© FruitLent

EXCLUSIEVE VRUCHTENTUIN OP DE RAND VAN DE STAD

   >> HOME      >> FRUITGEWASSEN
   
       
  KIWIBESSEN (mini-kiwi)   © FruitLent
 

 

 

   
 

Naamgeving en herkomst

De kiwibes behoort tot de soort Actinidia arguta en is daarmee naaste familie van de gewone kiwi. De kiwibes heeft echter nooit de bekendheid gekregen van de gewone kiwi. Over de mogelijk oorzaken hiervan verderop meer.

Er zijn inmiddels diverse cultuurvariëteiten bekend die zijn ontstaan uit soortkruisingen tussen Actinidia arguta en hiermee verwante andere Actinidia-soorten, zoals: Actinidia melanandra en Actinidia purpurea, maar ook soms: Actinidia polygama en Actinidia kolomikta. De uit deze soortkruisingen met Actinidia arguta ontstane cultuurvariëteiten worden vanwege hun gelijkenis gemakshalve ook tot de kiwibessen gerekend.

Over de zuivere soort Actinidia kolomikta vindt u op deze website op de pagina over Siberische mini-kiwi een verdere beschijving.

De kiwibes staat bekend onder zeer veel verschillende benamingen, behalve de letterlijke Engelse vertaling kiwiberry, hebben de navolgende benamingen ook allemaal betrekking op de kiwibes: Siberische kruisbes, mini-kiwi, haarloze kiwi, baby-kiwi, grape-kiwi, coctail-kiwi, hardy kiwi, kiwai, tara-vine, bower-vine, kishmish en kokuwa.

De soort Actinida arguta stamt van origine uit Siberië, Japan en Mantsjoerije. Door dit herkomstgebied zijn de planten zeer winterhard (tot -30 ºC) en daardoor ook geschikt voor gebieden met strenge winters die voor de gewone kiwi ongeschikt zijn, zoals oost-Europa.

De soort is gewoonlijk tetraploïd (2n = 4x = 116), alhoewel ook hexaploïde en octoploïde vormen voor schijnen te komen.

 

   
       
 

Kenmerken en teelt

De vruchten van de kiwibes rijpen vroeger dan van de gewone kiwi en worden in Nederland rijp aan de plant. Van sommige rassen rijpen de eerste vruchten al in september, doch het grootste gedeelte rijpt in de maand oktober. Rijpe vruchten zijn herkenbaar doordat de schil donker kleurt.

De groeiwijze lijkt op die van de gewone kiwi: ook de kiwibes heeft krachtig groeiende klimplanten met slingerende scheuten. De groeikracht is echter wel iets minder dan van de gewone kiwi. Desalniettemin is ook bij de kiwibes een ruime plantafstand nog wel wenselijk.

De bladeren en takken van de kiwibes zijn onbehaard. De planten hebben een hoge sierwaarde, mede omdat de bladstelen van de meeste rassen fraai rood gekleurd zijn.

De vruchten van de kiwibes hebben een onbehaarde schil en kunnen daardoor inclusief de schil worden gegeten. De vruchten zijn 5 tot 15 g zwaar en zijn daarmee aanzienlijk kleiner dan van de gewone kiwi (het normgewicht voor een gewone kiwi is ongeveer 90 à 100 gram).

Tussen de rassen zijn verschillen aanwezig in de gemiddelde vruchtgrootte, de vorm en de kleur van de vruchten. De meeste rassen dragen groene vruchten die aan de zonzijde eventueel een (bruin)rode blos kunnen hebben. Het vruchtvlees van de meeste rassen rassen is groen van kleur. Er zijn echter ook rassen die rode vruchten dragen en waarvan het vruchtvlees in mindere of meerdere mate ook rood is gekleurd.
De opengesneden vrucht van de kiwibes doet denken aan een miniatuur kiwivrucht: een witte kern met daaromheen een ring van zwarte zaden en het typische lijnenpatroon.

De vruchten van de kiwibes hebben een erg zoete en aromatische smaak en smaken veel beter dan van de gewone kiwi, met name als ze aan de struik zijn gerijpt. De smaak doet denken aan die van kruisbessen. De vruchten zijn rijk aan mineralen en hebben een nog hoger vitamine-C gehalte dan de gewone kiwi's. Behalve vers, kunnen de vruchten ook op verschillende manieren verwerkt worden, zoals jam of compôte. Ook zijn de doorgesneden vruchtjes fraai als garnering bij hapjes of desserts. De vruchten worden ook wel gedroogd en er kan zelfs wijn van worden gemaakt.

Net als bij de gewone kiwi is een vakkundige wintersnoei en zomersnoei noodzakelijk om de productie te bevorderen en om te voorkomen dat de planten als een kluwen van slingerende takken in elkaar vast groeien. Bij de zomersnoei moeten de langloten echter niet te snel worden ingesnoeid, omdat kiwibessen relatief gemakkelijk nieuwe zijscheuten aanmaken en de vorming van nieuwe zijscheuten het liefst zo lang mogelijk wordt uitgesteld.

De sierlijke planten lenen zich zonder snoei ook goed voor verwildering in siertuinen, doch zullen dan minder productief zijn.

De bloemen van de kiwibes bloeien in Nederland eind mei / begin juni. De bloeitijd valt daardoor buiten de periode waarin sprake kan zijn van nachtvorst. Echter, de uitlopende scheutjes zijn in het voorjaar wel zeer nachtvorstgevoelig. Indien deze scheutjes door nachtvorst bevriezen zullen tevens de bloemen verloren gaan, aangezien de bloemen zich aan deze uitlopende scheutjes ontwikkelen. Indien het mocht gebeuren dat de uitlopende scheutjes bevriezen, dan heeft dit voor de plant zelf geen blijvende consequenties. De plant zal daarna namelijk weer uitlopen op slapende ogen. Aangezien slapende ogen normaliter geen bloemknoppen hebben, worden er aan de nieuwe scheuten uit de slapende ogen dus geen vruchten gevormd.

Er is tussen de rassen variatie aanwezig in gevoeligheid voor het optreden van beurtjaren (het verschijnsel dat productieve en minder productieve jaren elkaar kunnen afwisselen). Dit verschijnsel komt bij jongere planten het meest tot uitdrukking.

Net als de gewone kiwi, zijn de planten niet buitengewoon vatbaar voor ziekten en plagen. Echter, wij hebben in FruitLent de indruk dat aantasting door spint (bonenspintmijt) wel sneller optreedt dan in de gewone kiwi's.

