| |
|
| |
|
|
|
| |
ABRIKOZEN |
|
© FruitLent |
| |
|
|
|
| |
Naamgeving en herkomst
De abrikoos wordt gerekend tot de botanische soort Prunus armeniaca. Er wordt aangenomen dat deze Prunus-soort stamt uit de bergen van noordelijk en noordoostelijk China.
Met verwijzing naar de wetenschappelijke naam Prunus armeniaca wordt door sommigen wel verondersteld dat Armenië het stamland van de abrikoos zou zijn, maar dat is vrijwel zeker onjuist. In Armenië werden vroeger weliswaar veel abrikozen verbouwd, doch het was waarschijnlijk een tussenstation op de verspreidingsroute van de soort, richting Europa. In Armenië groeien in elk geval geen wilde abrikozen, terwijl dit wel het geval is in verscheidene Oostaziatische landen, onder andere in China. In China worden abrikozen al zo'n twee- tot vierduizend jaar voor onze jaartelling gekweekt.
Er wordt wel gesuggereerd dat de verspreiding van de abrikoos richting Europa voor een deel het gevolg is van de veldtochten van Alexander de Grote in de vierde eeuw voor Christus. Daarna zou de abrikoos in Griekenland en Italië zijn beland als gevolg van Romeins-Perzische oorlogen gedurende de eerste eeuw voor Christus. Pas daarna zou de abrikoos in andere Europese landen terecht zijn gekomen.
Lange tijd beschouwden de Europeanen de abrikoos als perzik. Pas vanaf de 16-de eeuw werd de abrikoos als een zelfstandige soort gezien.
De abrikoos is genetisch dipoïd (2n = 2x = 16).
|
|
|
| |
|
|
|
| |
Kenmerken en teelt
De abrikoos groeit, net als de pruim en de perzik, aan een bladverliezende boom. De bladeren hebben een zeer fraaie hartvormige vorm. De groeitoppen in de jonge scheuten zijn fraai rood gekleurd. De bloesems zijn meestal lichtroze gekleurd en verschijnen vroeg in het seizoen, in Nederland al in maart.
De fraaie bladvorm, de fraaie rode groeitoppen en de vroeg bloeiende lichtroze bloesems, maakt dat de abrikozenboom een hoge sierwaarde heeft en daarom ook geschikt is om in de siertuin te worden aangeplant. Daarnaast heeft de abrikozenboom ook in de herfst nog een hoge sierwaarde, omdat de bladeren relatief lang aan de boom blijven zitten en daarna een fraaie herfstkleur krijgen.
De bloesems bloeien nog vroeger dan bij perziken en zijn door dit vroege bloeitijdstip extra gevoelig voor schade door nachtvorst. Alhoewel diverse abrikozenrassen als zelfbestuivend bekend staan, is het bij veel rassen zo dat de vruchtzetting verbetert bij kruisbestuiving.
De schil van de abrikoosvrucht voelt, net als bij de perzik, een beetje pluizig aan. Het vruchtvlees is oranje van kleur en heeft over het algemeen een stevige textuur. Bij volledige rijpheid verdwijnt deze stevige textuur en wordt het vruchtvlees sappig en zacht.
Abrikozen rijpen al behoorlijk vroeg in het seizoen, vroeger dan de meeste pruimen en perziken. De meeste rassen rijpen in het Nederlandse klimaat al in juli, sommige laatrijpende rassen in augustus. De verschillende abrikozenrassen variëren onderling weliswaar in rijpingstijdstip, doch het verschil in rijpingstijdstip tussen vroeg en laat rijpende rassen is minder groot dan bij veel andere fruitgewassen het geval is. De meeste rassen rijpen derhalve relatief kort op elkaar.
Abrikozen kunnen ook voor verse consumptie heel smakelijk zijn. Voorwaarde is dan dat ze geheel rijp worden geoogst. In de huidige teeltgebieden wordt aan die voorwaarde niet altijd voldaan. Abrikozen worden daar meestal te vroeg geoogst, waardoor de smaak op z'n best matig is. Bij teelt in eigen tuin kunt u de vruchten uiteraard door en door rijp laten worden aan de boom, waardoor de kwaliteit veel beter is dan de verse abrikozen die incidenteel in de winkel worden verkocht.
De aromatische vruchten van de abrikoos komen op taarten of desserts goed tot hun recht. In maaltijden combineert de vrucht met zowel zoete als met pikante gerechten.
De bomen van abrikozen zijn tamelijk vatbaar voor ziektes, onder andere voor bacteriekanker (Pseudomonas syringae). Hierdoor kan plotselinge tak- of boomsterfte optreden. Aantasting door bacteriekanker is moeilijk te bestrijden.
|
|


|
| |
|
|
|
| |
Commerciële aspecten
Door het vroege bloeitijdstip is de professionele teelt van abrikozen nagenoeg beperkt tot de subtropische en mediteranne gebieden. Weliswaar groeit de abrikozenboom ook in koelere streken, zoals in Nederland, doch door de vroege bloei is de kans groot dat de bloesems daar worden vernietigd door voorjaarsnachtvorst. Hierdoor is de oogstzekerheid in Nederland van jaar tot jaar onvoldoende voor commerciëel opgezette boomgaarden.
In Europa is de abrikoos een belangrijk fruitgewas in de landen rondom de Middenlandse Zee, Roemenië, Hongarije, Zwitserland (kanton Wallis), Oostenrijk (Wachauregio) en Frankrijk (vooral in het dal en de benedenloop van de Rhône). De belangrijkste producent is Turkije. Abrikozen worden ook commercieel geteeld in Pakistan, Iran, Oekraïne, Rusland, China, Zuid-Afrika, Verenigde Staten, Argentinië, Chili, Austalië en Nieuw-Zeeland.
Veel van de geteelde abrikozen worden gedroogd of op andere wijze industrieel verwerkt, bijvoorbeeld tot abrikozenjam of gedestilleerd tot sterke drank. De abrikoos wint de laatste jaren populariteit als vrucht voor verse consumptie. Hiervoor zijn de moderne rassen met grote kwalitatief goede vruchten het meest geschikt.
