne vruchtbare bovenlaag. Middelsterke groei met matige houtafrijping, daardoor verhoogde kans op schade door wintervorst. Op goede grondsoorten zeer vruchtbaar. Minder geschikt voor zeer productieve rassen (i.v.m. risico op overproductie). Goede resistentie tegen druifluis.

'161-49'
Staat ook bekend als '161-49 Couderc' of '161-49C'.
Deze onderstam is door de Fransman Georges Couderc geselecteerd uit een kruising die hij in 1888 maakte tussen (zeer waarschijnlijk) de soorten Vitis riparia x Vitis berlandieri.
Deze onderstam groeit zwak tot middelmatig sterk (wat minder krachtig dan 'SO4') en is daardoor goed geschikt voor zeer groeikrachtige rassen. Op goed doorwortelbare bodems met een goede watervoorziening kan deze onderstam desalniettemin toch nog een behoorlijke groeikracht geven. De onderstam heeft een zeer hoge tolerantie voor kalk in de bodem; deze tolerantie behoort tot de hoogste van de berlandieri x riparia-kruisingen.
De onderstam is zeer geschikt voor lichte leemachtige gronden, zo lang er voldoende organische stof aanwezig is en de watervoorziening toereikend is. De onderstam wordt niet aanbevolen voor zware natte klei-achtige compacte bodems, maar ook niet voor bodems die in de zomer te maken kunnen hebben met periodes van extreme droogte. De stokken die op deze onderstam zijn geënt kunnen erg vruchtbaar zijn. In combinatie met de wat zwakkere groei kan dit eenvoudig leiden tot een te zware vruchtdracht. In dat geval is een goede trosdunning dus extra belangrijk. Het gebruik van deze onderstam verkort de vegetatiecyclus van de druivenplant enigszins en vervroegt de rijping. Tevens verkleint deze onderstam het risico op een bepaald type stamrot. Goede resistentie tegen druifluis.

'1103P':
Staat ook bekend als ‘Paulsen 1103’.
Afkomstig uit een kruising van Vitis berlandieri ‘Rességuier Nr. 2’ x Vitis rupestris ‘du Lot 1892’.
Past zich gemakkelijk aan bij verschillende grondsoorten. Hoge droogtetolerantie. Zeer goed bestand tegen hoge kalkgehaltes. Niet erg geschikt voor natte gronden. Sterke groeikracht. Vertraagt de rijping enigszins.

'Börner':
Staat ook bekend als ‘Na 5153-54’.
Afkomstig uit een kruising van Vitis riparia x Vitis cinerea door Dr. Carl Börner (Duitsland). Geïntroduceerd in de jaren '80 van de vorige eeuw.
Zeer sterk groeiende wortels die in staat zijn om in korte tijd diep de bodem in te gaan. Daardoor is deze stok geschikt voor bodems waar de grondwaterstand nogal diep is. Redelijk bestand tegen kalk, maar niet geschikt voor zeer kalkrijke en natte koude bodems (een eigenschap die is geërfd van Vitis cinerea). Redelijke tot krachtige groeikracht. Zeer goede druifluisresistentie.

'3309C':
Staat ook bekend als ‘Couderc 3309’.
Afkomstig uit een kruising van Vitis riparia var. tomentosa x Vitis rupestris ‘1881’.
Zwakgroeiende onderstam die daardoor alleen geschikt is voor zeer vruchtbare bodems met een goede watervoorziening. Niet goed bestand tegen hoge kalkgehaltes. Daardoor niet geschikt voor kalkrijke bodems, zware compacte grondsoorten en slecht gedraineerde gronden. Op arme gronden snel gevoelig voor chlorose. Het wortelstelsel groeit breed uit, doch gaat niet diep de grond in. Zeer vruchtbare onderstam. Geschikt voor rassen die gevoelig zijn voor misbloei.

'Gravesac':
Deze nieuwe onderstam is ontwikkeld in Frankrijk en is afkomstig uit een kruising van de bovenomschreven onderstam 'Couderc 161-49' met de bovenomschreven onderstam '3309C'.
Met name geschikt voor zuurdere grondsoorten. Derhalve niet bedoeld voor kalkhoudende bodems, alhoewel 'Gravesac' wel iets beter tegen kalk is bestand dan '3309C'. Niet geschikt voor natte gronden. Optimaal zijn zandige niet te droge bodems. Gemiddelde groeikracht. Vervroegt de rijping enigszins. Extreem goede druifluisresistentie.

'Fercal':
Uit wetenschappelijk onderzoek dat in 2008 werd gepubliceerd is aannemelijk geworden dat 'Fercal' afkomstig is uit een kruising van ‘B.C. n°1B’ (= Vitis berlandieri x Vitis vinifera) met ‘31 Richter’ (= Vitis berlandieri ‘Rességuier n°2’ x ‘Novo-mexicana’).
Deze onderstam heeft de hoogste resistentie tegen hoge kalkgehaltes en chlorose. Daarom met name geschikt voor problematische bodems. Goede resistentie tegen nematoden. Bij een hoge infectiedruk is de resistentie tegen druifluis amper toereikend. Soms last van magnesiumgebrek. Zwakke tot matige groeikracht. Goede houtafrijping.