 

 

 

 

fraaie rode bladstelen, in dit geval van het ras 'Weiki Plus'

fraaie rode bladstelen, in dit geval van het ras 'Weiki Plus'

vruchten van 'Ambrosia ® Grande'

rood gekleurde vruchtjes van 'Weiki Plus'

geoogste vruchtjes van kiwibes 'Julia'

       
 

Mannetjes en vrouwtjes

Kiwibessen zijn (net als alle overige Actinidia-soorten) tweehuizig, hetgeen wil zeggen dat er mannelijke en vrouwelijke planten bestaan. Om vruchten te kunnen krijgen moet derhalve minimaal één mannelijke en één vrouwelijke plant worden aangeplant. Het onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke planten kan enkel tijdens de bloei worden gemaakt.

In beginsel zijn zowel bij de mannelijke als bij de vrouwelijke bloemen beide soorten geslachtsorganen aanwezig. Bij de bloemen van de mannelijke planten zijn de meeldraden goed ontwikkeld en is in het midden van de bloem een rudimentair vruchtbeginsel zichtbaar, echter zonder ontwikkelde stampers. Bij de bloemen van vrouwelijke planten zijn de stampers goed ontwikkeld en bevindt zich rondom het vruchtbeginsel een krans met steriele meeldraden die dus geen stuifmeel leveren. Zie de foto's hiernaast.

Er bestaat ook een tweeslachtig (éénhuizig) ras dat de naam 'Issai' draagt. Deze is van origine afkomstig uit Japan. Plantmateriaal van dit ras wordt in Nederland wel incidenteel aangeboden via tuincentra. Bij dit ras zijn in de bloemen zowel de mannelijke als de vrouwelijke geslachtsorganen ontwikkeld. Hierdoor hoeft nog maar één plant te worden aangeplant om vruchten te kunnen krijgen. Het ras is in feite een hexaploïde (2n = 6x = 174) soortkruising tussen Actinidia arguta en Actinidia polygama. Omdat het hier dus gaat om een soortkruising, wijkt deze op diverse kenmerken enigszins af van de zuivere Actinidia arguta. Zo zijn de groeikracht, de productiviteit en de vruchtgrootte van 'Issaï' duidelijk minder dan van de zuivere Actinidia arguta. Ook is de winterhardheid wat minder. Het ras is door de minder krachtige groei met name geschikt voor een kleine hobbytuin, doch als de ruimte het toelaat kan dus beter een kwalitatief goed zuiver vrouwelijk en zuiver mannelijk ras worden aangeplant.
In de Verenigde Staten is inmiddels een ander tweeslachtig ras beschikbaar dat de naam '119-40-B' draagt en waarvan verondersteld wordt dat dit wel een zuivere Actinidia arguta betreft.

In commerciële beplantingen wordt voor de bestuiving één mannelijke plant op 6 tot 8 vrouwelijke planten gehanteerd, afhankelijk van het gekozen beplantingspatroon waarbij het uitgangspunt steeds is dat elke vrouwelijke plant op relatief korte afstand van een bestuiverplant staat.

Het is nog van belang om te vermelden dat mannelijke planten van de gewone kiwi (Actinidia deliciosa) ook geschikt zijn voor de bestuiving van kiwibessen (Actinidia arguta). Indien derhalve reeds een mannelijke plant van een gewone kiwi aanwezig is, dan kan worden volstaan met het erbij planten van alleen een vrouwelijke kiwibes. De mannelijke planten van de gewone kiwi hebben bovendien als voordeel dat deze meer stuifmeel leveren dan mannelijke planten van de kiwibes, doch ze hebben als nadeel dat de winterhardheid minder is.
Het omgekeerde gaat overigens niet op: een mannelijke plant van de kiwibes is namelijk niet geschikt voor de bestuiving van vrouwelijke planten van de gewone kiwi.

In zuidelijke landen wordt van de voorgaande kennis wel gebruik gemaakt. Daar wordt voor de bestuiving van vrouwelijke kiwibessen in commerciële plantages namelijk vaak gebruik gemaakt van mannelijke planten van de gewone kiwi (Actinidia deliciosa). In deze zuidelijke landen levert de grotere winterhardheid van de mannelijke kiwibessen door de zachtere winters immers geen voordeel op, terwijl de mannelijke planten van de gewone kiwi wel meer stuifmeel leveren en dus betere bestuivingsresultaten kunnen geven. Voorgaande is er de verklaring voor dat indien de zaadjes uit de aldaar geoogste kiwibessen worden uitgezaaid, er planten kunnen ontstaan met gedeeltelijke kenmerken van gewone kiwi's (bijvoorbeeld met ruwe behaarde bladeren). De planten die uit dit soort zaadjes worden opgekweekt zijn dus geen echte kiwibessen, aangezien het hier dan gaat om soortkruisingen tussen Actinidia arguta en Actinidia deliciosa. Deze soortkruisingen zijn over het algemeen steriel en hebben dus geen fruitteeltkundige waarde.

 

 

 

mannelijke bloemen hebben goed ontwikkelde meeldraden en een rudimentair vruchtbeginsel

bij vrouwelijke bloemen zijn de stampers goed ontwikkeld

 

 

   
 

Commerciële aspecten

Kiwibessen hebben in de loop der jaren al regelmatig in de belangstelling gestaan. Hoewel er in diverse landen commerciële proeven zijn gedaan, is een echte commerciële doorbraak er nog nooit gekomen. Ook uit het feit dat de kiwibes onder zeer veel verschillende benamingen bekend is (zie boven), kan al worden afgeleid dat men er nog nooit in is geslaagd om dit fruitgewas door middel van een goed marketingconcept met een éénduidige naam op de markt te zetten.

Aangezien er op dit moment enkele commerciële initiatieven zijn om dit fruitgewas te promoten onder de naam "kiwiberry" (kiwibes) is er op deze website voor gekozen om deze naamgeving te gebruiken en wordt daarom de tot voor kort meest gangbare Nederlandse benaming "mini-kiwi" hier niet gebruikt.