Omdat abrikoos in Nederland geen commerciëel gewas is, is er bij de Nederlandse boomtelers niets gedaan aan vernieuwing van het rassenassortiment. Daarom is bij Nederlandse boomtelers uitsluitend plantgoed van de (veelal kleinvruchtige) oude rassen verkrijgbaar die zo'n vijftig tot honderd jaar geleden ook al werden aangeboden, zoals: 'Tros Oranje' en 'Bredase'. In het buitenland daarentegen, is wel plantgoed van diverse moderne grootvruchtige rassen verkrijgbaar.
Voor zover bij ons bekend, is in Nederland sinds 2009 één fruitkweker uit midden-Limburg actief die moderne grootvruchtige abrikozenrassen buiten teelt, weliswaar met bescherming van plastic. Deze fruitkweker zet zijn gehele oogst middels huisverkoop af.
|
|


 |
| |
|
|
|
| |
Omschrijving collectie FruitLent
De aanplant in FruitLent bestaat uit enkele bomen in laagstam-vorm (geplant op een plantafstand van 5,00 x 3,70 meter en voorzien van druppelbevloeiing met een capaciteit van 4 liter per uur) en enkele bomen in een palmet-leivorm die zijn geplant aan de zijkant van het dakoverstek van de hobbykas (eveneens voorzien van druppelbevloeiing met een capaciteit van 4 liter per uur). Tevens zijn in het siertuingedeelte enkele abrikozenbomen aangeplant, waaronder dwergvormen die door hun zwakkere groei met name zijn bedoeld voor particuliere tuinen.
Bij de rassenkeuze in FruitLent is voornamelijk gebruik gemaakt van moderne grootvruchtige rassen met een goede consumptiekwaliteit. Het plantgoed hiervan werd in het buitenland ingekocht. Er is tevens ervaring opgedaan met één oud kleinvruchtig ras die werd aangeplant als referentiekader voor de nieuwe grootvruchtige rassen.
Er is in FruitLent ervaring opgedaan met de navolgende rassen:
Gewone abrikozen:
Bayoto (Flavor Cot ®)
Dit ras is ontwikkeld door Thomas K. (Tom) Toyama van de Washington State University (Verenigde Staten) en was aanvankelijk bekend onder de kwekersnaam 'Toyoba'. Het ras is ontstaan uit een onbekende kruising en werd aan het einde van de 20-ste eeuw geïntroduceerd.
Het ras 'Bayoto' wordt onder de merknaam ‘Flavor Cot’ ® op de markt gebracht en is met name onder de merknaam bekend geworden. Daarom wordt hierna steeds gesproken over 'Flavor Cot' ® en niet over 'Bayoto', terwijl dit laatste eigenlijk correcter zou zijn.
'Flavor Cot' ® geeft tamelijk kleine tot middelgrote ovale donkeroranje vruchten (40-60 gram) zonder dekkleur. Het stevige vruchtvlees is middelmatig sappig en heeft een uitstekende smaak (erg zoet, enigszins zuur en zeer aromatisch). Rijpt middentijds tot tamelijk laat, iets na ‘Goldrich’. De rijpe vruchten zijn redelijk bestand tegen scheuren. De schil is erg stevig en mede daardoor zijn de vruchten zeer goed bewaarbaar en transporteerbaar.
Door de uitstekende kwaliteit zijn de vruchten met name bedoeld voor verse consumptie. Echter, de vruchten hebben door hun wat kleinere formaat en door de afwezigheid van een rode blos optisch gezien niet zo’n aantrekkelijk uiterlijk.
De bomen van 'Flavor Cot' ® hebben een middelsterke groeikracht met half-opgerichte tot gespreide groeiwijze en komen snel in productie. Er worden zowel bloesems gevormd op het éénjarige hout als op het meerjarige hout, doch voornamelijk op de krachtige éénjarige scheuten. Het is noodzakelijk om de bomen goed te snoeien. Bij juiste verzorging bloeien de bomen rijk. Het bloeitijdstip is middellaat. Indien er geen vorstschade is opgetreden, is de vruchtbaarheid regelmatig en zeer hoog. Vroeg uitdunnen van de vruchten is in dat geval noodzakelijk om voldoende vruchtgrootte en kwaliteit te verkrijgen. 'Flavor Cot' ® is zelfbestuivend en is ook geschikt voor de bestuiving van diverse andere abrikozenrassen. De S-allel combinatie is ScS2.
'Flavor Cot' ® is in FruitLent niet aanwezig als zelfstandige boom, doch is door middel van spleetenting op 19 maart 2011 geënt op de aanwezige leiboom van ‘Sylvercot' ®. Er zijn in FruitLent nog geen vruchten van 'Flavor Cot' ® geoogst.
Bhart (Orangered ®)
Dit ras met de aanvankelijke aanduiding 'NJA32' is in 1973 gevonden door Dr. Leon F. Hough van het New Jersey Agricultural Experiment Station (NJAES), een klein proefstation van The State University of New Jersey (Verenigde Staten). Het ras is ontstaan uit een kruising van 'Lasgerdi Mashhad' (een tradidioneel abrikozenras uit Perzië) met een selectie met het nummer 'NJA 2' (= open bestuiving van 'Morden').
Het ras 'Bhart' wordt onder de merknaam 'Orangered' ® verhandeld en is daarom eigenlijk uitsluitend onder die merknaam bekend geworden. Daarom wordt hierna steeds gesproken over 'Orangered' ® en niet over 'Bhart', terwijl dit laatste eigenlijk correcter is.
'Orangered' ® geeft tamelijk grote tot grote vruchten met een helderoranje grondkleur en een rode blos. Het oranje tot donkeroranje gekleurde vruchtvlees blijft bij rijpheid tamelijk stevig en heeft een goede smaak. Rijpt vroeg, in Nederland reeds omstreeks begin juli.
De boom groeit krachtig tot zeer krachtig en geeft wisselende opbrengsten. Ondanks dat 'Orangered' ® derhalve niet altijd grote opbrengsten geeft, is het een ras dat in buitenlandse teeltgebieden vrij veel is aangeplant, omdat deze vroeg rijpt in combinatie met de genoemde goede vruchteigenschappen.