'Cina':
Afkomstig uit een kruising van (Vitis berlandieri x Vitis riparia) x Vitis cinerea.
Geschikt voor verschillende grondsoorten, doch niet voor natte en kalkhoudende gronden (een eigenschap die is geërfd van Vitis cinerea) en ook niet voor zeer droge ondiep bewortelbare gronden (zoals op rotsachtige berghellingen in het buitenland). Door de mindere tolerantie voor hoge kalkgehaltes zijn de stokken die op deze onderstam zijn geënt wat gevoeliger voor chlorose. De groeikracht is vrij zwak. Geeft een goede vruchtbaarheid aan de stok. Resistent tegen druifluis.

'Rici':
Afkomstig uit een kruising van (Vitis berlandieri x Vitis riparia) x Vitis cinerea.
Geschikt voor verschillende grondsoorten, doch niet voor natte en kalkhoudende gronden (een eigenschap die is geërfd van Vitis cinerea). Door de mindere tolerantie voor hoge kalkgehaltes zijn de stokken die op deze onderstam zijn geënt wat gevoeliger voor chlorose. De groeikracht is vergelijkbaar met 'SO4' en 'Binova', derhalve middelsterk. Resistent tegen druifluis.

'41B':
Staat ook bekend als 'Millardet et Grasset 41 B' of '41B Mgt'.
Afkomstig uit een kruising van Vitis vinifera 'Chasselas' x Vitis berlandieri.
Vanwege de zeer hoge kalktolerantie met name bedoeld voor extreme kalkbodems. Wordt in Frankrijk veel gebruikt en daarbuiten vrijwel niet. Bevordert de vruchtbaarheid. Langzame ontwikkeling in het beginstadium. Door de 'Chasselas'-ouder is de druifluisresistentie amper toereikend.

'26G':
Staat ook bekend als ‘Geisenheim 26’.
Afkomstig uit een kruising van Vitis vinifera 'Frankenthaler' x Vitis riparia.
Kan op veel verschillende grondsoorten groeien, ook op zware en steenachtige bodems. Niet geschikt voor droge bodems. Groeit krachtig en is goed bestand tegen hoge kalkgehaltes in de bodem. Geschikt voor rassen met vrucht­zettings­problemen. Is door de 'Frankenthaler'-ouder niet resistent tegen druifluis. Dit is één van de eerste Duitse onderstam­rassen, welke door de vatbaarheid voor druifluis niet meer wordt aanbevolen.

'Frankenthaler':
Dit oude ras is geen kruising tussen Amerikaanse botanische soorten, maar behoort gewoon tot de Europese soort Vitis vinifera. Het is ook geen speciaal onderstamras, want dit ras werd vroeger ook vaak als tafeldruif in kassen geteeld. In veel hobbykassen komen we dit ras nog steeds tegen. In Engeland is deze ook als tafeldruif bekend geworden onder de naam 'Black Hamburgh'. En in Duitsland wordt deze onder de naam 'Trollinger' ook als wijndruif verbouwd.
We noemen de 'Frankenthaler' hier volledigheidhalve toch als onderstam, omdat deze vroeger wel werd gebruikt om de kasdruif 'Black Alicante' op te enten, omdat dit laatste ras veel last had van groeistoornissen op bepaalde grondsoorten en de 'Frankenthaler' daar minder last van had. 'Frankenthaler' geeft aan het geënte ras een sterke groeikracht. 'Black Alicante' die op 'Frankenthaler' werd geënt had op latere leeftijd vaak wel meer last van lamsteligheid. 'Frankenthaler' is niet resistent tegen druifluis. Vandaag de dag heeft dit ras als onderstam geen enkele betekenis meer.

'Foster's White Seedling':
Net als 'Frankenthaler' is dit geen kruising tussen Amerikaanse botanische soorten, maar behoort deze gewoon tot de Europese soort Vitis vinifera. Het ras werd in 1835 door de heer Foster, de tuinman van Lord Downe in Bening-borough Hall (York, Engeland) als tafeldruif geselecteerd uit een kruising van 'Black Morocco' x 'Chasselas'.
Net als de 'Frankenthaler' werd ook dit ras vroeger wel als onderstam gebruikt voor kasdruiven die op bepaalde gronden last hadden van groeistoornissen, zoals de kasdruif 'Black Alicante'. Indien enten vanwege de grondsoort noodzakelijk was, werd dit ras voor dat doel destijds gezien als de beste onderstam. 'Foster's White Seedling' geeft aan het geënte ras een sterke groeikracht. Wel kon het zo zijn dat de bessen iets kleiner bleven indien op deze onderstam werd geënt. En indien de kasdruif 'Golden Champion' op deze onderstam werd geënt, dan werden er meer trossen gevormd, die echter wat later afrijpten. 'Foster's White Seedling' is niet resistent tegen druifluis. Vandaag de dag heeft dit ras als onderstam geen enkele betekenis meer.