Eén van de commerciële initiatieven loopt nu in België, welk initiatief het gevolg is van een samenwerking van de Hogeschool Gent, de Provincie Oost-Vlaanderen en de coöperatieve veiling Profruco (inmiddels per 1 januari 2010 via een fusie opgegaan in BFV: Belgische Fruit Veiling). Meer over het Belgische initiatief is te vinden op www.kiwibes.be. Eind september 2008 zijn er in de pers voor het eerst diverse berichten verschenen over dit initiatief. Helaas werden daarbij in sommige publicaties bepaalde zaken schromelijk overdreven. In sommige publicaties werd de suggestie gewekt alsof de Belgische onderzoekers de kiwibes zouden hebben uitgevonden of geschikt zouden hebben gemaakt voor dit klimaat. Uiteraard is hiervan geen sprake. Er is door de Belgische onderzoekers en telers gebruik gemaakt van een reeds bestaand gewas en reeds bestaande vrij beschikbare rassen. In september 2009 kwamen ook wat filmpjes beschikbaar over het Belgische initiatief. Deze filmpjes vindt u hier: Plattelands-TV en YouTube. Het eerste filmpje is de meest informatieve.

Ook de Nieuwzeelanders zijn bezig met een commerciëel initiatief, meer hierover op NZ Kiwiberry. En meer over een Amerikaans commerciëel initiatief kunt u lezen op KiwiBerry. In Chili, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, Italië en Japan zijn ook kleine commerciële plantages aanwezig. In Duitsland wordt op het Bayerischen Landesanstalt für Weinbau und Gartenbau Würzburg / Veitshöchheim inmiddels ook onderzoek naar kiwibessen uitgevoerd; op het navolgende filmpje kunt u daar wat meer over zien: YouTube.

Na de hype die mede door het Belgische initiatief werd veroorzaakt, zijn ook enkele Nederlandse telers met de teelt gestart. Onderzoek naar goede rassen van de kiwibes staat in Nederland en België echter nog in de kinderschoenen. Het aanbod van rassen kan bovendien nogal onoverzichtelijk zijn omdat sommige oudere rassen onder verschillende namen verkocht worden, of omdat daarentegen soms verschillende rassen juist onder dezelfde naam worden verkocht en/of omdat er veel verschillende locale selecties bestaan waar nog niet veel betrouwbare ervaringen mee zijn opgedaan. Ook wordt veel (dicutabele) informatie klakkeloos overgeschreven uit allerhande bronnen, zoals van internet.
Door de hype die de laatste jaren is begonnen in België, is overal vanuit Europa en ook daarbuiten plantmateriaal geïmporteerd van verschillende rassen en selecties, zonder dat de verkoper of de koper ervan zich hebben vergewist van de kwaliteit van de rassen die verhandeld werden. Alles met het idee om de boot maar niet te willen missen.....

Als we met beide benen terug keren op de grond, kunnen we vaststellen dat er toch wel diverse redenen zijn waarom er voorheen nog nooit een commerciële doorbraak van de kiwibes is geweest. Deze redenen zijn:

  • Het arbeidsintensieve oogsten vanwege de kleine vruchten. Bovendien hangt een deel van de vruchten goed gecamoufleerd tussen het blad en rijpen ze ongelijktijdig. Het arbeidsintensieve karakter kan misschien deels opgelost worden door de vruchten in trosjes te oogsten door hele vruchttakjes af te knippen. De ongelijktijdige rijping blijft dan wel een probleem; dit kan misschien opgelost worden door te zoeken naar rasssen die meer geconcentreerd rijpen;
  • De beperkte houdbaarheid van de vruchten na de oogst. Dit wordt versterkt doordat het vruchtvlees tijdens het oogsten van rijpe kiwibessen bij de steelaanzet kan worden beschadigd, omdat het vruchtvlees van het steeltje af wordt gescheurd. Hierdoor kan het vruchtvlees op die plek versneld gaan rotten. Voorgaande kan worden voorkomen door de vruchten met een schaartje af te knippen (doch dit vergroot het arbeidsintensieve karakter nog meer) of door de vruchten niet geheel rijp te oogsten (maar dat gaat ten koste van de kwaliteit);
  • De vruchten zien er veel minder aantrekkelijk uit dan de gewone kiwi's; dit geldt met name voor de groenvruchtige variëteiten. Er is dus een goed marketingconcept nodig om de kiwibes mee te kunnen laten liften op het reeds bestaande succes van de gewone kiwi. Het minder aantrekkelijke uiterlijk wordt versterkt doordat op de vruchthuid vaak cosmetische beschadigigen aanwezig zijn, zoals schuurschade door de wind en/of verkurking. Bovendien drogen rijpe vruchtjes gemakkelijk in. Ter voorkoming van windschade is in een commerciële plantage de toepassing van een windscherm aan te bevelen. Cosmetische beschadigingen op de schil vallen bij de roodvruchtige variëteiten het minste op, waardoor goede roodvruchtige variëteiten commercieel waarschijnlijk de meeste kans van slagen maken;
  • De planten van de kiwibes kunnen gevoelig zijn voor beurtjaren (het verschijnsel dat productieve en minder productieve jaren elkaar afwisselen), met name bij jongere planten.

Tegenover de genoemde nadelen staat het reeds genoemde voordeel dat de kiwibes zeer winterhard is en daardoor ook is te telen in gebieden die voor de gewone kiwi onmogelijk zijn. Bovendien zijn de aan de struik gerijpte vruchtjes veel smakelijker dan gewone kiwi's en hebben ze een exclusief karakter. De vruchten moeten dan ook eigenlijk niet worden vergeleken met hun botanische familielid, de gewone kiwi, maar dienen commercieëel gezien te worden gepositioneerd binnen het kleinfruit en moeten in het winkelschap dus een plaats krijgen tussen bijvoorbeeld bramen, frambozen en blauwe bessen.

Alhoewel er voor een nicheproduct als de kiwibes ongetwijfeld een plaats weggelegd zal zijn op de kleinfruitmarkt , hebben we alles overwegende de indruk dat de commerciële mogelijkheden voor dit gewas in Nederland en België de laatste jaren wat worden overschat. Bovendien zijn de kiwibessen ook te telen in Oost-Europa waar de kosten voor arbeid en grond aanzienlijk lager liggen, waardoor het voor Nederland en België moeilijk zal zijn om daarmee te concurreren. De tijd zal het leren hoe groot de commerciële positie van de kiwibes op de Nederlandse en Belgische markt zal worden.