Ondanks dat 'Orangered' ® een relatief nieuw ras is, is deze inmiddels echter mogelijk weer achterhaald door de komst van weer nieuwere verbeterde rassen die in dezelfde tijd afrijpen.
De bloesems van 'Orangered' ® bloeien vroeg tot middentijds. Volgens sommige bronnen is 'Orangered' ® zelfbestuivend; volgens de meeste bronnen is dit echter niet het geval. De waarheid is waarschijnlijk dat 'Orangered' ® slechts voor een klein gedeelte zelfbestuivend is, doch dat de vruchtzetting sterk verbetert bij kruisbestuiving. Geschikte bestuivers zijn: 'Hargrand', 'Goldrich' en 'Tom Cot' ®. De S-allel combinatie van 'Orangered' ® is S6Sx.
'Orangered' ® is volledig resistent tegen het sharka-virus (ook wel: Plum Pox virus of PPV) en ook overigens weinig vatbaar voor ziekten.
In FruitLent is één boom van 'Orangered' ® aangeplant. Deze is in het voorjaar van 2006 aangeplant als palmet-leivorm en is geënt op de zwakker groeiende onderstam 'Pumiselect' ®. Nadat de boom na de bloei van 2009 overvloedig vruchten had gezet, is deze in het voorjaar van 2009 helaas zonder aanwijsbare oorzaak vrij plotseling dood gegaan (mogelijk bacteriekanker). Deze boom is daarom in het voorjaar van 2010 vervangen door een nieuwe boom van het andere moderne ras 'Sylvercot' ®. Hierdoor is 'Orangered' ® op dit moment niet meer in de collectie van FruitLent aanwezig.
Cotpy (Pinkcot ®)
Dit nieuwe ras is ontwikkeld door Pepinieres et Vergers Escande "Millet" E.A.R.L. te Saint-Vite (Lot-et-Garonne, Frankrijk) en is rond de eeuwwisseling geïntroduceerd.
De werkelijke naam van dit ras is 'Cotpy', doch het ras wordt onder de merknaam 'Pinkcot' ® in de handel gebracht. Daarom is het ras voornamelijk onder deze merknaam bekend geworden en zal om die reden hierna steeds de merknaam 'Pinkcot' ® worden gebruikt, alhoewel 'Cotpy' dus eigenlijk correcter zou zijn.
'Pinkcot' ® geeft zeer fraaie grote vruchten (circa 80 gram) met een helderoranje grondkleur en een grote rode blos. De vruchten lijken erg veel op die van 'Orangered' ®, doch zijn iets groter en hebben een wat grotere rode blos. 'Pinkcot' ® rijpt vroeg tot zeer vroeg, namelijk kort voor 'Orangered' ® en gelijktijdig met 'Sylvercot' ®. Het stevige lichtoranje vruchtvlees heeft een los liggende steen en een goede harmonieuze smaak.
De boom groeit vrij krachtig en gezond en lijkt qua groeiwijze veel op de bomen van het ras 'Goldrich'. De bomen komen al op jonge leeftijd in productie. De bomen zijn niet gevoelig voor beurtjaren en zijn productiever dan die van 'Orangered' ®. Er worden vrij gemakkelijk bloemknoppen op het éénjarige hout gevormd. De bloesems bloeien middellaat en gedurende een wat langere periode. Hierdoor loopt 'Pinkcot' ® wat minder kans op schade door nachtvorst. De bloesems zijn gedeeltelijk zelfbestuivend; de vruchtzetting verbetert derhalve bij kruisbestuiving. Geschikte bestuivers zijn: 'Goldrich' en 'Tom Cot' ®.
Met alle bovenstaande eigenschappen lijkt 'Pinkcot' ® een goede verbetering te zijn van het ras 'Orangered' ®.
De boom in FruitLent is geënt op onderstam 'St. Julien A' en is in het voorjaaar van 2010 als laagstam-boom geplant, ter vervanging van één van de overleden 'Hargrand' bomen. De boom bloeide al in het voorjaar van 2011, doch droeg in dat jaar nog geen vruchten. Er zijn in FruitLent daarom nog geen vruchten van 'Pinkcot' ® geoogst.
Delmast (Rouge Tardif Delbard ®)
Dit ras is ontwikkeld door het Franse veredelingsbedrijf Delbard. Alhoewel de werkelijk naam ‘Delmast’ luidt, is deze vooral bekend geworden onder de naam ‘Rouge Tardif Delbard’, waarbij het laatste woord merkenrechtelijk (®) beschermd is. Daarom wordt hierna steeds gesproken over 'Rouge Tardif Delbard' ® en niet over 'Delmast', terwijl dit laatste eigenlijk correcter zou zijn.
Dit laat rijpende ras (omstreeks medio augustus) geeft middelgrote tot grote donkergele vruchten met een grote rode blos. Het vruchtvlees is tamelijk zacht en sappig en heeft een uitstekende smaak met een goede zoet-zuur balans.
De boom heeft een middelmatige groeikracht. De productiviteit is middelmatig. De bloesems zijn zelfbestuivend en bloeien laat en hebben daarom iets minder kans op nachtvorstschade.
Het ras heeft in de commerciële teeltgebieden nooit een erg grote populariteit verkregen, waarschijnlijk als gevolg van de middelmatige productiviteit en de zachtere vruchten die daardoor wat moeilijker vervoerbaar en bewaarbaar zijn.
Rouge Tardif Delbard' ® is in FruitLent niet aanwezig als zelfstandige boom, doch is door middel van spleetenting op 19 maart 2011 geënt op de aanwezige leiboom van ‘Goldrich'. Er zijn in FruitLent nog geen vruchten van 'Rouge Tardif Delbard' ® geoogst.
Goldrich (Jumbo Cot ®)
Ook bekend als 'Sungiant'. Wordt ook wel verkocht onder de merknaam 'Jumbo Cot' ®.
'Goldrich' is geselecteerd door Dr. Harold W. Fogle op het Irrigated Agricultural Research Center (Prosser, WA, USA), onderdeel van de Washington State University, uit een kruising die in 1954 werd gemaakt tussen de rassen 'SunGlo' en 'Perfection'. De selectie was aanvankelijk bekend als 'PA5-61' en werd later onder de naam 'Goldrich' geïntroduceerd.
'Goldrich' geeft zeer fraai uitziende oranjegeel gekleurde uniforme vruchten met een wat langgerekte vorm. Het gemiddeld vruchtgewicht bedraagt ongeveer 90 tot 100 gram, met de grootste vruchten tot 120 à 125 gram. Daarmee zijn de vruchten van 'Goldrich' groot tot zeer groot te noemen. Stevig vruchtvlees, daardoor goed bewaarbaar en goed transporteerbaar. De steen is relatief groot en ligt los in het vruchtvlees. De vruchten kleuren al vroeg, waardoor het risico bestaat dat ze te vroeg worden geoogst. 'Goldrich' rijpt middentijds tot middellaat, in Nederland omstreeks eind juli, net na 'Hargrand'. Bij volledige rijpheid verdwijnt de licht zure smaak en is de smaak goed, doch wel iets minder goed dan van bijvoorbeeld 'Hargrand' die er vlak voor afrijpt.
Tamelijk krachtige groei. De lichtroze bloesems zijn deels zelfbestuivend; de vruchtzetting verbetert derhalve bij kruisbestuiving. Geschikte bestuivers zijn: 'Hargrand' en 'Tom Cot' ®. De S-allel combinatie van 'Goldrich' is S1S2.
'Goldrich' is weinig vatbaar (niet resistent) voor het sharka-virus (ook wel: Plum Pox virus of PPV) en ook overigens weinig vatbaar voor ziekten.
De boom in FruitLent is in het voorjaar van 2007 aangeplant als palmet-leivorm en is geënt op de zwakker groeiende onderstam 'Pumiselect' ®. De boom droeg in 2009 voor het eerst vruchten.
Hargrand
Dit ras is ontstaan uit een kruising die in 1966 werd gemaakt tussen 'V51092' en 'NJA 1' door de onderzoekers Lapins en Bailey van het Harrow Research Station in Ontario (Canada). Het ras werd daarna in 1972 uitgeselecteerd en vervolgens in 1980 geïntroduceerd.
Door het Harrow Research Station werden nog veel meer abrikozenrassen op de markt gebracht. De naam van al deze rassen begint met "Har", zoals: 'Harglow', 'Harcot', 'Harval', 'Harogem' en 'Harlayne'.
'Hargrand' geeft oranje vruchten die aan de zonzijde rode spikkels hebben. De vruchten hebben een enigszins onregelmatige vorm en zijn wat variabel qua grootte, doch vrijwel alle vruchten bevinden zich tussen de 100 en 150 gram per stuk en zijn daarmee zo groot als een kleine perzik. Zelfs de kleinste vruchten van de boom bevinden zich nog tussen de 70 en 100 gram en zijn dus ook nog van behoorlijk groot formaat. Hiermee kan met recht gezegd worden dat 'Hargrand' enorm grote vruchten geeft. Het ras behoort dan ook tot 's werelds grootste abrikozen !
Ondanks het zeer grote formaat, hebben de vruchten een wat minder fraai uiterlijk dan van veel andere rassen. Dit komt o.a. door de enigszins onregelmatige vorm. De steen is verhoudingsgewijs klein en ligt los in het vruchtvlees. Het oranje gekleurde vruchtvlees is stevig en heeft een goede tot zeer goede licht zure smaak. De vruchten vallen gemakkelijk van de boom als ze eenmaal zijn gerijpt. Regelmatig doorplukken is derhalve gewenst. 'Hargrand' rijpt middentijds, net voor 'Goldrich'.
De boom heeft een matig sterke groeikracht. Oude takken hebben enigszins de neiging om te verkalen. De bomen kunnen last hebben van beurtjaren en kunnen daardoor van jaar tot jaar variëren in bloeirijkheid. De lichtroze bloesems zijn deels zelfbestuivend; de vruchtzetting verbetert derhalve bij kruisbestuiving. Geschikte bestuivers zijn: 'Goldrich' en 'Orangered' ®. De S-allel combinatie van 'Hargrand' is S1S2.
Er worden bij 'Hargrand' soms problemen gerapporteerd over boomsterfte, met name in geval van zeer overvloedige vruchtdracht. Een goede en tijdige vruchtdunning is derhalve noodzakelijk. Hargrand is vatbaar voor het sharka-virus (ook wel: Plum Pox virus of PPV). Staat voor het overige bekend als een robuust ras.
In het siertuingedeelte van Fruitlent is in het voorjaar van 2006 een laagstam-boom aangeplant. De boom is geënt op de zwakker groeiende onderstam 'Pumiselect' ®. De boom gaf in 2009 voor het eerst een volle oogst. In het fruittuingedeelte van FruitLent stond voorheen nog een tweede boom van 'Hargrand', welke in de zomer van 2005 als containerboom was geplant. Nadat deze boom in 2009 een volle oogst had gegeven, bleek echter dat deze vanaf het najaar door onbekende oorzaak begon af te takelen en in het voorjaar van 2010 vrijwel overleden was. Doordat we twee bomen van 'Hargrand' hadden, is het ras (gelukkig) dus nog steeds in FruitLent aanwezig. De overleden boom is in het voorjaar van 2010 vervangen door een nieuwe boom van het andere moderne ras 'Pinkcot' ®.
Harogem
Dit ras is ontstaan uit een kruising die in 1963 werd gemaakt op de Rutgers University tussen 'Rouge de Rousillon' en 'NJA 2' (= open bestuiving van 'Morden'). Het ras werd daarna in 1969 uitgeselecteerd op het Harrow Research Station in Ontario (Canada) en werd vervolgens vanaf 1971 getest in regionele proeven door de Western Ontario Fruit Testing Association (WOFTA), eerst onder nummer 'H6305044' en later onder nummer 'HW405'. De officiële introductie vond plaats op 5 februari 1979, op de dertiende jaarlijkse bijeenkomst van de WOFTA. Oculatiehout werd voor het eerst op bescheiden schaal uitgegegeven vanaf augustus 1979. Het eerste plantgoed was beschikbaar vanaf 1980 en 1981.
Via het Harrow Research Station werden nog veel meer abrikozenrassen op de markt gebracht. De naam van al deze rassen begint met "Har", zoals: 'Harglow', 'Harcot', 'Harval', 'Hargrand' en 'Harlayne'.