Mede door de diverse commerciële initiatieven, komen de vruchten van de kiwibes tegenwoordig in Nederland en België steeds vaker in de handel. Ze worden daarbij aangeboden in kleine doorzichtige kunststof bakjes. De in Nederland of België geproduceerde vruchten worden uiteraard onder de naam "kiwibes" verhandeld, doch de vruchten die in andere landen zijn geproduceerd worden ook aangeboden onder andere namen, zoals "kiwai" of "baby-kiwi".

Voor de commerciële teelt worden de vruchten geoogst voordat ze volledig rijp zijn (vanaf een gemiddeld suikergehalte van 7% Brix). Dit vergroot de bewaarmogelijkheden, namelijk circa twee maanden bij 0º C. Omdat de kiwibes een climacterische vrucht is, zal deze na onrijp plukken onder invloed van ethyleen toch nog goed narijpen en dan nog goed op smaak komen.

Uiteraard zal de smaak van kiwibessen die in eigen tuin aan de struik zijn gerijpt beter zijn dan van vruchten die ten behoeve van de handel niet geheel rijp zijn geoogst. Het suikergehalte van aan de struik gerijpte vruchten kan oplopen tot 20% à 25% Brix; de bewaarbaarheid is dan echter slechts beperkt tot ongeveer twee weken in de koelkast.

Plant and Food Research in Nieuw-Zeeland ontwikkelde vier nieuwe rassen kiwibes, waarvan het Franse bedrijf Sofruileg de exclusieve rechten voor Europa heeft verworven. Deze nieuwe rassen zouden een langere houdbaarheid hebben, waardoor ze beter te verhandelen zijn en waarmee dus tegemoet wordt gekomen aan één van de bovenbeschreven beperkingen. De vruchten van deze rassen worden onder de merknaam Nergi® verhandeld.
Uit Italië en uit Polen komen ook enkele rassen met betere commerciële mogelijkheden.

In de commerciële teelt kunnen de planten van de kiwibes op dezelfde wijze worden opgekweekt als gewone kiwi's. De teeltsystemen die voor gewone kiwi's worden opgericht (pergola-constructies en T-vormige teeltsystemen) zijn derhalve ook voor kiwibessen geschikt. Volgroeide plantages halen gemakkelijk een productiecapaciteit van 10 tot 15 ton per hectare. Onder optimale omstandigheden kan dit oplopen tot 23 ton per hectare.

 

 

 

 

 

 

 

over het Belgische initiatief verscheen op 3 oktober 2008 een klein artikel in het Nederlandse vakblad 'Fruitteelt' 

 

       
 

Omschrijving collectie FruitLent

In FruitLent is een aanplant met kiwibessen aanwezig, bestaande uit zeven planten die op een plantafstand van 3,08 meter uit elkaar zijn geplant en die over een speciaal daarvoor vervaardigde T-vormige constructie heen worden geleid. Het gaat om zeven verschillende planten, waarvan vijf vrouwelijke en twee mannelijke.

Bij de vrouwelijke planten is druppelbevloeiing met een capaciteit van 3 liter per uur aanwezig. Bij de mannelijke planten is de capaciteit 1 liter per uur (de mannelijke planten worden door middel van snoei klein gehouden en verdampen daardoor minder).

De T-vormige constructie is opgetrokken uit duurzame gegalvaniseerd stalen onderdelen, waarbij voor de gewasdraden Crapal® 4 draad is gebruikt (zeer duurzaam door zink/aluminium-coating). Het gewas groeit bovenop de constructie en bevindt zich 2 tot 2½ meter boven de grond, zodat onder het gewas door kan worden gelopen. De constructie is 1,5 meter breed en 18,6 meter lang.

De T-vormige constructie staat op circa 8 meter afstand van de pergola met gewone kiwi's. Hierdoor staan de mannelijke planten van de gewone kiwi (Actinidia deliciosa) ook nog een beetje in de buurt van de kiwibessen, zodat deze een extra bijdrage kunnen leveren aan de bestuiving.

De collectie van FruitLent omvat de volgende rassen:

Vrouwelijke rassen:

Ambrosia ® Grande

'Ambrosia ® Grande' is een nieuw vrouwelijk ras waarvan het plantmateriaal sinds 2008 onder deze naam wordt verkocht door Häberli Obst- und Beerenzentrum AG te Neukirch-Egnach in Zwitserland. Het ras is geselecteerd uit een zaailingpopulatie waarvan de zaden afkomstig waren van een grootvruchtige groene kiwibes uit Trentino (Italië).

Het ras 'Ambrosia ® Grande' moet niet worden verward met het oudere ras 'Ambrosia' ®. De vruchten van 'Ambrosia ® Grande' rijpen vroeger dan die van de oudere 'Ambrosia' ®.
(er wordt overigens wel beweerd dat het oudere ras 'Ambrosia' ® dezelfde zou zijn als het Italiaanse ras 'Jumbo Verde' en dat deze mogelijk ook dezelfde zou zijn als het ras dat vaak onder de (mogelijk foutieve) naam 'Ananasnaya' in de handel is)

Van alle kiwibessen zou 'Ambrosia ® Grande' de grootste vruchten dragen. De vruchten zouden tot 5 cm lang worden.

De plant die wij in het voorjaar van 2008 in FruitLent hebben geplant kwam in 2010 in productie en blijkt productief, waarbij de bloemen in trosjes van 1 tot 3 stuks komen. De vruchtjes rijpen relatief vroeg, al vanaf medio september. De vruchtjes zijn groen van kleur en hebben groen vruchtvlees met een zoete aromatische smaak en halen een suikergehalte van 20% tot 22% Brix.
De vruchtjes werden in 2010 bij lange na niet zo groot als in de beschrijving van Häberli Obst- und Beerenzentrum AG is aangegeven. De grootste vruchten hadden in 2010 bij ons een lengte van 2½ à 3 cm en een breedte van 2 à 2½ cm en wogen gemiddeld zo'n 5½ gram per stuk (waarbij de grootste exemplaren circa 9 gram wogen). Hierdoor twijfelden we aanvankelijk of onze plant wel een 'Ambrosia ® Grande' was. De plant hing in 2011 echter minder vol en en de vruchtjes werden toen aanzienlijk groter. Op dat moment bleek dat de plant inderdaad in staat is om (verhoudingsgewijs) zeer grote vruchten te produceren: gemiddeld 12½ gram. De grootste vruchten werden 18 gram zwaar en hadden een lengte van 3,8 cm en een diameter van 3,1 cm. Dit is overigens nog steeds kleiner dan de beschrijving van Häberli, doch groter dan van de andere rassen in de collectie van FruitLent.