De bomen van 'Harogem' groeien middelkrachtig tot krachtig met een duidelijk opgerichte groeiwijze. De winterhardheid is goed. De productie vangt na het planten tamelijk snel aan. De opbrengsten kunnen daarna onregelmatig zijn, doordat zeer vruchtbare jaren en minder vruchtbare jaren elkaar afwisselen (beurtjaren). Daarom is het in vruchtbare jaren noodzakelijk dat vroeg en ruim wordt uitgedund om de vruchtgrootte en de kwaliteit op peil te houden en om bovendien te voorkomen dat het opvolgende jaar een beurtjaar wordt.
De bloesems bloeien laat en zijn zelfbestuivend. De ronde vruchten rijpen middellaat, in Nederland omstreeks begin augustus, en rijpen vrij gelijkmatig aan de boom. De vruchten zijn tamelijk klein tot middelgroot (40-60 gram) en hebben een buitengewoon aantrekkelijk uiterlijk. De vruchten hebben namelijk een helderoranje basiskleur en zijn voor minstens de helft bedekt met een fraaie rode blos indien ze aan de zon zijn blootgesteld.
Het oranje vruchtvlees is zeer stevig, niet erg sappig en heeft een zeer zoete en zeer aromatische smaak met een laag zuurgehalte. De steen ligt los in het vruchtvlees. De vruchthuid is vrij dik en niet erg gevoelig voor scheuren. De vruchten hebben een goede houdbaarheid en een goede transporteerbaarheid. De vruchten zijn zeer geschikt voor verse consumptie, doch kunnen eventueel ook voor verwerking worden gebruikt.
Conclusie: 'Harogem' is een uitstekende abrikoos voor verse consumptie, doch is helaas aan de kleine kant en moet in vruchtbare jaren vroeg en ruim worden gedund.
In het voorjaar van 2011 is een boom van 'Harogem' in het siertuingedeelte van FruitLent uitgeplant. Het gaat on een halfstam-vorm die is geënt op onderstam 'St. Julien A' en die verder in een hoogstam-vorm zal worden opgekweekt. Er zijn in FruitLent nog geen vruchten van 'Harogem' geoogst.
Kioto
Dit nieuwe ras is ontwikkeld door Pepinieres et Vergers Escande "Millet" E.A.R.L. te Saint-Vite (Lot-et-Garonne, Frankrijk). Het ras was aanvankelijk bekend onder kwekersnummer 'a 3163' en werd vlak na de eeuwwisseling geïntroduceerd onder de naam 'Kioto'.
'Kioto' geeft hoogronde middelgrote tot tamelijk grote vruchten (60-80 gram) met een gladde huid en een helderoranje kleur met een fraaie rode blos. Het vruchtvlees is zeer stevig, sappig en van goede kwaliteit. De vruchten hebben een goede houdbaarheid en een goede transporteerbaarheid. De vruchten kunnen soms gevoelig zijn voor barsten. Rijpt middentijds, ongeveer in dezelfde periode als 'Hargrand', 'Kuresia' en 'Harogem'.
De bomen hebben een zwakke tot middelmatige groeikracht met een half-opgerichte tot gespreide groeiwijze met een goede vertakking. Door de wat mindere groeikracht wordt wel aanbevolen om dit ras te enten op een wat krachtiger groeiende onderstam. De bomen komen snel in productie, zijn weinig gevoelig voor beurtjaren en zijn zeer vruchtbaar. In geval van een overvloedige vruchtzetting is vroeg en zeer ruim uitdunnen strikt noodzakelijk om de vruchtgrootte en de kwaliteit op peil te houden.
De bloesems bloeien middellaat en zijn zelfbestuivend. In de buitenlandse teeltgebieden staat 'Kioto' bekend als één van de minst nachtvorstgevoelige rassen.
Ten behoeve van de collectie van FruitLent is een boom van 'Kioto' besteld, doch deze is nog niet aanwezig. De bestelde boom is geënt op onderstam 'St. Julien A' en zal eerst als containerboom worden opgekweekt om vervolgens in de nazomer van 2012 op een definitieve plek te worden uitgeplant.
Kuresia
Dit ras met de aanvankelijke aanduiding 'KU9' is geselecteerd door E. Fuchs en M. Grüntzig van het Institut für Pflanzenzüchtung und Pflanzenschutz-Virologie van de Martin-Luther-Universität te Halle-Wittenberg (Duitsland). 'Kuresia' werd geselecteerd uit een onbekend ras en is pas vanaf eind 2001 op de markt.
De ronde vruchten rijpen middentijds en zijn middelgroot tot groot met een gemiddeld vruchtgewicht van 75 à 80 gram (grootste vrucht circa 100 gram). Ze zijn vrij glad en oranjegeel van kleur met aan de zonzijde een grote rode blos. De vruchten vallen niet snel van de boom als ze zijn gerijpt. De vruchten hebben een goede houdbaarheid en een goede transporteerbaarheid. Het stevige lichtoranje vruchtvlees is sappig, licht zurig en heeft een zeer goede smaak. Dit komt naar onze mening mede doordat het vruchtvlees voor een abrikoos ongewoon sappig is.
De boom groeit middelsterk tot sterk met enigszins brede kroonvorm. De lichtroze bloesems bloeien vroeg tot middentijds en zijn zelfbestuivend.
Het ras is volledig resistent tegen het sharka-virus (ook wel: Plum Pox virus of PPV). We hebben in FruitLent de indruk dat 'Kuresia' wel behoorlijk vatbaar is voor bacteriekanker.
De boom in FruitLent is in het najaar van 2005 geplant als laagstam-vorm. De boom droeg in 2009 voor het eerst vruchten. Volgens de aankoopgegevens zou de boom in FruitLent zijn geënt op onderstam 'St. Julien A'. Nadien verscheen er echter erg veel wortelopslag onder de boom, met name direct rondom de stam. Dit is een kenmerk dat we niet verwachten bij de onderstam 'St. Julien A', maar dat meer past bij de onderstam 'St. Julien GF 655/2'. Hierdoor denken wij dat onze boom in werkelijkheid op deze laatstgenoemde onderstam was geënt. Omdat we behoorlijk baalden van de enorme hoeveelheid wortelopslag onder de boom, hebben we de boom in oktober 2010 gerooid en vervangen door een nieuwe boom van het ras 'Tardicot'. Over het ras 'Kuresia' zelf waren we echter heel tevreden en indien deze niet op een ongewenste onderstam zou zijn geënt, dan hadden we hem zeker niet gerooid.
Larclyd (Jenny Cot ®)
Dit ras is ontwikkeld door John McLaren van de Nevis Fruit Company Ltd. bij Cromwell (in de regio Central Otago in Nieuw-Zeeland) uit een kruising die in 1987 werd gemaakt tussen ‘Sundrop’ en een late ‘Moorpark’. Het ras stond aanvankelijk bekend onder kwekersnummer ‘F 168’ en werd na de eeuwwisseling geïntroduceerd onder de naam ‘Larclyd’.
Voor dit ras is tevens de merknaam 'Jenny Cot’ ® in gebruik en het ras is met name onder die merknaam bekend geworden. Daarom wordt hierna steeds gesproken over 'Jenny Cot' ® en niet over 'Larclyd', terwijl dit laatste eigenlijk correcter zou zijn.
De vruchten van dit ras rijpen pas omstreeks medio augustus, derhalve zeer laat in het abrikozenseizoen. Daarmee is dit ras interessant voor de verlenging van het abrikozenseizoen. De vruchten zouden niet allemaal tegelijk afrijpen, waardoor doorplukken gewenst zou zijn. De vruchten zijn tamelijk klein tot middelgroot (circa 45-60 gram), rond-ovaal van vorm met een oranje kleur en een rode blos. Het vruchtvlees is gemiddeld stevig, zeer sappig, zeer zoet en heeft derhalve een uitmuntende eetkwaliteit. De vruchten zijn niet gevoelig voor scheuren. De steen hecht enigszins aan het vruchtvlees.
De boom heeft een semi-gespreide groeiwijze met een gemiddelde groeikracht. Er worden bloemknoppen gevormd op het éénjarige en op het meerjarige hout. De bloesems bloeien middellaat en zijn niet zelfbestuivend; kruisbestuiving is derhalve noodzakelijk. Goede bestuivers zijn: ‘Tom Cot’ ® en ‘Flavor Cot’ ®.
'Jenny Cot' ® is in FruitLent niet aanwezig als zelfstandige boom, doch is door middel van spleetenting op 19 maart 2011 geënt op de aanwezige leiboom van ‘Sylvercot' ® en ook op de aanwezige laagstam-boom van 'Pinkcot' ®. Er zijn in FruitLent nog geen vruchten van 'Jenny Cot' ® geoogst.
Tardicot
De exacte herkomst van het nieuwe ras 'Tardicot' is ons nog niet helemaal helder. Er zijn bronnen die aangeven dat het een toevalszaailing van onbekende herkomst betreft, die zou zijn gevonden door Giuseppe Battistini (Forlì-Cesena, Italië). Daarnaast wordt dikwijls beweerd dat het om een mutant zou gaan van het bekende laatrijpende Franse ras 'Bergeron'.
'Tardicot' zou veel lijken op 'Bergeron'. De bomen groeien krachtig, enigszins opgericht en hebben een goede productiviteit. De vruchten kleuren al vroeg, doch rijpen ten opzichte van andere rassen pas laat tot zeer laat: in Nederland pas omstreeks medio augustus. Daarmee is dit ras interessant voor de verlenging van het abrikozenseizoen.
De vruchten zijn middelgroot tot tamelijk groot, iets ovaal, oranje gekleurd met een rode blos. Het vruchtvlees is stevig en heeft een goede kwaliteit. Mede door het stevige vruchtvlees zijn de vruchten goed bewaarbaar en goed transporteerbaar.
De bloesems zijn vrij klein en zien er daardoor wat ieliger uit dan van de meeste andere rassen. Wat belangrijker is: ze bloeien laat en zijn zelfbestuivend. In de buitenlandse teeltgebieden staat 'Tardicot' bekend als één van de minst nachtvorstgevoelige rassen.
De boom in FruitLent is geënt op onderstam 'Rubira' en is in oktober 2010 als containerboom uitgeplant. De eerste vruchten worden in 2011 verwacht.
Toyaco (Tom Cot ®)
Dit ras is ontwikkeld door Thomas K. (Tom) Toyama van de Washington State University (Verenigde Staten) en was aanvankelijk bekend onder kweeknummer 'PA 7005-8'. Het ras is ontstaan uit een kruising (in 1970) van 'Rival' met 'P63-265' (deze laatste is een open bestoven zaailing van 'Goldrich') en werd daarna in 1974 geselecteerd en vervolgens omstreeks 1989 geïntroduceerd.
Het ras 'Toyaco' wordt onder twee merknamen op de markt gebracht: 'Vick Royal' ® en 'Tom Cot' ®. Het ras is echter met name bekend geworden onder de laatstgenoemde merknaam. Daarom wordt hierna steeds gesproken over 'Tom Cot' ® en niet over 'Toyaco', terwijl dit laatste eigenlijk correcter zou zijn.
'Tom Cot' ® geeft tamelijk kleine tot middelgrote helderoranje langwerpige vruchten (45-60 gram) met rode stipjes op de schil (met name als ze aan de zon zijn blootgesteld). Het oranje gekleurde vruchtvlees is stevig en heeft een uitstekende smaak (erg zoet, enigszins zuur en aromatisch). Rijpt vroeg, gelijk met of zelfs nog iets vroeger dan 'Orangered' ® (in Nederland reeds omstreeks begin juli). De vruchten scheuren niet snel. De vruchten hebben goede bewaar- en transporteigenschappen en zijn door de uitstekende smaak met name bedoeld voor verse consumptie.