Waarschijnlijk is onze plant dus toch een 'Ambrosia ® Grande', doch is de vruchtgrootte (begrijpelijkerwijs) mede afhankelijk van de mate van vruchtdracht van de plant.

vrouwelijke bloemen van 'Ambrosia ® Grande'   vrouwelijke bloem van 'Ambrosia ® Grande'   vruchten van 'Ambrosia ® Grande'    
vruchten van 'Ambrosia ® Grande'   vruchten van 'Ambrosia ® Grande'   geoogste vruchten van 'Ambrosia ® Grande'    
Amdue (Maki)

Dit vrouwelijke ras is in de eerste helft van de jaren '90 op de markt gebracht door Häberli Obst- und Beerenzentrum AG te Neukirch-Egnach in Zwitserland, doch het ras komt van origine mogelijk uit Italië.

Het ras wordt gewoonlijk niet onder de werkelijke naam 'Amdue' verkocht, doch onder de naam 'Maki'. Daarbij wordt bovendien de suggestie gewekt dat 'Maki' een geregistreerde merknaam (®) is. Voor zover wij dat hebben kunnen nagaan, is de naam 'Maki' echter niet merkenrechtelijk beschermd.
Omdat het ras toch voornamelijk onder de naam 'Maki' bekend is geworden, gebruiken we hierna deze naam, alhoewel 'Amdue' dus eigenlijk correcter zou zijn.

'Maki' is een zeer productief ras waarvan de bloemen in trosjes van 1 tot 3 stuks komen. De vruchtjes beginnen wat later te rijpen: de eerste vruchtjes rijpen pas vanaf eind september. De vruchtjes vallen niet van de struik als ze zijn gerijpt. De vruchtjes zijn 2 tot 3 cm groot en hebben een gemiddeld vruchtgewicht van zo'n 5½ gram, waarbij de grootste vruchtjes circa 7½ gram wegen. Ze hebben aan de buitenkant een zeer fraaie rode blos. Dit is op de onderstaande foto's goed te zien. De mate van roodkleuring kan van jaar tot jaar variëren. Ook is het gebruikelijk dat de kleur vroeger in het seizoen helderder is dan ten tijde van de rijping; op het rijpingstijdstip is de rode kleur verworden tot een bruinrode blos.
Ondanks de rode blos, is het vruchtvlees gewoon groen van kleur. Het vruchtvlees heeft een zeer zoete aromatische smaak. Het suikergehalte loopt op tot circa 25% Brix.

Wij vinden dat 'Maki' erg veel lijkt op 'Weiki Plus'.

De plant is in het voorjaar van 2008 in FruitLent aangeplant en heeft in 2010 voor het eerst vruchten gedragen.

vrouwelijke bloem van 'Amdue' ('Maki')   vruchten van 'Amdue' ('Maki')   vruchten van 'Amdue' ('Maki')    
vruchten van 'Amdue' ('Maki')   vruchten van 'Amdue' ('Maki')   vruchten van 'Amdue' ('Maki')    
Julia

Dit vrouwelijke ras is ontstaan uit een kruising tussen het ras 'Issaï' en Actinidia kolomikta. Deze kruising werd gemaakt door Werner Merkel, een verzamelaar van Actinidia-soorten en rassen in Chemnitz (Oost-Duitsland). Uit deze kruising werden door hem ongeveer 100 planten beoordeeld, waarvan er 6 bruikbaar bleken te zijn. De selectie met de aanduiding 'M1' werd vervolgens omstreeks 2004 door Sämann Baumschulen in Bautzen (Duitsland) onder de naam 'Julia' op de markt gebracht. Tegelijkertijd werd uit dezelfde kruising het mannelijke ras 'Romeo' geïntroduceerd. Voor de rassen 'Romeo' en 'Julia' wordt ook wel de aanduiding "Sachsenkiwi" gebruikt, als tegenhanger van de "Bayern-kiwi".

Gelet op de bovenstaande afstamming gaat het in het geval van 'Julia' derhalve niet om een zuivere Actinidia arguta, maar om een soortkruising. De moeder 'Issaï' is zelf ook een soortkruising tussen Actinidia arguta en Actinidia polygama, zodat 'Julia' dus een complexe afstamming heeft waarbij 50% van het erfelijk materiaal afkomstig is van Actinidia kolomikta, 25% van Actinidia polygama en 25% van Actinidia arguta.

Door de bovenomschreven afstamming is de groei wat minder krachtig dan van de zuivere Actinidia arguta. Ook zijn de vruchtjes duidelijk kleiner, doch de planten zijn wel uitermate vruchtbaar en zijn niet gevoelig voor beurtjaren.

De bloemen van 'Julia' komen in trosjes van 1 tot 12 stuks (meestal 4 à 7) en komen enkele dagen later in volle bloei dan die van de andere rassen. Hier moet rekening mee worden gehouden met het aanplanten van een geschikte mannelijke bestuiver. De eerste vruchtjes rijpen vanaf eind september, waarmee de oogst iets later in het seizoen aanvangt dan van sommige andere vrouwelijke rassen. De donkergroen gekleurde vruchtjes hangen in kleine trosjes aan de plant en kunnen ook op die wijze geoogst worden. Binnen de trosjes is behoorlijke variatie aanwezig in de grootte van de vruchtjes. De eerste vruchtjes in de trosjes wegen zo'n 5 tot 7 gram, terwijl de laatste vruchtjes in de trosjes slechts zo'n 1½ gram wegen. Gemiddeld komt het vruchtgewicht op zo'n 3 gram, waarmee de vruchtjes dus kleiner zijn dan die van de andere kiwibesrassen en bovendien meer variatie laten zien in hun onderlinge grootte. Ondanks dat de vruchtjes gemiddeld kleiner zijn, is het oogsten verhoudingsgewijs vrij eenvoudig, doordat deze met complete trosjes tegelijk worden geoogst. Hierdoor krijgt het geoogste product ook een wat andere uitstraling dan van de andere rassen. Naar onze voorlopige ervaringen hebben de vruchtjes veel minder cosmetische beschadigingen (verkurking en schuurschade) dan die van veel andere vrouwelijke rassen.