De bomen van 'Tom Cot' ® hebben een krachtige groei met gespreide groeiwijze. De bomen bloeien rijk. Er worden bloesems gevormd op het éénjarige en op het meerjarige hout. De bloesems bloeien vroeg, doch de bloeitijd strekt zich uit over een wat langere periode. Indien er geen vorstschade is opgetreden, is de vruchtbaarheid regelmatig en zeer hoog. Vroeg uitdunnen van de vruchten is in dat geval noodzakelijk om voldoende vruchtgrootte en kwaliteit te verkrijgen. 'Tom Cot' ® is zelfbestuivend en is ook geschikt voor de bestuiving van diverse andere abrikozenrassen, mede omdat de bloeiperiode zich uitstrekt over een wat langere periode.
'Tom Cot' ® is in FruitLent niet aanwezig als zelfstandige boom, doch is door middel van spleetenting op 15 maart 2009 geënt op de aanwezige boom van de Aprium ® 'Tasty Rich'. Het doel hiervan was om de bestuiving van de Aprium ® boom te waarborgen. De tak van 'Tom Cot' ® droeg in 2011 voor het eerst vruchten, die al eind juni konden worden geoogst. Helaas waaide de boom van de Aprium ® 'Tasty Rich' op 14 juli 2011 tijdens een storm om. Daarmee is ook onze tak van 'Tom Cot' ® verloren gegaan. Daardoor is 'Tom Cot' ® op dit moment derhalve niet langer in de collectie van FruitLent aanwezig.
Tros Oranje
In de "7e Beschrijvende rassenlijst voor fruit 1954" wordt als synoniem 'Vroege Oranje' vermeld. In andere jaargangen van de rassenlijst en in andere literatuur komen we dit synoniem niet tegen, zodat we ons moeten afvragen of dit inderdaad een gangbaar synoniem voor dit ras is.
'Tros Oranje' is tot nu toe het meest verbreid in Nederland. De herkomst van het ras is onbekend. Voor zover bekend komt deze buiten onze grenzen niet of nauwelijks voor. Het is evenwel natuurlijk niet uit te sluiten dat dit oude ras in het buitenland onder een andere naam bekend is. Alhoewel 'Tros Oranje' door de komst van nieuwe en betere rassen al lang is achterhaald, is dit het ras welke nog steeds voornamelijk wordt verkocht door Nederlandse boomtelers en tuincentra.
'Tros Oranje' is een productief ras met kleine oranje vruchten die aan de zonzijde een fraaie rode blos krijgen. Het gemiddeld vruchtgewicht is slechts 23 gram (grootste vruchten circa 27 à 30 gram). Het formaat van de vruchten is daarmee aanzienlijk kleiner dan van de moderne rassen in de collectie van FruitLent. De vruchten van het moderne ras 'Goldrich' worden bijvoorbeeld ongeveer 4 maal zo zwaar; de vruchten van het moderne ras 'Hargrand' worden zelfs met gemak 4 tot 6 maal zo zwaar.
Ondanks het kleine formaat van de vruchten, is het stevige oranje vruchtvlees van 'Tros Oranje' wel goed van smaak. De vruchten vallen gemakkelijk van de boom als ze eenmaal zijn gerijpt. De vruchten rijpen echter redelijk gelijktijdig af, waardoor het eventueel mogelijk is om de gehele boom te oogsten zodra de eerste vruchten beginnen te vallen.
De boom heeft een middelsterke groeikracht, waarbij de takken de neiging hebben om dood zijhout te vormen en te verkalen. Hierdoor zien de bomen er minder fraai uit dan van andere moderne rassen in FruitLent. De bloesems van 'Tros Oranje' zijn in tegenstelling tot die van de overige moderne rassen in onze collectie vrijwel wit van kleur. De bloesems van 'Tros Oranje' zijn zelfbestuivend. Ons is gebleken dat 'Tros Oranje' een paar dagen eerder bloeit dan de overige moderne rassen on onze collectie. Wij verwachten om die reden dat de bloesems van 'Tros Oranje' iets meer kans lopen op schade door nachtvorst.
In FruitLent is in het voorjaar van 2006 een boom aangeplant in het siertuingedeelte. De boom werd uitsluitend aangeplant om te dienen als referentiekader voor de overige moderne abrikozenrassen die in de collectie van FruitLent zijn opgenomen. De geplante boom was geënt op de onderstam 'St. Julien A' en betrof een halfstam-model die in het opvolgende jaar verder werd opgekweekt in een hoogstam-model. De boom droeg vervolgens in 2009 voor het eerst vruchten. In het najaar van 2010 is de boom uit de collectie verwijderd, teneinde plaats te maken voor een nieuwe boom van een modern ras.
Versyl (Sylvercot ®)
Dit nieuwe ras is ontwikkeld door Pepinieres et Vergers Escande "Millet" E.A.R.L. te Saint-Vite (Lot-et-Garonne, Frankrijk) en is rond de eeuwwisseling geïntroduceerd.
De werkelijke naam van dit ras is 'Versyl', doch het ras wordt onder de merknaam 'Sylvercot' ® in de handel gebracht. Daarom is het ras voornamelijk bekend onder deze merknaam en zal om die reden hierna steeds de merknaam 'Sylvercot' ® worden gebruikt, alhoewel 'Versyl' dus eigenlijk correcter zou zijn.
'Sylvercot' ® is een vroeg tot zeer vroeg rijpend ras, waarvan de vruchten nog iets eerder rijpen dan van het bekende vroeg rijpende ras 'Orangered' ®.
De vruchten worden volgens de internationale beschrijvingen tamelijk groot, tot circa 70 gram, doch ze worden volgens de eerste ervaringen in FruitLent veel groter: in 2011 haalden we van onze jonge boom een gemiddeld vruchtgewicht van ongeveer 120 gram, met de grootste vruchten tot circa 165 gram....
De vruchten hebben een zeer fraai uiterlijk: een weinig behaarde schil, dof geel-orange van kleur met een rode blos. Het zeer stevige lichtoranje gekleurde vruchtvlees heeft een goede harmonieuze smaak en een los liggende steen. De vruchten hebben goede bewaar- en transporteigenschappen en zijn door de goede smaak geschikt voor verse consumptie. Ook zijn ze eventueel geschikt voor verwerking.