De vruchtjes hebben een uitermate goede en zeer aromatische smaak met een uitgebalanceerde verhouding tussen zoet-zuur. Het vitamine-C gehalte is zeer hoog (meer dan 500 mg per 100 gram !). Ze halen een suikergehalte van bijna 25% Brix. Alhoewel alle kiwibessen in het rijpe stadium voortreffelijk smaken, hebben we toch de indruk dat 'Julia' qua smaak nog net iets boven de andere rassen uitsteekt, waarbij het aroma nadrukkelijk opvalt. De zeer goede aromatische smaak en het zeer hoge vitamine-C gehalte zijn eigenschappen die herinneren aan de kruisingsouder Actinidia kolomikta.

De planten van 'Julia' beginnen vaak al in het tweede jaar na het uitplanten te bloeien, dit is derhalve sneller dan gewoonlijk het geval is bij andere zuivere Actinidia arguta-rassen. Deze eigenschap is geërfd van 'Issaï' en Actinidia kolomikta. Na de extreme winter van 2012 bleek dat onze plant van 'Julia' enige vorstschade vertoonde. Ook deze eigenschap is geërfd van 'Issaï', want gewoonlijk zijn kiwibessen zeer winterhard.

Ondanks dat de vruchtjes van 'Julia' klein zijn, is dit een ras waar we toch erg positief over zijn vanwege de overige gunstige eigenschappen. De eigenschap van de kleinere vruchtjes wordt gecompenseerd doordat de vruchtjes in trossen kunnen worden geoogst. Alle positieve eigenschappen van 'Julia' zijn meer mensen opgevallen, want dit ras is inmiddels gebruikt als kruisingsouder bij de ontwikkeling van weer nieuwe rassen, waar we de komende jaren mogelijk nog wel wat van gaan horen.

In FruitLent is in het voorjaar van 2008 een plant van 'Julia' aangeplant. Deze droeg reeds in 2009 voor het eerst enkele vruchtjes en kwam in 2010 in volle productie.

vrouwelijke bloemen van 'Julia'   vrouwelijke bloemen van 'Julia'   vruchtjes van 'Julia'    
vruchtjes van 'Julia'   enorm vruchtbare planten van 'Julia'   enorm vruchtbare planten van 'Julia'    
geoogste vruchtjes van 'Julia'   geoogste vruchtjes van 'Julia'   geoogste vruchtjes van 'Julia'    
Ken's Red

Dit is een vrouwelijk ras welke door de Nieuwzeelandse hobby-veredelaar Kenneth James Nobbs (1909-?) werd geselecteerd. Ken J. Nobbs was missionaris in Sudan en woonde op latere leeftijd in Te Kauwhata, op het noordereiland van Nieuw-Zeeland. Hij schreef diverse boeken en was gepassioneerd plantenliefhebber. Op een stuk grond dat hij pachtte van de Nieuwzeelandse spoorwegen, begon hij met het veredelen van rozen. Daarom werd dit stuk grond "The Rosery" genoemd. Ken J. Nobbs was ook mede-oprichter van "Heritage Roses New Zealand". Later begon hij ook met het verzamelen en kruisen van Actinidia-soorten. Voornamelijk maakte hij kruisingen met Actinidia melanandra vanwege de rode schil en het rode vruchtvlees. Uit de kruising tussen Actinidia arguta var. cordifolia en Actinidia melanandra introduceerde hij twee rassen, namelijk 'Red Princess' en 'Ken's Red' (alhoewel ook wel gesuggereerd wordt deze twee namen betrekking hebben op hetzelfde ras).

De bloemen van 'Ken's Red' zijn gewoonlijk alleenstaand en bloeien iets vroeger dan van de meeste andere vrouwelijke rassen. De gelijkmatig gevormde relatief grote iets langwerpige vruchten hebben aan het ondereinde een puntje. De schil is voorzien van een lichte waslaag, waardoor de vruchten iets een grijs uiterlijk hebben. De vruchten hebben een gemiddeld vruchtgewicht van rond de 10 gram, waarbij de grootste vruchtjes circa 15 gram wegen en 3 cm lang en 2½ cm breed worden.
Alhoewel 'Ken's Red' bekend staat om z'n paarsrood gekeurde vruchtjes, zowel van binnen als van buiten, is de mate van roodkleuring sterk afhankelijk van de omstandigheden. De mate van roodkleuring kan namelijk variëren al naar gelang het jaar, de standplaats of de locatie (op de wereld) waar de plant groeit. Door deze variatie, hebben de vruchtjes van 'Ken's Red' aan de buitenzijde een groene tot paarsrode kleur, met een wat grijsachtige tint als gevolg van de lichte waslaag. Ook het vruchtvlees varieert, al naar gelang de omstandigheden, van groen (met alleen een rode verkleuring rondom de zaden) tot geheel rood.

De eerste vruchten van 'Ken's Red' rijpen vanaf medio tot eind september. Daarmee is 'Ken's Red' binnen de collectie van FruitLent het vroegst rijpende ras. Rijpe vruchten vallen gemakkelijk van de plant. De vruchten hebben een zoete aromatische smaak. Door het (geheel of gedeeltelijk) rood gekleurde vruchtvlees mag worden aangenomen dat de vruchten van 'Ken's Red' extra gezond zijn vanwege de aanwezigheid van een extra hoog gehalte aan polyfenolen.

Wat opvalt bij de planten is dat de jonge scheuten eveneens een paarse kleur hebben. En als de planten in het voorjaar uit de winterrust komen, blijkt dat ook de uitlopende knoppen en de uitlopende scheutjes een roodachtige kleur hebben; de uitlopende knoppen bij de andere rassen zijn namelijk groen van kleur. Het kleurverschil tussen de planten, dat in de periode na het uitlopen nogal opvallend is, verdwijnt later in het seizoen.
De planten hebben ten opzichte van de andere rassen een matige groeikracht. Gedurende het voorjaar en de zomer hebben de bladeren van 'Ken's Red' de neiging om iets slap te gaan hangen. De planten zijn namelijk extra gevoelig voor stressfactoren, zoals droogte. Door deze eigenschap hebben de planten van 'Ken's Red' op dat moment een minder hoge sierwaarde dan de planten van andere rassen.

Alhoewel 'Ken's Red' in Nederland en België ook is aangeplant in diverse experimentele commerciële beplantingen, is dit ras hiervoor naar onze mening minder tot niet geschikt, vanwege de eigenschap dat de vruchten bij rijping gemakkelijk van de plant vallen. Voor hobbytuinders is deze nadelige eigenschap minder van belang: rijpe vruchtjes kunnen immers ook onder de plant worden opgeraapt.

De plant is in het voorjaar van 2008 in FruitLent aangeplant en heeft in 2010 voor het eerst vruchten gedragen. In het eerste draagjaar was de plant echter nog maar ten dele vruchtbaar. In het opvolgende jaar was de plant wel volledig vruchtbaar. De vruchtbaarheid van 'Ken's Red' treedt dus mogelijk iets later in dan sommige andere vrouwelijke rassen.

vrouwelijke bloem van 'Ken's Red'   rijpende vruchten van 'Ken's Red'   vruchten van 'Ken's Red'    
geoogste vruchten van 'Ken's Red'   geoogste vruchten van 'Ken's Red'   vruchten van 'Ken's Red'    
geoogste vruchten van 'Ken's Red'   vruchten van 'Ken's Red'        
Weiki Plus

'Weiki' is een vrouwelijke selectie die in Duitsland werd geselecteerd aan de toenmalige leerstoel voor fruitteelt aan de TU München-Weihenstephan (thans: Fachgebiet Obstbau des Wissenschaftszentrums Weihenstephan für Ernährung, Landnutzung und Umwelt). 'Weiki' werd in 1986 geïntroduceerd, waarbij deze -naar de herkomst van de selectie- ook wel "Bayern-kiwi" of "Weihenstephaner kiwi" werd genoemd.

Er zijn mogelijk (lees: waarschijnlijk) verschillende 'Weiki'-selecties in de handel gebracht, welke allen werden geselecteerd uit het zaailingenbestand van de toenmalige TU München-Weihenstephan. Deze selecties zijn allen verwant aan elkaar en vertonen daardoor onderlinge gelijkenissen. In FruitLent is een selectie van 'Weiki' aangeplant. Deze selectie is eveneens door de heer Hermann Schimmelpfeng van het bovengenoemde instituut gevonden en droeg aanvankelijk de naam 'Selektion 96', doch draagt nu de naam 'Weiki Plus'.

'Weiki Plus' verschilt van de orginele 'Weiki' door de iets grotere vruchten en de betere roodkleuring. De rode verkleuring van 'Weiki Plus' is dan ook zeer fraai: de vruchtjes hebben namelijk een prachtige helderrode kleur die een groot gedeelte van de vrucht beslaat (zie onderstaande foto's). De mate van roodkleuring kan echter van jaar tot jaar variëren. Ook is het gebruikelijk dat de kleur vroeger in het seizoen helderder is dan ten tijde van de rijping; op het rijpingstijdstip is de fraaie helderrode kleur overgegaan in een bruinrode blos.
Het gemiddeld vruchtgewicht bedraagt zo'n 5½ gram, waarbij de grootste vruchtjes circa 7½ gram wegen. Alhoewel de vruchtjes aan de buitenkant dus een fraaie rode kleur hebben, is het vruchtvlees van binnen gewoon groen van kleur. Het vruchtvlees heeft een zeer zoete aromatische smaak. De bloemen van 'Weiki Plus' komen in trosjes van 1 tot 3 stuks.

Wij vinden dat 'Weiki Plus' erg veel lijkt op 'Amdue' ('Maki').

Er bestaat ook een mannelijke vorm van 'Weiki'. Deze wordt wel 'Weiki male' of kortweg 'Weima' genoemd. De mannelijke vorm van 'Weiki' kan ook worden gebruikt voor de bestuiving van andere vrouwelijke kiwibessen. Bij plantmateriaal dat in Duitsland wordt verkocht staat vaak één mannelijke en één vrouwelijke 'Weiki' in één pot, waarbij echter niet op voorhand duidelijk is welke de mannelijke en welke de vrouwelijke plant betreft. Doordat een mannelijke en een vrouwelijke plant in één pot staan, wordt dit plantgoed van 'Weiki' soms ook wel aangeprezen als "zelfbestuivend", hetgeen dus suggereert alsof 'Weiki' een zelfbestuivend ras is (hetgeen dus niet het geval is).

De plant van 'Weiki Plus' is in het voorjaar van 2008 in FruitLent aangeplant en droeg in 2011 voor het eerst vruchten. Hiermee duurde het in vergelijking tot de overige vrouwelijke rassen dus een jaar langer voordat de plant ging dragen. De vruchtbaarheid van 'Weiki Plus' treedt dus mogelijk iets later in dan de meeste andere vrouwelijke rassen.

Toen de plant in FruitLent werd aangeplant, stond in dezelfde pot ook een mannelijke vorm van 'Weiki'; deze is weggesnoeid nadat de mannelijke plant in het voorjaar van 2010 voor het eerst ging bloeien en daarmee duidelijk werd welke van de twee planten de vrouwelijke plant betrof.

vrouwelijke bloemen van 'Weiki Plus'   vruchten van 'Weiki Plus'   vruchten van 'Weiki Plus'    
vrouwelijke bloemen van 'Weiki Plus'   vruchten van 'Weiki Plus'   vruchten van 'Weiki Plus'    
vruchten van 'Weiki Plus' vruchten van 'Weiki Plus'

 

Mannelijke rassen:

Manny

Dit mannelijke ras is geselecteerd door van Christian de Kezel in Sint-Amandsberg (Oost-Vlaanderen, België), een bekende verzamelaar van Actinida-soorten en rassen. ‘Manny’ werd door hem geselecteerd uit tien zaailingen, waarvan de zaden in 1985 per post aan hem waren toegezonden door de Nieuwzeelandse hobby-veredelaar Ken Nobbs (zie hierboven bij de beschrijving van het vrouwelijke ras ‘Ken’s Red’).

De zaden waren door Ken Nobbs gewonnen van een vrouwelijke plant van Actinidia arguta var. cordifolia die waarschijnlijk was bestoven door een mannelijke Actinidia melanandra of mogelijk door een mannelijke Actinidia arguta verderop in zijn tuin.
Omdat de uitlopende knoppen van ‘Manny’ in het voorjaar rood gekleurd zijn en ook de jonge bladeren aanvankelijk een roodachtige glans hebben, is het zeer waarschijnlijk dat Actinidia melanandra (en niet Actinidia arguta) de vaderplant is geweest. Daarmee heeft 'Manny' dus precies dezelfde afstamming als het vrouwelijke ras 'Ken's Red'. Mede gelet op de herkomst kunnen we dus stellen dat 'Manny' en 'Ken's Red' broer en zus zijn.