De boom groeit matig sterk en enigszins breed. De bloeitijd valt vroeg tot middentijds. De bloesems zijn gedeeltelijk zelfbestuivend; de vruchtzetting verbetert derhalve na kruisbestuiving. De bloei van 'Sylvercot' ® is niet erg intensief. Door deze minder intensieve bloei heeft 'Sylvercot' ® relatief veel kans op schade door nachtvorst. Na nachtvorstschade blijven er immers automatisch minder onbeschadigde bloesems over. De productiviteit van 'Sylvercot' ® is goed (mits geen schade is opgetreden door nachtvorst).
De boom in FruitLent is in het najaar van 2009 aangeplant en wordt opgekweekt als een palmet-leivorm. De boom is geënt op de zwakker groeiende onderstam 'Wavit' ®. De boom droeg in 2011 voor het eerst vruchten.
Dwergabrikozen:
Compacta (Super Compact)
Dit ras onstaan op het Research and Breeding Institute of Pomology (RBIP) in Holovousy (Tsjechische Republiek) uit een kruising van 'Moongold' x 'NJA 20'.
Het ras wordt ook wel onder de merknaam ‘Compacta Super Compact' ® verhandeld, doch waarschijnlijk is 'Compacta' de werkelijke rasnaam.
'Compacta' is een dwergabrikoos die met name is bedoeld voor hobby-tuinders die niet veel ruimte hebben, bijvoorbeeld voor kleine tuinen of in grote potten op het balkon, terras of daktuin.
Het gaat derhalve om een zwak groeiende vorm waarvan de boompjes klein blijven. De boompjes groeien vrij stijl en vertakken matig. De boompjes beginnen vroeg te dragen en zijn vruchtbaar. De bloesems bloeien middelvroeg en zijn gedeeltelijk zelfbestuivend; de vruchtzetting verbetert derhalve bij kruisbestuiving. De bloesems zouden weinig gevoelig zijn voor late nachtvorsten.
De ovale vruchten zijn middelgroot en oranje van kleur met rode stipjes. Het sappige vruchtvlees heeft een los liggende steen en een harmonieuze friszure smaak. De vruchten rijpen waarschijnlijk middellaat (begin augustus).
Gedurende de bloei zijn de bloesems weinig vatbaar voor aantasting door Monilia.
Een boompje van 'Compacta' is sinds het voorjaar van 2011 in FruitLent aanwezig als containerplant en is in januari 2012 in het siertuingedeelte van FruitLent uitgeplant. Het boompje is waarschijnlijk geënt op 'perzikzaailing' (hetgeen door de sterke groeikracht van deze onderstam mogelijk dus niet de meest ideale combinatie zal opleveren met de zwak groeiende 'Compacta').
Garden Aprigold ®
'Garden Aprigold' ® is een Franse merknaam voor een ras waarvan we werkelijke rasnaam niet kennen. Daarmee is de herkomst van het ras ons ook niet met zekerheid bekend. Volgens sommige bronnen zou het gaan om een ras dat afkomstig is van het veredelingsbedrijf Zaiger's Genetics uit Modesto (Californië). Aangezien de Franse boomkwekerij Pepinieres Darnaud uit Montelimar de houder is van de Franse merknaam en deze kwekerij tevens de Europese vertegenwoorder is van Zaiger's Genetics, is het goed mogelijk dat 'Garden Aprigold' ® inderdaad van Zaiger's Genetics afkomstig is, doch dit is dus niet zeker. Mocht u nadere informatie hebben over de exacte herkomst, dan is deze informatie welkom (e-mail).
'Garden Aprigold' ® is een dwergabrikoos die met name is bedoeld voor hobby-tuinders die niet veel ruimte hebben, bijvoorbeeld voor kleine tuinen of in grote potten op het balkon, terras of daktuin.
De boom groeit zwak en zal daardoor nooit een erg grote omvang krijgen. De witte bloesems zijn zelfbestuivend. Verdere bijzonderheden, bijvoorbeeld over de groei en de vruchten, vindt u hier terug zodra het boompje in FruitLent in productie is.
Eén boompje van 'Garden Aprigold' ® is in januari 2011 in het siertuingedeelte van FruitLent geplant. Het boompje is geënt op 'perzikzaailing' (hetgeen door de sterke groeikracht van deze onderstam naar verwachting dus niet de meest ideale combinatie zal opleveren met de zwak groeiende 'Garden Aprigold' ®).
Rosina
'Rosina' is een ras waarvan ons geen verdere bijzonderheden over de herkomst bekend zijn. Nadere informatie daarover is derhalve welkom (e-mail). Gelet op het feit dat het ons (nog) niet is gelukt betrouwbare informatie over de herkomst te verkrijgen, moet niet worden uitgesloten dat het een fantasienaam betreft waarmee deze dwergabrikoos wordt verkocht aan hobbytuinders. Zelfs kan niet worden uitgesloten dat 'Rosina' misschien wel dezelfde is als 'Garden Aprigold' ® of 'Compacta' (zie boven).
De boom groeit zwak en zal daardoor nooit een erg grote omvang krijgen. 'Rosina' is dus een dwergabrikoos die met name is bedoeld voor hobby-tuinders die niet veel ruimte hebben, bijvoorbeeld voor kleine tuinen of in grote potten op het balkon, terras of daktuin. De bloesems van 'Rosina' zijn lichtroze tot vrijwel wit van kleur en zouden zelfbestuivend zijn.
De boom is in het voorjaar van 2008 als containerboom geplant in het siertuingedeete van FruitLent en is geënt op een onbekende onderstam. Het boompje droeg in 2009 zijn eerste vruchtje die ongeveer 20 gram zwaar werd en al omstreeks begin juli afrijpte. Alhoewel dit ene vruchtje natuurlijk niet heel representatief zal zijn, durven we toch te veronderstellen dat 'Rosina' ten opzichte van andere rassen vroeg rijpt en kleine vruchten geeft. In het voorjaar van 2010 is gebleken dat het boompje niet meer wilde uitlopen, waarschijnlijk als gevolg van bacteriekanker. 'Rosina' is om die reden niet meer in de collectie van FruitLent aanwezig.
|
|

Wilt u ook dergelijke moderne grootvruchtige abrikozen in uw eigen tuin telen ?
Wij kunnen u mogelijk verder helpen. Kijk onder PLANTMATERIAAL & ZADEN BESTELLEN voor meer informatie. |
|