Van de tien zaailingen die door Chistian de Kezel uit de toegezonden zaden werden opgekweekt, bleken negen planten mannelijk. Binnen deze negen planten werd er één door hem als beste beoordeeld, vanwege het feit dat deze het rijkst bloeit en een goede aantrekkingskracht heeft op hommels. Aan deze plant werd door Christian de Kezel de naam ‘Manny’ gegeven; deze is echter nooit als officieel ras geïntroduceerd.

De plant van 'Manny' heeft een extra hoge sierwaarde als gevolg van de groen-rode bladeren met rode bladstelen. Net als het vrouwelijke ras 'Ken's Red', bloeien de planten van 'Manny' tamelijk vroeg, een fractie vroeger dan 'Nostino'. De bloemen van 'Manny' komen in trosjes tot 8 stuks; de bloeiperiode is relatief kort.

'Manny ' is in FruitLent niet aanwezig als zelfstandige struik, doch is door middel van spleetenting op 30 mei 2011 geënt op de aanwezige struik van het mannelijke ras 'Romeo'. Het ras ‘Manny’ heeft in FruitLent in het voorjaar van 2012 voor het eerst met enkele bloemen gebloeid en bloeide in 2013 rijkelijk.

mannelijke bloemen van 'Manny'   mannelijke bloemen van 'Manny'   mannelijke bloemen van 'Manny'    
Nostino

'Nostino' is een mannelijk ras welke onder deze naam wordt verkocht door Häberli Obst- und Beerenzentrum AG te Neukirch-Egnach in Zwitserland. Het ras komt van origine waarschijnlijk uit Noord-Italië en is derhalve niet door Häberli zelf ontwikkeld, doch de naam 'Nostino' is wel door Häberli gegeven.

'Nostino' wordt gezien als een all-round bestuiver voor vrouwelijke rassen. De bloemen komen in trosjes van 3 tot 7 stuks (meestal 5 tot 7). De aanvang van de bloei is iets later en de bloei is overvloedig en langdurig.

De plant is in het voorjaar van 2008 in FruitLent aangeplant en bloeide in 2010 voor het eerst.

mannelijke bloemen van 'Nostino'   mannelijke bloemen van 'Nostino'        
mannelijke bloemen van 'Nostino'   mannelijke bloemen van 'Nostino'        
Romeo

Dit mannelijke ras is ontstaan uit een kruising tussen het ras 'Issaï' en Actinidia kolomikta. Deze kruising werd gemaakt door Werner Merkel, een verzamelaar van Actinidia-soorten en rassen in Chemnitz (Oost-Duitsland). Uit deze kruising werden door hem ongeveer 100 planten beoordeeld. Een vrouwelijke selectie uit deze kruising werd omstreeks 2004 door Sämann Baumschulen in Bautzen (Duitsland) onder de naam 'Julia' op de markt gebracht. Voor de bestuiving van 'Julia' werd deze mannelijke selectie op de markt gebracht, waarbij de toepasselijke naam 'Romeo' werd gebruikt. Voor de rassen 'Romeo' en 'Julia' wordt ook wel de aanduiding "Sachsenkiwi" gebruikt, als tegenhanger van de "Bayern-kiwi".

Gelet op de bovenstaande afstamming gaat het in het geval van 'Romeo' derhalve niet om een zuivere Actinidia arguta, maar om een soortkruising. De moeder 'Issaï' is zelf ook een soortkruising tussen Actinidia arguta en Actinidia polygama, zodat 'Romeo' dus een complexe afstamming heeft waarbij 50% van het erfelijk materiaal afkomstig is van Actinidia kolomikta, 25% van Actinidia polygama en 25% van Actinidia arguta.

Aangezien 'Romeo' uit dezelfde soortkruising is ontstaan als 'Julia', verklaart dit waarom de planten van 'Romeo' wat zwakker groeien dan van de meeste andere rassen. In tegenstelling tot de meeste andere rassen, hebben de bladeren van 'Romeo' nauwelijks rood gekleurde bladstelen. En de planten van 'Romeo' beginnen vaak al in het tweede jaar na het uitplanten te bloeien, dit is derhalve sneller dan bij de zuivere Actinidia arguta-rassen gebruikelijk is. Deze eigenschap is geërfd van 'Issaï'.

Op grond van de naamgeving en de gelijktijdige introductie moet 'Romeo' dus worden gezien als de mannelijke vorm van de Sachsen-kiwi 'Julia'. What's in a name.... (Romeo and Juliet, William Shakespeare, 1594-1596).

Na de extreme winter van 2012 bleek dat onze plant van 'Romeo' enige vorstschade vertoonde. Ook deze eigenschap is geërfd van 'Issaï', want gewoonlijk zijn kiwibessen zeer winterhard.

'Romeo' bloeit net als 'Julia' enkele dagen later dan de andere rassen. De planten van 'Romeo' bloeien zeer uitbundig en de bloemen komen in trosjes van 6 tot 10 stuks (meestal 7 of 8). De bloei is zo uitbundig dat de Duitse veredelaar 'Romeo' tijdens de bloei omschrijft als een "Blütenwolke" (bloemenwolk). Ondanks dat de planten zeer uitbundig bloeien, is inmiddels echter gebleken dat deze helaas niet erg veel bruikbaar stuifmeel leveren. De hybride-oorsprong van het ras zal hiervan waarschijnlijk de oorzaak zijn.

Alhoewel 'Romeo' als mannelijk ras op de markt is gebracht, valt op grond van voorgaande gegevens te betwijfelen of 'Romeo' een goede keuze is als het gaat om het aanplanten van een all-round bestuiver van vrouwelijke kiwibesrassen. Voor 'Romeo' is daarom waarschijnlijk alleen een beperkte rol weggelegd voor de bestuiving van 'Julia', omdat beiden wat later bloeien dan andere rassen. Omdat het stuifmeel van 'Romeo' van matige kwaliteit is, is het aan te bevelen de planten dicht bij elkaar te plaatsen.

De plant van 'Romeo' is in het voorjaar van 2008 in FruitLent aangeplant (uiteraard naast 'Julia') en bloeide reeds in 2009 voor het eerst.

bloemtrosjes van 'Romeo'   bloemtrosje van 'Romeo'   mannelijke bloemen van 'Romeo'   mannelijke bloemen van 'Romeo'
mannelijke bloemen van 'Romeo'   mannelijke bloemen van 'Romeo'   mannelijke bloemen van 'Romeo'    
 

 

 

 

T-vormige constructie voor kiwibessen